Orde van dienst voor zondag 7 november 2021 ( Najaarszendingsdienst)

Voorganger:  Ds. F. Bos, Waddinxveen
Organist:        Mevr. H. Visscher – Roersen
Ouderling:     Mevr. F. Wille
Diaken:          Dhr. J. Kalshoven

De diensten zijn te volgen via kerkdienst-gemist
https://kerkdienstgemist.nl/stations/2491-Nieuwkoop-HG

Orgelspel
Mededelingen
intochtslied/ psalm van de zondag 146,3,4
Votum en Groet
Verootmoediging
Gebod van God
Zingen: lied 304
Gebed bij de opening van het Woord
Kinderlied: Evangelische Liedbundel 440 (Hoor de vogels…)

1. Hoor, de vogels zingen weer 
Wat doe jij, wat doe jij? 
Samen danken zij de Heer 
Wat doe jij? 

Refrein: 
Dank de Heer voor elke dag 
Die je van Hem leven mag 
Vogels doen dat telkens weer 
Wat doe jij? 

2. Vogels maken zich niet druk 
Wat doe jij, wat doe jij 
Zingen zomaar van geluk 
Wat doe jij? 
(refrein) 

3. 
Vogels leven vrij en blij 
Wat doe jij, wat doe jij 
God, de Vader, danken zij 
Wat doe jij? 
(refrein)   

Muziek van dit lied

Kinderen gaan naar nevendienst

Schriftlezing: 2 Kronieken 28, 1-15  uit Bijbel in gewone taal

Koning Achaz van Juda
Achaz wordt koning van Juda
28
1 Achaz werd koning toen hij twintig jaar oud was. Hij regeerde zestien jaar vanuit Jeruzalem.
Achaz is een slechte koning
Achaz leefde niet zoals zijn voorvader David, want hij deed niet wat de Heer wilde. 2 Achaz deed net zulke slechte dingen als de koningen van Israël. Hij maakte beelden van de god Baäl. 3-4 Hij bracht offers op de offerplaatsen, op elke heuvel en onder iedere groene boom. En hij verbrandde zelfs zijn zonen als offer in het Hinnom-dal. Daarmee volgde hij het afschuwelijke voorbeeld van de volken die de Heer uit het land weggejaagd had.
Juda wordt aangevallen
5-6 Koning Achaz en de inwoners van Juda waren dus ontrouw aan de Heer, de God van hun voorouders. Daarom zorgde de Heer ervoor dat Achaz verslagen werd door andere koningen. Eerst werd Achaz verslagen door de koning van Aram. De Arameeërs namen veel soldaten van Juda als gevangenen mee naar hun stad Damascus. Daarna werd Achaz verslagen door koning Pekach van Israël, de zoon van Remaljahu. Dat was een grote overwinning voor Israël. Op één dag werden er 120.000 dappere soldaten van Juda gedood. 7Zichri, uit de stam Efraïm, was een beroemde soldaat in het leger van Israël. Hij doodde Maäseja, de zoon van koning Achaz. Ook doodde hij Azrikam, de leider van de dienaren van de koning, en Elkana, de belangrijkste man na de koning. 8 Het leger van Israël nam 200.000 vrouwen en kinderen uit Juda als gevangenen mee naar hun stad Samaria. Ze roofden ook veel bezittingen, en namen die mee naar huis.
Israël moet de Judeeërs vrijlaten
9 Toen het leger van Israël terugging naar Samaria, kwam een profeet van de Heer hun tegemoet. Hij heette Oded. Oded zei tegen het leger van Israël: ‘De Heer, de God van jullie voorouders, was woedend op het volk van Juda. Daarom heeft hij ervoor gezorgd dat jullie hen konden verslaan. Maar jullie hebben je vreselijk gedragen tegenover hen! Jullie hebben heel veel mensen in Juda en Jeruzalem gedood. 10En nu willen jullie ook nog mensen daarvandaan als gevangenen meenemen. Jullie willen hen als slaven en slavinnen voor je laten werken! Trouwens, jullie zijn zelf ook schuldig! Jullie hebben ook dingen gedaan die de Heer, jullie God, slecht  vindt. 11 Luister dus naar mij! Stuur de gevangenen terug naar Juda. Want de Heer is boos op jullie.’ 12 Een paar belangrijke leiders van de stam Efraïm waren het met Oded eens. Dat waren: Azarja, de zoon van Jochanan, Berechja, de zoon van Mesillemot, Jechizkia, de zoon van Sallum, en Amasa, de zoon van Chadlai. Die mannen gingen naar het leger van Israël, 13 en zeiden: ‘Breng die gevangenen niet naar Samaria. Want de Heer is al boos op ons volk, omdat we slechte dingen gedaan hebben. Als jullie de gevangenen naar Israël brengen, dan wordt de Heer nog kwader op ons!’
De Judeeërs mogen terug naar huis
14 Toen brachten de soldaten hun gevangenen naar de leiders van Efraïm en naar het volk. De bezittingen die de soldaten geroofd hadden, leverden ze in. 15 Die bezittingen werden gebruikt om de gevangenen te helpen. Er werden mensen aangewezen die daarvoor moesten zorgen. Zij gaven kleren en schoenen aan de gevangenen die geen kleren meer hadden. Ook gaven ze de gevangenen eten en drinken, en ze verzorgden hun wonden. De mensen die niet meer konden lopen, werden op ezels gezet. Toen brachten ze alle gevangenen terug naar de grens met Juda, naar Jericho, de stad van de palmbomen. Daarna gingen de soldaten weer terug naar

Zingen: lied 320,1,2,3

Schriftlezing: Mattheus 5,13-16 door Annemarie Rietveld uit Bijbel in gewone taal

De bijzondere taak van de leerlingen
13 Jezus zei tegen zijn leerlingen: ‘Jullie zijn het zout in deze wereld. Zout heeft een sterke smaak. Maar als het zijn smaak verliest, kun je het niet opnieuw zout maken. Dan is het waardeloos en wordt het weggegooid.
14Jullie zijn het licht in deze wereld. Een stad op een berg is voor iedereen zichtbaar. 15Niemand zet een brandende lamp onder een emmer. Je zet een lamp juist hoog. Dan schijnt het licht voor alle mensen in huis. 16 Zo moeten ook jullie een licht zijn en schijnen voor alle mensen. Dan zien ze de goede dingen die jullie doen. En dan zullen ze jullie hemelse Vader eren.’

Zingen: lied 316,1,4
Uitleg en prediking
Meditatief orgelspel
Zingen: lied 969
Kinderen komen terug in de kerk, in morgendienst
Informatie:
-Wilma Wolswinkel (Kerk in Actie) over project Syrische vluchtelingen in Libanon
-Update van ds. Wilbert van Saane over zijn werk in Libanon

Dankgebed en voorbeden (m.m.v. Margreet van Koert), stil gebed, ‘Onze Vader’
Slotlied: 423 
Heenzending en zegen
Gezongen Amen

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *