Orde van dienst voor zondag 17 oktober 2021

Voorganger:    Mevr.Ds. G.van’t Kruis, Alphen a/d Rijn 
Organist:       Dhr. Sjaak Warnaar
Ouderling:      Dhr. Robert Verhallen
Diaken:         Dhr. S. de Feij

De diensten zijn te volgen via kerkdienst-gemist:
https://kerkdienstgemist.nl/stations/2491-Nieuwkoop-HG

Orgelspel
Welkom en mededelingen
Intochtslied Ps. 25: 1
Stil gebed
Votum en Groet
Verootmoediging
Lied Ps. 25: 2
Gebed bij de opening van het Woord
Schriftlezing: Job 3:20-Job 4: 8
Lied 283: 1-4
Schriftlezing Job 38: 1-11
Lied 850
Uitleg en prediking
Meditatief orgelspel
Gezongen Geloofsbelijdenis, 340b
Dankgebed en voorbeden
Slotlied 910: 1, 3 en 4
Heenzending en zegen met gezongen Amen

Orde van dienst voor zondag 10 oktober 2021

Voorganger :Ds. H.J. Prosman

Geen kindernevendienst

De diensten zijn te volgen via kerkdienst-gemist
https://kerkdienstgemist.nl/stations/2491-Nieuwkoop-HG

Welkom en mededelingen

Psalm 130: 1,2


Votum en groet

Psalm 130: 3,4

Lezing van de wet


Lied 886 (eenmaal Engels, eenmaal Nederlands)

Gebed bij de opening van het woord

Kinderlied: “God die alles maakte” (Hemelhoog 247)

God die alles maakte

de lucht en ’t zonlicht blij

de hemel en de aarde

zorgt ook voor mij

God die ’t gras gemaakt heeft

de bloemen in de wei

de bomen, vruchten, vogels

zorgt ook voor mij

God die alles maakte

de maan, de sterrenrij

als duist’re wolken komen

zorgt ook voor mij

Daniël 12:1-13

In die tijd zal Michaël opstaan, de grote vorst, die de kinderen van je volk terzijde staat. Het zal een tijd van verdrukking zijn, zoals er niet geweest is sinds er volken bestaan. In die tijd zal je volk worden gered: allen die in het boek zijn opgetekend. Velen van hen die slapen in de aarde, in het stof, zullen ontwaken, sommigen om eeuwig te leven, anderen om voor eeuwig te worden veracht en verafschuwd. De verlichten zullen stralen als het fonkelende hemelgewelf, en degenen die velen tot gerechtigheid hebben gebracht als de sterren, voor eeuwig en altijd. Maar houd deze woorden geheim, Daniël, en verzegel het boek tot de eindtijd. Velen zullen op zoek gaan en de kennis zal toenemen.’

Toen zag ik, Daniël, twee anderen staan, de ene aan deze oever van de rivier, de andere aan de overkant.
Een van hen zei tegen de in linnen geklede man die zich boven het water van de rivier bevond: ‘Hoe lang duurt het tot het einde van deze wonderbaarlijke gebeurtenissen?’

Daarop hoorde ik de in linnen geklede man die zich boven het water van de rivier bevond spreken. Hij hief beide handen op naar de hemel en zwoer bij de eeuwig Levende: ‘Eén tijd, een dubbele en een halve tijd: wanneer de macht van het heilige volk niet langer verbrijzeld zal worden, dan zullen al deze dingen zich hebben voltrokken.’ Ik hoorde het, maar begreep het niet en zei: ‘Mijn heer, hoe zal dit alles aflopen?’ Maar hij zei: ‘Ga heen, Daniël, want deze dingen blijven verborgen en verzegeld tot de eindtijd.
Velen zullen zich laten reinigen, zuiveren en louteren, maar de wettelozen zullen wetteloos handelen; en geen van de wettelozen zal het begrijpen, maar de verlichten zullen het wel begrijpen.

En vanaf het moment dat het dagelijks offer wordt afgeschaft en een verwoesting brengend afgodsbeeld is opgericht, zullen er twaalfhonderdnegentig dagen verstrijken. Gelukkig is de mens die blijft wachten en dertienhonderdvijfendertig dagen bereikt. Maar jij, ga het einde tegemoet. Je zult te ruste gaan en aan het einde van de dagen opstaan om je bestemming te bereiken.’

