Orde van dienst 4 oktober 2026

Voorganger:                      ds. H.J. Prosman
Organist:                             Mevr. Saskia ten Have
Ouderling:                          Mevr. Nel Griffioen
Diaken:                               Dhr. J. Kalshoven

De diensten zijn te volgen via kerkdienst-gemist
https://kerkdienstgemist.nl/stations/2491-Nieuwkoop-HG

Orgelspel
Welkom en mededelingen
Zingen                                  Aanvangspsalm 42:1,7
Bemoediging en groet

Voorganger: Onze hulp is in de naam van de Heer.
Gemeente: Die hemel en aarde gemaakt heeft.
Voorganger: Die trouw blijft tot in eeuwigheid.
Gemeente: En niet loslaat wat Zijn hand begon

Voorganger: Genade, barmhartigheid en vrede zij u van God, onze Vader, en van Christus Jezus onze Heere.
Gemeente: Amen.
(Blijven staan)
Voorganger:
Heer God,
Alle harten liggen voor U open,
Alle verlangens zijn aan U bekend
En voor U bestaan er geen geheimen.

Gemeente:
Zuiver onze harten en gedachten
Door de adem van Uw geest.
Dat wij U voluit kunnen liefhebben
En Uw naam eer aandoen. Amen.

(Gemeente gaat zitten)

Gezang 678:1,2,3,9

Gedicht
Die hond en ik. Hij heeft zich
teruggetrokken in zichzelf, en ik
– ik had mijn hand op zijn rug
gelegd, zijn huid rimpelde,
ik had hem aangekeken en hij
keek op in mijn gezicht alsof
hij iets zocht uit mijn mond,
ik had iets gemompeld en
hij legde zich neer, zuchtte
en sliep in –
ik moet iets zijn geweest in
die hand, dat gezicht, die mond,
iets dat ik heb gekend, maar nu
verborgen is in hem, die hond.
(Rutger Kopland)

Smeekgebed /                  367b


Gloria: Zonnelied van Franciscus (Gezang 400 LvdK)

1 Almachtige, verheven Heer, halleluja,
aan U behoort de lof en eer, halleluja.
Wie kan U loven als Gij zijt, halleluja,
wij zegenen uw heerlijkheid, halleluja.
Halleluja, halleluja, halleluja.

2 Geloofd om gans uw creatuur, halleluja!
Ten eerste om dat blinkend vuur, halleluja,
die warme schitterende bron, halleluja,
de heer des hemels, broeder zon, halleluja.
Halleluja, halleluja, halleluja.

8 Geloofd om moeder aarde, Heer, halleluja,
ons leven staat in haar beheer, halleluja,
zij geeft ons vruchten zonder tal, halleluja,
en bonte bloemen overal, halleluja.
Halleluja, halleluja, halleluja.

12 Geloofd, gezegend zijt Gij Heer, halleluja,
wij brengen U de lof en eer, halleluja.
Wij willen nederig en klein, halleluja,
de dienaars van uw grootheid zijn, halleluja.
Halleluja, halleluja, halleluja.

Moment met de kinderen

Kinderlied: Ik zag een kuikentje Ik zag een kuikentje
Dat bij zijn moeder zat
Onder haar vleugels
Waar het veilig zat
Tegen regen, tegen zonneschijn
Heer, zo wil ik bij U zijn

In de schaduw van Uw vleugels
Wil ik schuilen, wil ik schuilen
In de schaduw van uw vleugels
Wil ik schuilen, o Heer

U bent mijn toevlucht
U bent mijn sterkte
U bent mijn schuilplaats
U o Heer

In de schaduw van Uw vleugels
Wil ik schuilen, wil ik schuilen
In de schaduw van Uw vleugels
Wil ik schuilen, o Heer

Ik zag een kuikentje
Dat bij zijn moeder zat
Onder haar vleugels
Waar het veilig zat
Zoals dat kuikentje
Klein en teer
Wil ik schuilen, o Heer

