Orde van dienst 11 april 2021

Voorganger: ds. H.J. Prosman
Organist: Dhr. A. van Blaaderen ( ingevallen voor Mevr. H. Visscher)
Ouderling: Dhr. R. Verhallen
Diaken: Dhr. R Stam

De diensten zijn te volgen via kerkomroep:
https://www.kerkomroep.nl/#/kerken/10950
En via facebook
https://www.facebook.com/HervormdNieuwkoop/


Welkom en mededelingen
Votum en groet
315:1,2 (Orgelspel en tekstlezing)
Lezing van het gebod
Luisteren: “Volle verzeekring”
https://www.youtube.com/watch?v=dR4l2gUgV8A
Gebed
Schriftlezing: Jesaja 26: 1-21
Psalm 85: 1,4 (Orgelspel en tekstlezing)
Preek
Luisteren: Daar juicht een toon
https://www.youtube.com/watch?v=pJf1zqGaxAw
Geloofsbelijdenis
Psalm 89:1 (Orgelspel en tekstlezing)
Dankgebed en voorbeden
Lied 642: 1,3,8 (Orgelspel en tekstlezing)
Zegen

Orde van dienst 4 april 2021 Paaszondag

Voorganger: ds. H.J. Prosman
Organist: Dhr. Sjaak Warnaar
Ouderling: Mevr N. Griffioen
Diaken Dhr. J. Kalshoven

De diensten zijn te volgen via kerkomroep:
https://www.kerkomroep.nl/#/kerken/10950
En via facebook
https://www.facebook.com/HervormdNieuwkoop/

Welkom en mededelingen

Votum en groet

Lied 637: 1,2,3,4 (mogelijk 4 voorzangers, anders orgelspel en tekstlezing)

Gebod

Luisteren: lied 624: 1,2,3 https://www.youtube.com/watch?v=HzPvBIlNSFU

Gebed

Schriftlezing Hosea 6: 1-3

Luisteren 769 “Eens als de bazuinen klinken”

Schriftlezing: Johannes 20:1-18

Lied 622: 1,2,3,4 (Orgelspel en tekstlezing)

Preek

Geloofsbelijdenis

Gezang 222: 1,2,3 (LvdK) (Orgelspel en tekstlezing)

ZWO:
Beste gemeente,
De afgelopen weken hebben wij vanuit de ZWO elke week aandacht besteed aan het project ‘Lichtpunten voor Syrische vluchtelingen’. Met dit project ondersteunen wij de hulp die via Kerk in Actie aan Syrische vluchtelingen in Libanon gegeven wordt. Deze hulp bestaat uit noodhulp zoals voedselpakketten, maar ook uit structurele hulp, zoals begeleiding bij het vinden van een juiste opleiding, stage of baan.
Ook ondersteunen wij het werk van Ds Wilbert van Saane die samen met zijn familie in Beiroet, de hoofdstad van Libanon, woont. Hij is predikant en geeft onderwijs in theologie aan de universiteit in Beiroet. Tijdens de veertigdagentijd hebben wij elke week een bericht van Wilbert over het leven in Libanon voorgelezen.

Dit jaar was het thema van de veertigdagentijd ‘Ik ben er voor jou: zeven keer barmhartigheid. Het thema van deze Paaszondag is: “Ik ben er voor jou” naar aanleiding van 1 Johannes 4:21 “Wie God liefheeft, moet ook de ander liefhebben.”

Dominee van Saane schrijft het volgende:
“Al-Masih kam! ‘Christus is opgestaan!’ Zo begroeten christenen in het Midden-Oosten elkaar in de Paastijd. Het antwoord is dan: Hakan kam! ‘Hij is waarlijk opgestaan!’ Er steekt hoop in die uitwisseling van woorden. Probeer het maar eens tegen elkaar te zeggen in het Arabisch of het Nederlands.
Hoop kunnen we alleen maar samen levend houden, niet alleen met woorden en gebeden, maar ook met praktische ondersteuning. We danken u hartelijk voor uw steun in gebed en actie voor de kerken van het Midden-Oosten. Het helpt hen om in deze moeilijke tijd vol te houden, en om er te zijn voor mensen in nood, zoals de vele vluchtelingen in de regio.
We zijn dankbaar voor de bijzondere betrokkenheid vanuit Nieuwkoop en we wensen u een gezegend Paasfeest. Al Masih kam!”

