Zaterdag 12 september staan vanaf 11.00 uur tot 16.00 uur de deuren van de kerk open voor uw bezoek. De kerk werd in 1822 in gebruik genomen. Over deze kerk en de voormalige kerk is veel te vertellen. Zie b.v. het schilderij, dat Van der Laan heeft gemaakt naar het schilderij van Beerstraeten uit omstreeks 1663.
Ook zal Zanggroep ‘Cantare’ tussen 13.30 en 14.30 uur enige liederen zingen. Daarvoor zijn we Pia, Manja, Adrie en Cobie zeer erkentelijk. In de kerk ligt ook een mooie, oude gerestaureerde Statenbijbel. Daar omheen worden andere bijbels tentoongesteld. Samen met Dani Ismaïli hebben we dit verzorgd.
Achter in de kerk, onder het orgel kunt u met ons een kopje thee, koffie of een glas limonade drinken. Komt u ook kijken en luisteren?
Orgelspel Welkom en mededelingen Intochtslied Psalm 65 vers 1 en 2 Stil gebed Votum en Groet zingen LIED 654 vers 1 Gebed om Verootmoediging zingen LIED 654 vers 2 en 3 Genade verkondiging uit de eerste Johannes brief zingen LIED 654 vers 4 en 5 We lezen het grote gebod uit Marcus 12 zingen LIED 654 vers 6 Gebed bij de opening van het Woord
Schriftlezing(en) 1 SAMUEL 3: 1-10 Samuel geroepen 1De jonge Samuel diende dus de HEER, onder de hoede van Eli. Er klonken in die tijd zelden woorden van de HEER en er braken geen visioenen door. 2Op zekere nacht lag Eli op zijn slaapplaats. Zijn ogen waren dof geworden, hij kon bijna niet meer zien. 3Samuel lag te slapen in het heiligdom van de HEER, bij de ark van God. De godslamp was nog niet gedoofd. 4Toen riep de HEER Samuel. ‘Ja, hier ben ik,’ antwoordde Samuel. 5Hij liep snel naar Eli toe en zei: ‘Hier ben ik. U hebt me toch geroepen?’ Maar Eli antwoordde: ‘Ik heb je niet geroepen. Ga maar slapen.’ Toen Samuel weer lag te slapen, 6riep de HEER hem opnieuw. Samuel stond op, ging naar Eli en zei: ‘Hier ben ik. U hebt me toch geroepen?’ Maar Eli antwoordde: ‘Ik heb je niet geroepen, mijn jongen. Ga maar weer slapen.’ 7Samuel had de HEER nog niet leren kennen, want de HEER had zich niet eerder aan hem bekendgemaakt door het woord tot hem te richten. 8Opnieuw riep de HEER Samuel, voor de derde keer. Samuel stond op, ging naar Eli en zei: ‘Hier ben ik. U hebt me toch geroepen?’ Toen begreep Eli dat het de HEER was die de jongen riep. 9Hij zei tegen Samuel: ‘Ga maar weer slapen. Wanneer je wordt geroepen, moet je antwoorden: “Spreek, HEER, uw dienaar luistert.”’ Samuel legde zich weer te slapen, 10en de HEER kwam bij hem staan en riep net als de voorgaande keren: ‘Samuel! Samuel!’ En Samuel antwoordde: ‘Spreek, uw dienaar luistert.’
OPENBARING 1 vers 19 en 20 (Herziene Staten vertaling)
Opdracht om te schrijven aan de zeven gemeenten 19Schrijf nu op wat u hebt gezien, en wat is, en wat hierna zal geschieden. 20Het geheimenis van de zeven sterren die u in Mijn rechterhand hebt gezien, en van de zeven gouden kandelaren is: de zeven sterren zijn de engelen van de zeven gemeenten, en de zeven kandelaren die u hebt gezien, zijn de zeven gemeenten.