Psalm 100: 1,2,3,4 (melodie psalm 134)

Mattheüs 24: 15-28

Wanneer jullie dus de “verwoestende gruwel” waarover gesproken is door de profeet Daniël, zien staan op de heilige plaats (lezer, begrijp dit goed), dan moet iedereen in Judea de bergen in vluchten; wie op het dak van zijn huis is moet niet naar beneden gaan om nog spullen te halen, en wie op het land is moet niet terugkeren om zijn mantel te halen. Wat zal het rampzalig zijn voor de vrouwen die in die tijd zwanger zijn of een kind aan de borst hebben! Bid dat jullie niet in de winter zullen moeten vluchten en ook niet op sabbat.

Want het zal een tijd zijn van enorme verschrikkingen, zoals er sinds het ontstaan van de wereld tot nu nooit geweest zijn en er ook niet meer zullen komen. En als die tijd niet verkort zou worden, dan zou geen enkel mens worden gered; maar omwille van de uitverkorenen zal die tijd worden verkort. Als iemand dan tegen jullie zegt: “Kijk, dit is de messias,” of: “Daar is hij,” geloof dat dan niet.

Want er zullen valse messiassen en valse profeten komen, die indrukwekkende tekenen en wonderen zullen verrichten om ook Gods uitverkorenen zo mogelijk te misleiden. Let op, ik heb jullie dit van tevoren gezegd. Wanneer ze dus tegen jullie zeggen: “Kom mee, hij is in de woestijn,” ga er dan niet heen, of als ze zeggen: “Kijk, hij is daarbinnen,” geloof dat dan niet.

Want zoals een bliksemschicht vanuit het oosten weerlicht tot in het westen, zo zal ook de Mensenzoon komen. Waar een lijk is, daar zullen de gieren zich verzamelen.

Preek

Gezang 110-: 1,2,3,4 (LvdK)

1 Het Lam, voor ons op aard’ geslacht,

is eeuwig waard te ontvangen

de wijsheid, rijkdom, eer en kracht

en dankbre lofgezangen!

2 Hij, die als Hogepriester leeft,

en met zijn Geest ons zegent,

Hij is ‘t, die moed en sterkte geeft,

wat kwaad ons ook bejegent.

3 Die in ons oog de moeite leest,

toont ons zijn medelijden;

Hij is, als wij, verzocht geweest

en sterkt ons, als wij strijden.

4 Hij komt en draagt de gloriekroon;

God toont zijn welgevallen

en geeft aan Hem, als Mensenzoon

het oordeel over allen.

Geloofsbelijdenis

Lied 981: 1,4

Dankgebed en voorbede

Lied 802: 1,4 (traditionele melodie)

Zegen


Vergeet ook niet de startzondag dienst van 19 september – te bekijken op https://www.facebook.com/HervormdNieuwkoop

dit met optreden van de band www.relion.nl

Orde van dienst voor zondag 3 oktober 2021

Voorganger:  Ds. H. Mast uit Ter Heijde
Organist:        Dhr. Ad van Pelt
Ouderling:      Dhr. R. Verhallen
Diaken:          Dhr. S.de Feij

De diensten zijn te volgen via kerkdienst-gemist
https://kerkdienstgemist.nl/stations/2491-Nieuwkoop-HG

Orgelspel

Welkom en Mededelingen
Intochtslied:    NLB 868:1, 5. ( Lof zij de Heer, de almachtige koning)

Stil gebed, votum en groet

Lied:               NLB 320:1 (Wie oren om te horen heeft)

Geboden

Lied:               Psalm 86: 4. (Leer mij naar Uw wil te handelen)

Gebed bij de opening van het Woord

(Kinderen naar nevendienst)