Uw spaardoosje kunt u achterlaten in het voorportaal, op de tafel naast de collectebussen. U kunt dit bedrag ook giraal overmaken, als u dat liever wilt. Het rekeningnummer staat vermeld in het Kerkblad.

Psalm 21: 3,7 (Orgelspel en tekstlezing)

“U zij de glorie (mogelijk 4 voorzangers, anders orgelspel en tekstlezing )

Zegen

Dienst op goede vrijdag 19:00

Voorganger: Ds. Henk-Jan Prosman
Organist:   Ad van Pelt

Welkom en mededelingen

Votum en groet

Inleiding

Lied 562: 1 (Orgelspel en tekstlezing)

Gebed

1e lezing Johannes 18: 1-11 (Evert de Jong)

Nadat Jezus dit alles gezegd had, ging hij met zijn leerlingen naar de overkant van de Kidronbeek. Daar liep hij een olijfgaard in, met zijn leerlingen. Judas, zijn verrader, kende deze plek ook, want Jezus was er vaak met zijn leerlingen samengekomen. Judas ging ernaartoe, samen met een cohort soldaten en dienaren van de hogepriesters en de farizeeën. Ze waren gewapend en droegen fakkels en lantaarns. Jezus wist precies wat er met hem zou gebeuren. Hij liep naar hen toe en vroeg: ‘Wie zoeken jullie?’ Ze antwoordden: ‘Jezus uit Nazaret.’ ‘Ik ben het,’ zei Jezus, terwijl Judas, zijn verrader, erbij stond. Toen hij zei: ‘Ik ben het,’ deinsden ze achteruit en vielen op de grond. Weer vroeg Jezus: ‘Wie zoeken jullie?’ en weer zeiden ze: ‘Jezus uit Nazaret.’ ‘Ik heb jullie al gezegd: “Ik ben het,”’ zei Jezus. ‘Als jullie mij zoeken, laat deze mensen dan gaan.’ Zo gingen de woorden in vervulling die hij gesproken had: ‘Geen van hen die u mij gegeven hebt, heb ik verloren laten gaan.’ Daarop trok Simon Petrus het zwaard dat hij bij zich had, haalde uit naar de slaaf van de hogepriester en sloeg hem zijn rechteroor af; Malchus heette die slaaf.
Maar Jezus zei tegen Petrus: ‘Steek je zwaard in de schede. Zou ik de beker die de Vader mij gegeven heeft niet drinken?’

Lied 571: 1,2 (Orgelspel en tekstlezing)

2e lezing Johannes 18: 12-32 (Evert de Jong)

