Orde van dienst 14 mei 2026 – Hemelvaartsdag

Voorganger:                      ds. H.J. Prosman
Organist:                            Dhr. Jan-Willem Hueting
Ouderling:                          Mevr. Nel Griffioen 
Diaken:                               Dhr. J. Kalshoven

De diensten zijn te volgen via kerkdienst-gemist

https://kerkdienstgemist.nl/stations/2491-Nieuwkoop-HG

Orgelspel
Welkom en mededelingen
Zingen:                                                Psalm 47: 1
Stil gebed
Bemoediging en groet

V: Onze Hulp is in de naam van de Heer
Allen: Die hemel en aarde gemaakt heeft
V: Die niet loslaat het werk van zijn handen
Allen: Amen
V: Genade zij u en vrede, van God onze Vader en van de Heer Jezus Christus
Allen: Amen

Zingen:                                                Psalm 47: 2,3
Gebed
Schriftlezing Deutronomium 34:1-12
1Toen verliet Mozes de vlakte van Moab en hij beklom de Nebo, een van de toppen van de Pisga, tegenover Jericho. Daar liet de HEER hem het hele land zien: het hele gebied van Gilead tot aan Dan, 2Naftali, het gebied van Efraïm en Manasse, heel Juda tot aan de zee in het westen, 3de Negev, de Jordaanvallei en de vlakte bij de palmstad Jericho, tot aan Soar. 4De HEER zei tegen hem: ‘Dit is het land waarvan Ik aan Abraham, Isaak en Jakob onder ede heb beloofd dat Ik het aan hun nakomelingen zou geven. Ik laat het je nu zien, maar erheen oversteken zul je niet.’
5Zo stierf Mozes, de dienaar van de HEER, daar in Moab, zoals de HEER gezegd had. 6En de HEER begroef hem in een vallei in Moab, tegenover Bet-Peor. Tot op de dag van vandaag weet niemand waar zijn graf is. 7Honderdtwintig jaar oud was Mozes toen hij stierf. Tot het laatst toe waren zijn krachten niet afgenomen en zijn ogen niet verzwakt. 8De Israëlieten, die in de vlakte van Moab bijeen waren, treurden om Mozes’ dood tot de dertig dagen van rouw voorbij waren. 9Ze luisterden naar Jozua, de zoon van Nun, omdat hij vervuld was van de geest van wijsheid sinds Mozes hem de handen had opgelegd. Daarmee deden de Israëlieten wat de HEER tegen Mozes had gezegd.
10Nooit meer heeft Israël een profeet gekend als Mozes, met wie de HEER zo vertrouwelijk omging. 11Door zijn toedoen heeft de HEER in Egypte tekenen en wonderen laten zien aan de farao en al zijn dienaren, en aan heel zijn land. 12Van alles wat Mozes’ krachtige hand verrichtte en van de daden waarmee hij alom ontzag inboezemde, is heel Israël getuige geweest.

Schriftlezing: Handelingen 1: 1 – 11

1In mijn eerste boek, Theofilus, heb ik de daden en het onderricht van Jezus beschreven, vanaf het begin 2tot aan de dag waarop Hij in de hemel werd opgenomen, nadat Hij de apostelen die Hij door de heilige Geest had uitgekozen, had gezegd wat hun opdracht was. 3Dat Hij leefde heeft Hij hun na zijn lijden en dood herhaaldelijk bewezen door gedurende veertig dagen in hun midden te verschijnen en met hen over het koninkrijk van God te spreken.
4Terwijl Hij met hen at, gaf Hij hun deze opdracht: ‘Ga niet weg uit Jeruzalem, maar blijf daar wachten op wat de Vader heeft beloofd, waarover jullie van Mij hebben gehoord. 5Johannes doopte met water, maar binnenkort worden jullie gedoopt met de heilige Geest.’ 6Zij die daar bijeen waren, vroegen Hem: ‘Heer, gaat U dan binnen afzienbare tijd het koningschap over Israël herstellen?’ 7Hij antwoordde: ‘Het is niet aan jullie om te weten wat de Vader in zijn macht heeft vastgesteld over de tijd en het ogenblik waarop deze gebeurtenissen zullen plaatsvinden. 8Maar wanneer de heilige Geest over jullie komt, zullen jullie kracht ontvangen om mijn getuigen te zijn in Jeruzalem, in heel Judea en Samaria, tot aan de uiteinden van de aarde.’
9Toen Hij dit gezegd had, werd Hij voor hun ogen omhooggeheven en opgenomen in een wolk, zodat ze Hem niet meer zagen. 10Terwijl Hij zo van hen wegging en zij nog steeds naar de hemel staarden, stonden er opeens twee mannen in witte gewaden bij hen. 11Ze zeiden: ‘Galileeërs, wat staan jullie naar de hemel te kijken? Deze Jezus, die uit jullie midden in de hemel is opgenomen, zal op dezelfde wijze terugkomen als jullie Hem naar de hemel hebben zien gaan.’
12Daarop keerden de apostelen van de Olijfberg terug naar Jeruzalem. Deze berg ligt vlak bij de stad, op een sabbatsreis afstand. 13Toen ze in de stad waren aangekomen, gingen ze naar het bovenvertrek waar ze verblijf hielden: Petrus en Johannes, Jakobus en Andreas, Filippus en Tomas, Bartolomeüs en Matteüs, Jakobus, de zoon van Alfeüs, en Simon de Zeloot en Judas, de zoon van Jakobus. 14Eensgezind wijdden ze zich aan het gebed, samen met de vrouwen en met Maria, de moeder van Jezus, en met zijn broers.

Zingen                                  Lied 663:1,2 (melodie LvdK 234)
Preek
Zingen                                  Gezang 230: 1,4

Overwinnaar, grote Koning,
alle heem’len zijn te klein,
nu Gij weerkeert naar uw woning,
intocht houdt in uw domein.
Zou ik, Here, dan niet juichen,
zou ik, sterv’ling, mij niet buigen
nu Gij, hoogste Majesteit,
U verheft in heerlijkheid?

Zou ik, Heer, uw kelk niet drinken,
nu ik zo uw glorie zie?
Zou mij ooit de moed ontzinken,
nu ik uw victorie zie?
Koning, ik wil U vertrouwen,
nood noch dood kan mij benauwen,
slechts voor U, Heer hooggeloofd,
buig ik mij, buig ik het hoofd.

Geloofsbelijdenis: Lied 344:1,2,3
Dankgebed en voorbede / Acclamatie 333
Collecte
Evangelische liedbundel 140

Kroon Hem met gouden kroon
het Lam op zijne troon!
Hoor, hoe het hemels loflied al
verwint in heerlijk schoon.
Ontwaak! Mijn ziel en zing
van Hem, die voor u stierf.
En prijs Hem in all’ eeuwigheen
die ’t heil voor u verwierf.

Zegen, allen: Amen.