Zingen Lied 317 geheel Uitleg en prediking
Meditatief orgelspel
Zingen Lied Psalm 85 vers 3 en 4 (OUDE BERIJMING!) 3. Merk op, mijn ziel, wat antwoord God u geeft; Hij spreekt gewis tot elk, die voor Hem leeft, Zijn gunstgenoot, van blijden troost en vree, Mits hij niet weer op ’t spoor der dwaasheid tree. Voorwaar, Gods heil is reeds nabij ’t geslacht, Hetwelk Hem vreest en Zijne hulp verwacht; Opdat er eer in onzen lande woon’, En zich aldaar op ’t luisterrijkst vertoon’.
4. Dan wordt gena van waarheid blij ontmoet, De vrede met een kus van ’t recht gegroet; Dan spruit de trouw uit d’ aarde blij omhoog, Gerechtigheid ziet neer van ’s hemels boog; Dan zal de Heer’ ons ’t goede weer doen zien; Dan zal ons ’t land zijn volle garven bien. Gerechtigheid gaat voor Zijn aangezicht, Hij zet z’ alom, waar Hij Zijn treden richt.
Geloofsbelijdenis (staande: gelezen) Dankgebed en voorbede Collecte Slotlied. Psalm 66 vers 6 en 7 Heenzending en zegen Gezongen Amen
Orgelspel Welkom en mededelingen Zingen Psalm 84a: 1,5
Wat hou ik van uw huis, HEER van de hemelse legers. Ik kan zo sterk verlangen naar de binnenpleinen van de HEER. Diep in mijn lijf is zo’n heimwee, zo’n blijvende schreeuw om de levende God.
De HEER beveiligt ons, eer en geluk zal Hij geven, Hij heeft zijn liefde nooit ontzegd aan mensen, eerlijk onderweg. HEER van de hemelse legers, gelukkig zijn zij die vertrouwen op U.
Stil gebed, woord van bemoediging en groet
Luisterlied van Sela: ‘God van leven…’ Muzieklink: https://youtu.be/0nyeSI0598Y?si=2NXXhz3EsNoK-1uZ
Gebed om verootmoediging en om de opening van het Woord
Zingen Evangelische Liedbundel Lied 152
1 Veni Sancte Spiritus, tui amoris ignem accende. Veni Sancte Spiritus, veni Sancte Spiritus
2 Kom tot ons, o Heil’ge Geest, ontsteek in ons de vlam van uw liefde. Kom tot ons, o Heil’ge Geest, woon in ons, o Heil’ge Geest
Eerste Schriftlezing: Romeinen 1:1-12 NBV21 Paulus’ verlangen naar de christelijke gemeente in Rome’ 1Van Paulus, dienaar van Christus Jezus, geroepen tot apostel en uitgekozen om het evangelie van God te verkondigen, 2dat al bij monde van zijn profeten in de heilige geschriften is beloofd: 3het evangelie over zijn Zoon – als mens voortgekomen uit het nageslacht van David, 4aangewezen als Zoon van God en met macht bekleed door de heilige Geest, toen Hij opstond uit de dood –, Jezus Christus, onze Heer. 5Hij heeft mij de genade geschonken apostel te zijn, opdat ik omwille van zijn naam aan alle volken gehoorzaamheid en geloof zou verkondigen – 6ook aan u, die geroepen bent door Jezus Christus. 7Aan allen in Rome, geliefden van God, geroepen om zijn heiligen te zijn. Genade zij u en vrede van God, onze Vader, en van de Heer Jezus Christus. 8Allereerst dank ik door Jezus Christus mijn God voor u allen, omdat er in de hele wereld over uw geloof gesproken wordt. 9God, die ik door de verkondiging van het evangelie over zijn Zoon vol overgave dien, is mijn getuige dat ik u onophoudelijk in mijn gebeden noem. 10En altijd vraag ik dan of ik door Gods wil in de gelegenheid zal zijn om eindelijk naar u toe te komen. 11Want ik verlang ernaar u te ontmoeten en u te laten delen in een geestelijke gave, om u te sterken, 12of liever, om door elkaar bemoedigd te worden: ik door uw geloof en u door het mijne.
Tweede Schriftlezing: Handelingen 28:11-15 NBV21
‘Paulus onderweg naar Rome’ 11Na drie maanden vertrokken we met een schip dat op het eiland had overwinterd. Het was een schip uit Alexandrië met de Dioscuren als boegbeeld. 12We deden de haven van Syracuse aan, waar we drie dagen bleven liggen. 13Daarna lichtten we de ankers weer en kwamen we aan in Regium. De volgende dag stak er een zuidenwind op, zodat we binnen twee dagen Putéoli bereikten. 14Daar troffen we leerlingen aan, die ons uitnodigden om een week bij hen te blijven. Vervolgens gingen we op weg naar Rome. 15De leerlingen, die van onze komst hadden gehoord, kwamen ons vanuit Rome tegemoet tot Forum Appii en Tres Tabernae, en toen Paulus hen zag dankte hij God en vatte moed.
Afbeelding Paulus’ reis naar Rome
Wij zingen ELB Lied 241:1, 2
Verkondiging n.a.v. Handelingen 28:15: ‘De leerlingen, die van onze komst hadden gehoord, kwamen ons vanuit Rome tegemoet tot Forum Appii en Tres Tabernae, en toen Paulus hen zag dankte hij God en vatte moed.’
Orgelspel
Wij zingen ‘Heer wijs mij uw weg…’, een lied van Sela
Heer, wijs mij uw weg en leid mij als een kind dat heel de levensweg slechts in U richting vindt. Als mij de moed ontbreekt om door te gaan, troost mij dan liefdevol en moedig mij weer aan.
Heer, leer mij uw weg, die zuiver is en goed. Uw woord is onderweg als een lamp voor mijn voet. Als mij het zicht ontbreekt, het donker is, leid mij dan op uw weg, de weg die eeuwig is.
Heer toon mij uw plan; maak door uw Geest bekend hoe ik U dienen kan en waarheen U mij zendt. Als ik de weg niet weet, de hoop opgeef, toon mij dat Christus heel mijn weg gelopen heeft.
Kinderen komen tijdens zingen terug in de kerk
Geloofsbelijdenis (staand) Wij zingen Lied 195 ‘Ere zij de Vader en de Zoon…’
Gebed, dankzegging en voorbeden – stilte – Onze Vader Collecten Slotlied: Lied 910:1,2,3 1. Soms groet een licht… 2. Goddank, wij overdenken… 3. Hij die met heerlijkheden…
Orgelspel Welkom en mededelingen Zingen Psalm 119:12 Stil gebed Bemoediging en groet (we blijven staan) Schuldbelijdenis Lofzang 705:1 (zitten) Gebed Lezing Matteüs 17:14-21 Gebrek aan geloof 14Toen ze zich weer bij de mensenmassa voegden, kwam er iemand naar Hem toe die voor Hem op zijn knieën viel 15en zei: ‘Heer, heb medelijden met mijn zoon, want hij is maanziek en lijdt daar erg onder; hij valt dikwijls in het vuur of in het water. 16Ik heb hem bij uw leerlingen gebracht, maar zij konden hem niet genezen.’ 17Jezus antwoordde: ‘Wat zijn jullie toch een ongelovig en dwars volk, hoe lang moet Ik nog bij jullie blijven? Hoe lang moet Ik jullie nog verdragen? Breng hem bij Me.’ 18Daarop sprak Jezus de demon streng toe. Deze ging uit de jongen weg, en vanaf dat moment was hij genezen. 19Toen de leerlingen met Jezus alleen waren, vroegen ze Hem: ‘Waarom konden wij die geest niet uitdrijven?’ 20Hij antwoordde: ‘Vanwege jullie gebrek aan geloof. Ik verzeker jullie: als jullie geloof hebben als een mosterdzaadje, dan zeg je tegen die berg: “Verplaats je van hier naar daar!” en dan zal hij zich verplaatsen. Niets zal voor jullie onmogelijk zijn.’