De soldaten met hun tribuun en de Joodse gerechtsdienaars grepen Jezus en boeiden hem. Ze brachten hem eerst naar Annas, de schoonvader van Kajafas. Kajafas was dat jaar hogepriester en hij was het die de Joden had voorgehouden: ‘Het is goed dat één man sterft voor het hele volk.’ Simon Petrus liep met een andere leerling achter Jezus aan. Deze andere leerling kende de hogepriester en ging met Jezus het paleis van de hogepriester in, maar Petrus bleef buiten bij de poort staan. Daarop kwam de andere leerling, de kennis van de hogepriester, weer naar buiten; hij sprak met de portierster en nam Petrus mee naar binnen. Het meisje sprak Petrus aan: ‘Ben jij soms ook een leerling van die man?’ ‘Nee, ik niet,’ zei hij. De slaven en de gerechtsdienaars stonden zich te warmen bij een vuur dat ze hadden aangelegd omdat het koud was; ook Petrus ging zich erbij staan warmen.
De hogepriester ondervroeg Jezus over zijn leerlingen en over zijn leer. Jezus zei: ‘Ik heb in het openbaar tot de wereld gesproken. Ik heb steeds onderricht gegeven op plaatsen waar de Joden bij elkaar komen, in synagogen en in de tempel, en nooit heb ik iets in het geheim gezegd. Waarom ondervraagt u mij? Vraag het toch aan de mensen die mij gehoord hebben, zij weten wat ik gezegd heb.’ Toen Jezus dat zei gaf een van de dienaren die erbij stonden, hem een klap in het gezicht: ‘Is dat een manier om de hogepriester te antwoorden?’ Jezus zei: ‘Als ik iets verkeerds gezegd heb, zeg dan wat er verkeerd was, maar als het juist is wat ik heb gezegd, waarom slaat u me dan?’ Daarna stuurde Annas hem geboeid naar Kajafas, de hogepriester.
Simon Petrus stond zich intussen nog steeds te warmen. ‘Ben jij soms ook een leerling van hem?’ vroegen ze. ‘Nee,’ ontkende Petrus, ‘ik niet.’ Maar een van de slaven van de hogepriester, een familielid van de man van wie Petrus het oor had afgeslagen, zei: ‘Maar ik heb toch gezien dat je bij hem was in de olijfgaard?’ Weer ontkende Petrus, en meteen kraaide er een haan.

Jezus werd van Kajafas naar het pretorium gebracht. Het was nog vroeg in de morgen. Zelf gingen ze niet naar binnen, om zich niet te verontreinigen voor het pesachmaal. Daarom kwam Pilatus naar buiten en vroeg: ‘Waarvan beschuldigt u deze man?’ Ze antwoordden: ‘Als hij geen misdadiger was, zouden we hem niet aan u uitgeleverd hebben.’ Pilatus zei: ‘Neem hem dan mee, en veroordeel hem volgens uw eigen wet.’ Maar de Joden wierpen tegen: ‘Wij hebben het recht niet om iemand ter dood te brengen.’
Zo ging de uitspraak van Jezus in vervulling waarin hij aanduidde welke dood hij sterven zou.

571: 3,4,5 (Orgelspel en tekstlezing)

3e lezing Johannes 18: 33-40 (Ruud Stam)

Nu ging Pilatus het pretorium weer in. Hij liet Jezus bij zich komen en vroeg hem: ‘Bent u de koning van de Joden?’ Jezus antwoordde: ‘Vraagt u dit uit uzelf of hebben anderen dit over mij gezegd?’ ‘Ik ben toch geen Jood,’ antwoordde Pilatus. ‘Uw volk en uw hogepriesters hebben u aan mij uitgeleverd – wat hebt u gedaan?’ Jezus antwoordde: ‘Mijn koningschap hoort niet bij deze wereld. Als mijn koningschap bij deze wereld hoorde, zouden mijn dienaren wel gevochten hebben om te voorkomen dat ik aan de Joden werd uitgeleverd. Maar mijn koninkrijk is niet van hier.’
Pilatus zei: ‘U bent dus koning?’ ‘U zegt dat ik koning ben,’ zei Jezus. ‘Ik ben geboren en naar de wereld gekomen om van de waarheid te getuigen, en ieder die de waarheid is toegedaan, luistert naar wat ik zeg.’ Hierop zei Pilatus: ‘Maar wat is waarheid?’
Na deze woorden ging hij weer naar de Joden buiten. ‘Ik heb geen schuld in hem gevonden,’ zei hij. ‘Maar het is bij u gebruikelijk dat ik met Pesach iemand vrijlaat – wilt u dat ik de koning van de Joden vrijlaat?’ Toen begon iedereen te schreeuwen: ‘Hem niet, maar Barabbas!’ Barabbas was een misdadiger.

Lied 576a: 1,2 (Orgelspel en tekstlezing)

4e lezing Johannes 19:1-16 (Ruud Stam)

Toen liet Pilatus Jezus geselen. De soldaten vlochten een kroon van doorntakken, zetten die op zijn hoofd en deden hem een purperen mantel aan. Ze liepen naar hem toe en zeiden: ‘Leve de koning van de Joden!’, en ze sloegen hem in het gezicht. Pilatus liep weer naar buiten en zei: ‘Ik zal hem hier buiten aan u tonen om u duidelijk te maken dat ik geen enkel bewijs van zijn schuld heb gevonden.’ Daarop kwam Jezus naar buiten, met de doornenkroon op en de purperen mantel aan. ‘Hier is hij, de mens,’ zei Pilatus. Maar toen de hogepriesters en de gerechtsdienaars hem zagen begonnen ze te schreeuwen: ‘Kruisig hem, kruisig hem!’ Toen zei Pilatus: ‘Neem hem dan maar mee en kruisig hem zelf, want ik zie niet waaraan hij schuldig is.’
De Joden zeiden: ‘Wij hebben een wet die zegt dat hij moet sterven, omdat hij zich de Zoon van God heeft genoemd.’ Toen Pilatus dat hoorde werd hij erg bang. Hij ging het pretorium weer in en vroeg aan Jezus: ‘Waar komt u vandaan?’ Maar Jezus gaf geen antwoord. ‘Waarom zegt u niets tegen mij?’ vroeg Pilatus. ‘Weet u dan niet dat ik de macht heb om u vrij te laten of u te kruisigen?’
Jezus antwoordde: ‘De enige macht die u over mij hebt, is u van boven gegeven. Daarom draagt degene die mij aan u uitgeleverd heeft de meeste schuld.’ Vanaf dat moment wilde Pilatus hem vrijlaten. Maar de Joden riepen: ‘Als u die man vrijlaat bent u geen vriend van de keizer, want iedereen die zichzelf tot koning uitroept pleegt verzet tegen de keizer.’ Pilatus hoorde dat, liet Jezus naar buiten brengen en nam plaats op de rechterstoel op het zogeheten Mozaïekterras, in het Hebreeuws Gabbata.
Het was rond het middaguur op de voorbereidingsdag van Pesach. Pilatus zei tegen de Joden: ‘Hier is hij, uw koning.’
Meteen schreeuwden ze: ‘Weg met hem, weg met hem, aan het kruis met hem!’ Pilatus vroeg: ‘Moet ik uw koning kruisigen?’ Maar de hogepriesters antwoordden: ‘Wij hebben geen andere koning dan de keizer!’ Toen droeg Pilatus hem aan hen over om hem te laten kruisigen.

Lied 576a: 3,4 (Orgelspel en tekstlezing)

5e lezing Johannes 19: 17-27 (Henk-Jan Prosman)

Zij voerden Jezus weg; hij droeg zelf het kruis naar de zogeheten Schedelplaats, in het Hebreeuws Golgota. Daar kruisigden ze hem, met twee anderen, aan weerskanten één, en Jezus in het midden.
Pilatus had een inscriptie laten maken die op het kruis bevestigd werd. Er stond op ‘Jezus uit Nazaret, koning van de Joden’. Het stond er in het Hebreeuws, het Latijn en het Grieks, en omdat de plek waar Jezus gekruisigd werd dicht bij de stad lag, werd deze inscriptie door veel Joden gelezen. De hogepriesters van de Joden zeiden tegen Pilatus: ‘U moet niet “koning van de Joden” schrijven, maar “Deze man heeft beweerd: Ik ben de koning van de Joden”.’ ‘Wat ik geschreven heb, dat heb ik geschreven,’ was het antwoord van Pilatus. Nadat ze Jezus gekruisigd hadden, verdeelden de soldaten zijn kleren in vieren, voor iedere soldaat een deel. Maar zijn onderkleed was in één stuk geweven, van boven tot beneden.
Ze zeiden tegen elkaar: ‘Laten we het niet scheuren, maar laten we loten wie het hebben mag.’ Zo ging in vervulling wat de Schrift zegt: ‘Ze verdeelden mijn kleren onder elkaar en wierpen het lot om mijn gewaad.’ Dat is wat de soldaten deden.
Bij het kruis van Jezus stonden zijn moeder met haar zuster, Maria, de vrouw van Klopas, en Maria uit Magdala. Toen Jezus zijn moeder zag staan, en bij haar de leerling van wie hij veel hield, zei hij tegen zijn moeder: ‘Dat is uw zoon,’ en daarna tegen de leerling: ‘Dat is je moeder.’ Vanaf dat moment nam die leerling haar bij zich in huis.