Schriftlezing    I: Jeremia 17: 12 -14
12 ‘Een luisterrijke troon, hoog verheven vanaf het begin, dat is ons heiligdom. 13 HEER, bron van Israëls hoop, wie u verlaten, zullen te schande staan, wie van u weggaan, zullen in het stof worden geschreven, want ze hebben de , de bron van levend water, verlaten. 14 Genees mij, , dan zal ik gezond zijn, red mij, dan zal ik veilig zijn. Kon ik u niet altijd prijzen?
                        II: Johannes 8, 1 – 11
Een vrouw op overspel betrapt
8:1 Jezus ging naar de Olijfberg, 2 en vroeg in de morgen was hij weer in de tempel. Het hele volk kwam naar hem toe, hij ging zitten en gaf hun onderricht. 3 Toen brachten de Schriftgeleerden en de farizeeën een vrouw bij hem die op overspel betrapt was. Ze zetten haar in het midden en 4 zeiden tegen Jezus: ‘Meester, deze vrouw is op heterdaad betrapt toen ze overspel pleegde. 5 Mozes draagt ons in de wet op zulke vrouwen te stenigen. Wat vindt u daarvan?’ 6 Dit zeiden ze om hem op de proef te stellen, om te zien of ze hem konden aanklagen. Jezus bukte zich en schreef met zijn vinger op de grond. 7 Toen ze bleven aandringen, richtte hij zich op en zei: ‘Wie van jullie zonder zonde is, laat die als eerste een steen naar haar werpen.’ 8Hij bukte zich weer en schreef op de grond. 9 Toen ze dat hoorden gingen ze weg, een voor een, de oudsten het eerst, en ze lieten hem alleen, met de vrouw die in het midden stond. 10 Jezus richtte zich op en vroeg haar: ‘Waar zijn ze? Heeft niemand u veroordeeld?’ 11 ‘Niemand, heer,’ zei ze. ‘Ik veroordeel u ook niet,’ zei Jezus. ‘Ga naar huis, en zondig vanaf nu niet meer.’

Psalm 32: 1,2 ( Heil hem, wien God zijn ontrouw heeft vergeven)

Prediking

Meditatief orgelspel (Kinderen komen terug in de kerk)

Lied:               NLB 150a: 2,4. (Geprezen zij God!

Dankgebed en voorbeden

Slotlied:          Psalm 103:3,7. (Hij is een God van liefde en genade)

Heenzending en zegen

Amen (1x gezongen)
Orgelspel

Orde van dienst voor zondag 26 september 2021 Gezamenlijke dienst Hervormde en Gereformeerde kerk.

Voorganger:  Ds. H.J. Prosman
Organist:        Dhr. J.W. Hueting
Ouderling:      Dhr. R. Verhallen
Diaken:          Dhr. J. Kalshoven

De diensten zijn te volgen via kerkdienst-gemist
https://kerkdienstgemist.nl/stations/2491-Nieuwkoop-HG

Orgelspel Welkom en mededelingen

Psalm 121: 1,2

Stilte – Bemoediging en groet

Psalm 121: 3,4

Smeekgebed

Glorialied 870:1,2,3,7,8

Gebed voor de opening van de schriften

Schriftlezing Daniël 10:1-21

De eindtijd
10: 1 In het derde jaar van koning Cyrus van Perzië werd aan Daniël, die Beltesassar werd genoemd, een boodschap geopenbaard. Het was een betrouwbaar bericht over een grote strijd. Door een visioen begreep hij het bericht. 2 In die dagen was ik, Daniël, drie volle weken in de rouw. 3Smakelijk voedsel at ik niet, vlees en wijn kwamen niet in mijn mond, en ik wreef mij niet in met olie tot er drie weken verstreken waren. 4Op de vierentwintigste dag van de eerste maand, toen ik mij aan de oever van de grote rivier de Tigris bevond, 5 sloeg ik mijn ogen op en zag een man, gekleed in linnen, met om zijn lendenen een gordel gemaakt van goud uit Ufaz. 6 Zijn lichaam was als turkoois, zijn gezicht leek een bliksem en zijn ogen waren als fakkels van vuur. Zijn armen en voeten glansden als gepolijst koper en zijn stemgeluid leek door een mensenmenigte te worden voortgebracht. 7 Alleen ik, Daniël, zag de verschijning. De mannen in mijn gezelschap zagen de verschijning niet, maar werden wel bevangen door een grote angst, zodat zij wegvluchtten en zich verborgen 8 en ik alleen overbleef. Toen ik die indrukwekkende verschijning zag, verloor ik al mijn kracht; ik werd lijkbleek en was niet in staat nog iets te doen. 9 Ik hoorde zijn stem, maar zodra ik die hoorde verloor ik het bewustzijn en viel voorover op de grond. 10 Toen raakte een hand mij aan en deed me al bevend op handen en knieën steunen. 11 Hij zei tegen me: ‘Daniël, geliefde man, luister naar de woorden die ik tot je spreek en sta op, want ik ben naar je toe gestuurd.’ Nadat hij dit gezegd had, stond ik bevend op. 12 Toen zei hij: ‘Wees niet bang, Daniël, want vanaf de eerste dag dat je inzicht probeerde te verkrijgen door in deemoed te buigen voor je God, is je gebed verhoord, en daarom ben ik gekomen. 13 Maar de vorst van het Perzische koninkrijk heeft mij eenentwintig dagen tegengehouden voordat Michaël, een van de voornaamste vorsten, mij te hulp schoot toen ik daar, bij de koningen van Perzië, zo alleen stond. 14 Ik ben gekomen om je inzicht te geven in wat er aan het einde van de tijd met je volk zal gebeuren; want dit is opnieuw een visioen dat over de toekomst gaat.’ 15 Terwijl hij zo tegen me sprak, hield ik mijn ogen op de grond gericht en was verstomd. 16 Toen raakte de menselijke gedaante mijn lippen aan. Ik opende mijn mond en begon te spreken. Ik zei tegen degene die voor me stond: ‘Mijn heer, door het visioen verkrampt mijn lichaam, mijn kracht verlaat me. 17 Hoe kan ik, uw dienaar, met u spreken? Ik heb helemaal geen kracht meer, er rest mij geen levensadem.’ 18 Toen raakte hij, die eruitzag als een mens, mij nogmaals aan en schonk me kracht. 19 Hij zei: ‘Wees niet bang, geliefde man, vrede zij met je, wees sterk, wees sterk!’ En doordat hij tegen me sprak, werd ik gesterkt, en ik zei: ‘Mijn heer, spreek, u hebt mij gesterkt.’ 20 Toen zei hij: ‘Weet je waarom ik naar je toe gekomen ben? Ik moet spoedig terugkeren om tegen de vorst van Perzië te strijden, en zodra ik hem overwonnen heb, wacht mij de vorst van Griekenland. 21 Maar eerst zal ik je zeggen wat er in het geschrift van de waarheid geschreven staat. Niemand steunt mij in mijn strijd tegen deze vorsten, behalve je vorst Michaël.

