Orde van dienst 4 november 2026 – Dankdag voor Gewas en Arbeid

Voorganger:                      ds. H.J. Prosman
Organist:                             Dhr. Ad van Pelt
Ouderling:                          Dhr.  R. Verhallen
Diaken:                               Dhr. J. Kalshoven

De diensten zijn te volgen via kerkdienst-gemist

https://kerkdienstgemist.nl/stations/2491-Nieuwkoop-HG

Orgelspel
Welkom en mededelingen
Gezang 322: 1,2 (LvdK)
Hoor Gij ons aan!
Wij heffen onze handen,
kom Gij tot ons, neem onze offeranden,
waarmee wij dankbaar voor U staan.

In stil ontzag
zijn wij voor U getreden.
Wend dan uw oor naar onze smeekgebeden,
waak met uw ogen nacht en dag!

Bemoediging en groet

Gezang 322: 5,6 (LvdK)

Gij spreekt ons aan,
Ge hebt de mens verkoren:
aan deze plaats doet Gij uw woorden horen,
hier zijt Gij, want hier woont uw naam.

O, antwoord Gij,
als wij tezamen bidden,
daal neder uit uw hoogte in ons midden!
In uw vergeving wonen wij.

Gebed

Schriftlezing Johannes 6:1-15
1Daarna ging Jezus naar de overkant van het Meer van Galilea (ook wel het Meer van Tiberias genoemd). 2Een grote menigte mensen volgde Hem, omdat ze gezien hadden welke tekenen Hij bij zieken verrichtte. 3Jezus ging de berg op, en ging daar met zijn leerlingen zitten. 4Het was kort voor het Joodse pesachfeest. 5Toen Jezus om zich heen keek en zag dat die menigte naar Hem toe kwam, vroeg Hij aan Filippus: ‘Waar kunnen we brood kopen om deze mensen te eten te geven?’ 6Hij vroeg dat om Filippus op de proef te stellen, want zelf wist Hij al wat Hij zou gaan doen. 7Filippus antwoordde: ‘Zelfs tweehonderd denarie zou niet voldoende zijn om iedereen een klein stukje brood te geven.’ 8Een van de leerlingen, Andreas, de broer van Simon Petrus, zei: 9‘Er is hier wel een jongen met vijf gerstebroden en twee vissen – maar wat hebben we daaraan voor zoveel mensen?’ 10Jezus zei: ‘Laat iedereen gaan zitten.’ Er was daar veel gras, en ze gingen zitten; er waren ongeveer vijfduizend mensen. 11Jezus nam de broden, sprak het dankgebed uit en verdeelde het brood onder de mensen die er zaten. Hij gaf hun ook vis, zo veel als ze wilden. 12Toen iedereen volop gegeten had zei Hij tegen zijn leerlingen: ‘Verzamel nu de overgebleven stukken brood, zodat er niets verloren gaat.’ 13Dat deden ze en ze vulden twaalf manden met wat overgebleven was van de vijf gerstebroden die men had gegeten. 14Toen de mensen het teken zagen dat Hij verricht had, zeiden ze: ‘Hij moet wel de profeet zijn die in de wereld zou komen.’ 15Jezus begreep dat ze Hem wilden dwingen mee te gaan, om Hem dan tot koning uit te roepen. Daarom trok Hij zich terug op de berg, alleen.

Lied 840:1,2,3
Preek
Zingen: Psalm 65: 2,5
Dankgebed, Voorbeden, Onze Vader
Slotzang gezang 15: 1,3 (LvdK)

 Loof nu, mijn ziel, de Here,
loof, al wat in mij is, zijn naam!
Vergeet niet, hoeveel keren
de Here u heeft welgedaan.
Hij wil uw schuld vergeven,
u redden van de dood,
gij zijt met heel uw leven
geborgen in zijn schoot.
De Heer vernieuwt uw krachten
als van een adelaar,
Hij maakt wie Hem verwachten
al zijn beloften waar.

De Heer is als een vader,
die voor zijn kindren ’t beste wil;
wie Hem vertrouwend naadren,
die geeft Hij rust, die maakt Hij stil.
Hij immers kent ons broze
bestaan, want stof zijn wij, –
een teer geluk, als rozen
zo schoon, zo snel voorbij;
als gras zijn wij, als blaren, –
wanneer de najaarswind
door ’s levens boom komt varen,
wie is er die ze vindt?

Zegen
Gezongen Amen