Lied 577: 1,2,3 (Orgelspel en tekstlezing)

6e lezing Johannes 19: 28-42 (Henk-Jan Prosman)

Toen wist Jezus dat alles was volbracht, en om de Schrift geheel in vervulling te laten gaan zei hij: ‘Ik heb dorst.’
Er stond daar een vat zure wijn; ze staken er een majoraantak met een spons in en brachten die naar zijn mond. Nadat Jezus ervan gedronken had zei hij: ‘Het is volbracht.’ Hij boog zijn hoofd en gaf de geest.
Het was voorbereidingsdag, en de Joden wilden voorkomen dat de lichamen op sabbat, en nog wel een bijzondere sabbat, aan het kruis zouden blijven hangen. Daarom vroegen ze Pilatus of de benen van de gekruisigden gebroken mochten worden en of ze de lichamen mochten meenemen. 32Toen braken de soldaten de benen van de eerste die tegelijk met Jezus gekruisigd was, en ook die van de ander. Vervolgens kwamen ze bij Jezus, maar ze zagen dat hij al gestorven was. Daarom braken ze zijn benen niet. Maar een van de soldaten stak een lans in zijn zij en meteen vloeide er bloed en water uit. Hiervan getuigt iemand die het zelf heeft gezien, en zijn getuigenis is betrouwbaar. Hij weet dat hij de waarheid spreekt en wil dat ook u gelooft.
Zo ging de Schrift in vervulling: ‘Geen van zijn beenderen zal verbrijzeld worden.’
Een andere schrifttekst zegt: ‘Zij zullen hun blik richten op hem die ze hebben doorstoken.’
Na deze gebeurtenissen vroeg Josef uit Arimatea – die uit vrees voor de Joden in het geheim een leerling van Jezus was – aan Pilatus of hij het lichaam van Jezus mocht meenemen. Pilatus gaf toestemming en Josef nam het lichaam mee.
Nikodemus, die destijds ’s nachts naar Jezus toe gegaan was, kwam ook; hij had een mengsel van mirre en aloë bij zich, wel honderd litra. Ze wikkelden Jezus’ lichaam met de balsem in linnen, zoals gebruikelijk is bij een Joodse begrafenis. Dicht bij de plaats waar Jezus gekruisigd was lag een olijfgaard, en daar was een nieuw graf, waarin nog nooit iemand begraven was.
Omdat het voor de Joden voorbereidingsdag was en dat graf dichtbij was, legden ze Jezus daarin.

578:1,2,6 (Orgelspel en tekstlezing)

Overdenking

590: 1,2,5 (Orgelspel en tekstlezing)

Dankgebed

Psalm 89:18 (Orgelspel en tekstlezing)

Zegen

Dienst op Witte Donderdag 19.00 uur

Welkom en mededelingen
Votum en groet
Lied 561: 1,2,3,4,5 (Orgelspel en tekstlezing)
Gebed
Schriftlezing Exodus 12: 15-20
Gezang 366: 1,2,5,6 (LvdK)
Schriftlezing Johannes 13: 1-15
Luisteren: “Aan uw voeten, Heer”
https://www.youtube.com/watch?v=ESfRfGS1azU
Preek
Lied 569: 1,2,3,4 (Orgelspel en tekstlezing)
Avondmaalsformulier
De tafel wordt gereed gemaakt
Psalm 81: 1,8,9 (Orgelspel en tekstlezing)
Viering van het Heilig Avondmaal
Lied 103e (Orgelspel en tekstlezing)
Dankgebed
Lied 569:4 (Orgelspel en tekstlezing)
Zegen