Lied 655: 1,2,3,4,5

Preek

Zingen: “Een zal op de grote morgen” (Bundel Joh. de Heer)*

Eens zal op de grote morgen
klinken het bazuingeschal,
dan zal Jezus wederkomen
als de rechter van ’t heelal.
Wie zal op die grote morgen
buigen voor die Majesteit?
Wie zal op die grote morgen
vluchten voor die heerlijkheid?

Wie zal op die grote morgen
buigen voor die Majesteit?
Wie zal op die grote morgen
vluchten voor die heerlijkheid?

Eens zal op de grote morgen
blank en bruin worden vereend;
kleur of ras is niet belangrijk,
maar Gods gunst aan ons verleend.
Wie zal op die grote morgen
buigen voor die Majesteit?
Wie zal op die grote morgen
vluchten voor die heerlijkheid?

Wie zal op die grote morgen
buigen voor die Majesteit?
Wie zal op die grote morgen
vluchten voor die heerlijkheid?

Apostolische geloofsbelijdenis (Staande zingen, 340b)

Dankgebed, voorbeden, Onze Vader
(Met gezongen acclamatie “Heer onze God …” Lied 367e)

Slotlied 425

Zegen (met gezongen amen)

Orde van dienst voor 12 september 2021

Voorganger:  Ds. H.J. Prosman
Organist:       Dhr. A, Van Pelt
Ouderling:      Dhr. S. Verhallen
Diaken:       Dhr. S. de Feij

De diensten zijn te volgen via kerkdienst-gemist

https://kerkdienstgemist.nl/stations/2491-Nieuwkoop-HG

Orgelspel
Welkom en mededelingen
Psalm 139:1
Votum en groet
Psalm 139:2,6
Lezing van het gebod
Lied “Daar ruist langs de wolken” 1,2,3

Daar ruist langs de wolken een lief’lijke Naam,
die hemel en aarde verenigt te zaam,
Geen naam is er zoeter en beter voor ’t hart,
Hij balsemt de wonden en heelt alle smart.
Kent gij, kent gij, die Naam nog niet?
Die Naam draagt mijn Heiland, mijn lust en mijn lied!

Die naam is naar waarheid mijn Jezus ook waard,
want Hij kwam om zalig te maken op aard
zo lief had Hij zondaars, dat Hij voor hen stierf,
genade bij God door Zijn zoenbloed verwierf.
Kent gij, kent gij, die Jezus niet,
die om ons te redden, de hemel verliet?