Gebed

Schriftlezing: Numeri 22: 21-35

De volgende morgen maakte Bileam zich gereed, zadelde zijn ezelin en ging met de Moabitische leiders mee. 22Maar nauwelijks was hij op weg, rijdend op zijn ezelin en vergezeld door twee van zijn dienaren, of God ontstak in woede. De engel van de HEER ging op de weg staan om Bileam tegen te houden. 23De ezelin zag de engel van de HEER op de weg staan, met een getrokken zwaard in de hand, en ze ging opzij, van de weg af het veld in. Bileam sloeg de ezelin om haar weer naar de weg te drijven. 24Hierop ging de engel van de HEER op een smalle weg tussen de wijngaarden staan. Aan weerszijden was een muur. 25Toen de ezelin de engel van de HEER zag, drukte ze zich tegen de muur, zodat Bileams voet bekneld raakte. Weer sloeg hij haar. 26De engel van de HEER ging opnieuw een stuk verderop staan, in een nauwe doorgang, waar geen ruimte was om naar links of rechts uit te wijken. 27Toen de ezelin de engel van de HEER zag ging ze liggen, met Bileam nog op haar rug. Bileam werd woedend en sloeg de ezelin met een stok. 28Toen opende de HEER de mond van de ezelin. Ze vroeg Bileam: ‘Wat heb ik u misdaan, dat u me nu al drie keer geslagen hebt?’ 29‘Je solt met me,’ zei Bileam. ‘Als ik een zwaard bij me had, dan had ik je allang gedood!’ 30De ezelin vroeg Bileam: ‘Ben ik niet de ezelin waarop u al uw hele leven rijdt? Heb ik me soms eerder zo gedragen?’ ‘Nee, nooit,’ antwoordde hij. 31Toen opende de HEER Bileam de ogen, zodat hij de engel van de HEER op de weg zag staan, met het getrokken zwaard in de hand. Hij knielde en boog diep voorover. 32De engel van de HEER vroeg hem: ‘Waarom heb je je ezelin nu al drie keer geslagen? Ik ben gekomen om je tegen te houden; doordat Ik hier sta is de weg afgesloten. 33Driemaal zag je ezelin Mij, en driemaal is ze voor Me opzij gegaan. Had ze dat niet gedaan, dan had Ik jou gedood maar haar in leven gelaten.’ 34Bileam zei tegen de engel van de HEER: ‘Ik heb gezondigd, want ik wist niet dat U tegenover mij stond. Maar als wat ik doe slecht is in uw ogen, ga ik terug naar huis.’ 35De engel van de HEER zei tegen Bileam: ‘Ga maar met die mannen mee. Maar je mag alleen zeggen wat Ik je opdraag.’ Dus ging Bileam met Balaks gezanten mee.

Gezang 395:

O Heer, verberg U niet voor mij,
wanneer ik mij verberg voor U.
Gij weet het, ik ben bang voor U ,
ontwijk U en verlang naar U.
O ga niet aan mijn hart voorbij.

En wees niet toornig over mij,
wanneer ik U geen liefde bied.
Ik noem U, maar ik ken U niet,
ik buig mij, maar ik ben het niet
en mijn gebed is tegen mij.

Spreek zelf in mij het rechte woord.
Zo vaak ik woorden voor U vond,
heb ik mij in mijn woord vermomd.
Nu wacht ik tot Gij zelve komt
en spreekt, zodat uw knecht het hoort.

Heer, roep mij als uw dwalend schaap,
dat U niet zoekt en U niet vindt.
Geef mij, als een die Gij bemint,
geef, dat ik als uw eigen kind
uw stem mag horen in mijn slaap.

Preek

Pianospel

Liedboek 344 (klein Credo)

Dankgebed, voorbeden, Onze Vader

Collecte

Lied 802:1,4 (traditionele melodie)

Zegen
Gezongen Amen