Eens buigt zich ook alles voor Jezus in ’t stof
en d’ Engelen zingen voortdurend Zijn lof.
O mochten w’ om Jezus verheerlijkt eens staan,
dan hieven wij juichend de jubeltoon aan:
Jezus, Jezus, Uw naam zij d’ eer,
want Gij zijt der mensen en engelen Heer!

Gebed

Daniël 8: 1-27

In het derde regeringsjaar van koning Belsassar kreeg ik, Daniël, na het visioen dat ik eerder had ontvangen weer een visioen. In dat visioen – ik bevond me op dat moment in de burcht van Susa, in de provincie Elam – stond ik bij het Ulaikanaal. Ik sloeg mijn ogen op en zag bij het kanaal een ram. Hij had twee horens; lange horens waren het, de ene was langer dan de andere, en de langste kwam het laatste op. Ik zag de ram stoten naar het westen, het noorden en het zuiden. Er was geen dier dat tegen hem standhield; er was niemand die zich uit zijn macht kon redden. Hij deed wat hij wilde en maakte zich groot. Terwijl ik ernaar keek, zag ik vanuit het westen een geitenbok aankomen, hij snelde over de uitgestrekte vlakte zonder de grond te raken. De bok had een opvallende horen tussen zijn ogen. Hij naderde de ram met de twee horens die ik bij het kanaal had zien staan, en schoot met een razende kracht op hem af. Ik zag hoe hij op de ram afstormde, hem woedend aanviel en al stotend beide horens van de ram wist te breken. De ram had te weinig kracht om weerstand te bieden. De bok wierp hem omver en vertrapte hem; er was niemand die de ram uit zijn macht kon redden. De geitenbok maakte zich bijzonder groot, maar op het toppunt van zijn macht brak zijn grote horen af. Daarvoor in de plaats kwamen vier opvallende horens, die naar de vier windrichtingen wezen. Uit één daarvan kwam nog een horen op, die eerst klein was, maar geweldig uitgroeide naar het zuiden, naar het oosten en naar het Sieraadland. Hij groeide tot aan de hemelmachten en zorgde ervoor dat een deel van het sterrenleger naar de aarde viel, en hij vertrapte het. Hij verhief zich zelfs tegen de vorst van het leger, waardoor de vorst het dagelijks offer werd ontnomen en zijn heiligdom werd neergehaald. Hij bracht een leger op de been tegen het dagelijks offer, hij overtrad de wet en richtte de waarheid te gronde. Alles wat hij ondernam lukte hem. Toen hoorde ik een heilige spreken, en een andere heilige zei tegen degene die gesproken had: ‘Hoe lang zal het duren, wat in het visioen is gezegd over het dagelijks offer en de verwoestende overtreding, de ontwijding van het heiligdom en het vertrapte leger?’ Hij zei tegen mij: ‘Drieëntwintighonderd avonden en ochtenden; daarna zal het heiligdom in ere worden hersteld.’ Toen ik, Daniël, het visioen zag en het probeerde te begrijpen, verscheen er iemand voor me die eruitzag als een man. En over het Ulaikanaal hoorde ik een menselijke stem roepen: ‘Gabriël, zorg dat hij het droomgezicht begrijpt.’ Hij kwam vlak bij me staan. Ik schrok en viel voorover. Hij zei: ‘Begrijp, mensenkind, dat het visioen naar de tijd van het einde verwijst.’ Terwijl hij tegen me sprak, verloor ik het bewustzijn en viel op de grond. Hij raakte me aan, hielp me overeind en zei: ‘Ik zal je vertellen wat er gebeurt als Gods toorn is uitgewoed, want het gaat over het tijdstip van het einde. De ram met de twee horens die je zag, duidt op de koningen van de Meden en de Perzen. De harige geitenbok is de koning van Griekenland. De grote horen tussen zijn ogen is de eerste koning. De horen brak af en er kwamen vier andere voor in de plaats; dat betekent dat er vier koninkrijken uit het volk zullen ontstaan, maar niet met dezelfde kracht. Aan het einde van hun heerschappij, als de tijd van de overtreders voorbij is, zal er een meedogenloze koning opstaan, bedreven in listen. Zijn kracht zal groot zijn – maar het is niet zijn eigen kracht – en hij zal een ongehoorde verwoesting aanrichten. Alles wat hij onderneemt zal hem lukken; machtigen zal hij in het verderf storten, ook het volk van de heiligen. Door zijn listigheid slaagt hij in elk bedrog. Hij zal hoogmoedig zijn en velen onverhoeds in het verderf storten. Tegen de vorst der vorsten zal hij opstaan, maar zonder dat er een mensenhand aan te pas komt zal hij gebroken worden. Het visioen waarin over de avonden en ochtenden werd gesproken, is waar. En jij, houd dit droomgezicht voor je, want het verwijst naar een verre toekomst.’ Ik, Daniël, was uitgeput en enige dagen ziek. Toen ik hersteld was, diende ik de koning weer. Maar ik was verbijsterd over het droomgezicht en ik begreep het niet.

Lied 302: 1,2,3,4

Preek

Psalm 34:3

Lezen van het avondmaalsformulier

Gebeden

Lied 451: 1,2,3,4,5

Viering van het Heilig Avondmaal

Psalm 103:9

Dankgebed en voorbeden

Slotzang 903:3

Zegen

Orde van dienst voor 5 september 2021

Voorganger:  Ds. H.J. Prosman
Organist:       Dhr. S. Warnaar
Ouderling:      Mevr. F. Wille
Diakenen:       Dhr. S. de Feij

De diensten zijn te volgen via kerkdienst-gemist
https://kerkdienstgemist.nl/stations/2491-Nieuwkoop-HG

welkom en mededelingen

Psalm 57:1,2
Votum en groet
Psalm 57: 5,6
Lezing van de geboden
Gezang 230:5 LvdK

Doe uw Geest ook in mij werken,
schenk mij uw genade nu,
opdat eind’lijk ook de sterke
vijand in mij buigt voor U.
Hef uw scepter, Heer der heren,
overal moet Gij regeren,
geef uw heerlijk rijk ruim baan,
maak ook mij uw onderdaan.

Gebed

Schriftlezing Daniël 7: 1-28

In het eerste jaar van koning Belsassar van Babylonië had Daniël een droom, beelden kwamen in hem op tijdens zijn slaap. Hij schreef die droom op en zijn verslag begon aldus: ‘Ik had een nachtelijk visioen waarin ik zag hoe de vier winden van de hemel de grote zee in beroering brachten. Vier grote dieren rezen op uit de zee, elk met een andere gestalte. Het eerste dier leek op een leeuw, maar dan met adelaarsvleugels. Ik zag hoe zijn vleugels werden uitgerukt, hoe het dier werd opgetild, op twee voeten overeind werd gezet als een mens en ook het hart van een mens kreeg. Toen verscheen er een tweede dier; het leek op een beer en het had zich half opgericht. Het hield drie ribben tussen de tanden van zijn muil, en het dier werd aangespoord met de woorden: “Sta op, eet veel vlees.” Daarna zag ik een ander dier; het leek op een panter, maar dan met vier vogelvleugels op zijn rug, en het had ook vier koppen. Dit dier werd macht toebedeeld. Daarna zag ik in mijn nachtelijke visioenen een vierde dier, angstaanjagend, afschrikwekkend en geweldig sterk, met grote ijzeren tanden. Het vrat en vermaalde alles, en wat overbleef vertrapte het met zijn poten. Het verschilde van alle dieren die daarvoor verschenen waren, en het had tien horens. Toen ik naar de horens keek zag ik hoe een kleine, nieuwe horen tussen de andere opkwam; drie van de oude horens werden uitgerukt om er plaats voor te maken. En in die horen bevonden zich ogen als mensenogen en een mond vol grootspraak. Ik zag dat er tronen werden neergezet en dat er een oude wijze plaatsnam. Zijn kleed was wit als sneeuw, zijn hoofdhaar als zuivere wol. Zijn troon bestond uit vuurvlammen, de wielen uit laaiend vuur. Een rivier van vuur welde op en stroomde voor hem uit. Duizend maal duizenden dienden hem, tienduizend maal tienduizenden stonden voor hem. Het hof nam plaats en de boeken werden geopend. Ik zag hoe het dier werd gedood vanwege de grootspraak van de horen, ik zag hoe zijn lichaam werd vernietigd en aan de vlammen werd prijsgegeven. De andere dieren werd wel hun macht ontnomen, maar hun werd nog enige tijd van leven gegund. In mijn nachtelijke visioenen zag ik dat er met de wolken van de hemel iemand kwam die eruitzag als een mens. Hij naderde de oude wijze en werd voor hem geleid. Hem werden macht, eer en het koningschap verleend, en alle volken en naties, welke taal zij ook spraken, dienden hem. Zijn heerschappij was een eeuwige heerschappij die nooit ten einde zou komen, zijn koningschap zou nooit te gronde gaan. Ik, Daniël, was tot in het diepst van mijn gemoed geraakt; de visioenen die door mijn hoofd gingen brachten mij in verwarring. Ik wendde me tot een van de omstanders en vroeg hem naar de ware betekenis van dit alles. Hij gaf mij deze verklaring: “Die grote dieren, vier in getal, duiden op vier koningen die uit de aarde zullen opkomen. Daarna zullen de heiligen van de hoogste God het koningschap ontvangen, en zij zullen het koningschap altijd behouden – voor eeuwig en altijd.” Toen wilde ik de ware betekenis weten van het vierde dier, dat anders was dan alle andere, buitengewoon angstaanjagend met zijn ijzeren tanden en bronzen klauwen, dat alles vrat en vermaalde en wat overbleef met zijn poten vertrapte; en de betekenis van de tien horens op zijn kop en van de nieuwe horen die opkwam, waarvoor er drie moesten wijken – de horen met ogen en een mond vol grootspraak die er groter uitzag dan de andere. Ik had immers gezien hoe die horen strijd voerde tegen de heiligen en hen overwon, totdat de oude wijze kwam, er recht werd verschaft aan de heiligen van de hoogste God en de tijd aanbrak dat de heiligen het koningschap in bezit kregen. Hij zei: “Dat vierde dier duidt op een vierde koninkrijk dat op aarde zal komen, anders dan alle andere koninkrijken, en dat de hele aarde zal verslinden, vertrappen en vermorzelen. Die tien horens duiden op tien koningen die uit dat koninkrijk zullen opstaan, maar na hen zal een andere opstaan, anders dan alle vorige, en deze zal drie koningen ten val brengen. Hij zal in opstand komen tegen de hoogste God, en de heiligen van de hoogste onderdrukken. Hij zal proberen hun feesten en hun wet te veranderen, en zij zullen aan zijn heerschappij zijn overgeleverd voor één tijd, een dubbele tijd en een halve tijd. Dan zal het hof plaatsnemen en zal hem zijn heerschappij ontnomen worden, hij zal voor eeuwig verdelgd en vernietigd worden. Het koningschap, de heerschappij en de grootheid van alle koninkrijken onder de hemel zullen gegeven worden aan het volk van de heiligen van de hoogste God. Zijn koningschap is een eeuwig koningschap en alle machten zullen hem dienen en gehoorzamen.” Hier eindigt mijn verslag. Wat mij, Daniël, betreft, mijn gedachten brachten mij geheel in verwarring en ik werd bleek; ik koesterde die woorden in mijn hart.’

Psalm 111:1,2,3

Preek

Lied 766: 1,2,3
Voorbereiding Heilig Avondmaal
Lied 968:2
Dankgebed en voorbede
Lied 103c:1,3
Zegen
gezongen ‘Amen’

Orde van dienst op zondag 29 augustus 2021 om 9.30 uur in Nieuwkoop

Voorganger:  Ds. L. Solleveld
Organist:        Dhr. A. van Pelt
Ouderling:      Dhr. R. Verhallen
Diakenen:       Dhr. J. Kalshoven

De diensten zijn te volgen via kerkdienst-gemist
https://kerkdienstgemist.nl/stations/2491-Nieuwkoop-HG.

Door een technische storing is de ochtenddienst van 29 augustus niet uitgezonden en ook niet opgenomen.
Onze excuses voor dit ongemak.

orgelspel
welkom en mededelingen
Introïtus: Psalm 122 vers 1
Stil gebed
Votum
Zingen: Psalm 122 vers 2
Lezing van de Wet
Zingen: Psalm 51 vers 1
Gebed
Schriftlezing: Handelingen 3 vers 1-21
Zingen: Liedboek voor de kerken lied 473 zijn (Neem mijn leven, laat het Heer’) de coupletten 1, 2, 4 en 5.
Woordverkondiging n.a.v. Handelingen 3 vers 6
Zingen: Lied 486 ‘Weerklank’ vers 1 (‘k Heb geloofd en daarom zing ik)
Dankgebed en voorbeden
Zingen: Psalm 122 vers 3
Zegenbede
Amen – gezongen