Zingen: Welk een vriend is onze Jezus (ELB 299:1,2,3)
1 Welk een vriend is onze Jezus, Die in onze plaats wil staan! Welk een voorrecht, dat ik door Hem Altijd vrij tot God mag gaan. Dikwijls derven wij veel vrede, Dikwijls drukt ons zonde neêr, Juist omdat wij ’t al niet brengen In ’t gebed tot onzen Heer.
2 Leidt de weg soms door verzoeking, Dat ons hart in ’t strijduur beeft, Gaan wij dan met al ons strijden Tot Hem, die verlossing geeft. Kan een vriend ooit trouwer wezen, Dan Hij die ons lijden draagt? Jezus biedt ons aan genezing, Hij alleen is ’t, die ons schraagt.
3 Zijn wij zwak, belast, beladen, En ter neêr gedrukt door zorg! Dierbr’e Heiland! onze Toevlucht! Gij zijt onze Hulp en Borg! Als soms vrienden ons verlaten, Gaan wij biddend tot den Heer, In Zijn armen zijn wij veilig, Hij verlaat ons nimmermeer.
Verkondiging
Zingen lied 422:1,2,3 Avondmaalsformulier Gebed – Onze Vader
Orgelspel Welkom en mededelingen Zingen Psalm 84:1 Stil gebed Votum en groet Zingen lied 275:1,2,3,4,5 Smeekgebed Zingen lied 305:1,2,3 Gebed Lezing: Matteüs 16:21-27 21Vanaf die tijd begon Jezus zijn leerlingen duidelijk te maken dat Hij naar Jeruzalem moest gaan en veel zou moeten lijden door toedoen van de oudsten, de hogepriesters en de schriftgeleerden, en dat Hij gedood zou worden, maar op de derde dag uit de dood zou worden opgewekt. 22Petrus nam Hem terzijde en begon Hem fel terecht te wijzen: ‘God verhoede het, Heer! Dat zal U zeker niet gebeuren!’ 23Maar Jezus keerde hem de rug toe met de woorden: ‘Ga terug, Satan, achter Mij! Je bent een valstrik voor Me. Je denkt niet aan wat God wil, maar alleen aan wat mensen willen.’ 24Toen zei Jezus tegen zijn leerlingen: ‘Wie achter Mij aan wil komen, moet zichzelf verloochenen, zijn kruis op zich nemen en Mij volgen. 25Want ieder die zijn leven wil behouden, zal het verliezen, maar wie zijn leven verliest omwille van Mij, zal het behouden. 26Wat heeft een mens eraan de hele wereld te winnen als dat ten koste gaat van zijn leven? Wat kan hij geven in ruil voor zijn leven? 27Wanneer de Mensenzoon komt, in gezelschap van zijn engelen en bekleed met de stralende luister van zijn Vader, dan zal Hij iedereen naar zijn daden belonen
Wat vlied’ of bezwijk, getrouw is mijn God, Hij blijft aan mijn zij in ’t wisselend lot; moog ’t hart soms ook sidd’ren in ’t heetst van de strijd, zijn liefd’ en ontferming vertroosten m’ altijd.
Ik roem in mijn God, ik juich in zijn trouw, de rots mijner ziel, waar ‘k eeuwig op bouw. Ik zal Hem nog prijzen in ’t uur van mijn dood, dan rijst nog mijn loflied: “Zijn goedheid is groot!”
Orgelspel Welkom en mededelingen Zingen Intochtslied 280 verzen 1 t/m 5, De vreugde voert ons naar dit huis Stil gebed Votum en groet Gebed van verootmoediging Geboden: Leviticus 19: 1 – 4 en 11 – 18 1De HEER zei tegen Mozes: 2‘Zeg tegen de gemeenschap van Israël: “Wees heilig, want Ik, de HEER, jullie God, ben heilig.3Toon ontzag voor je moeder en je vader, en neem steeds mijn sabbat in acht. Ik ben de HEER, jullie God. 4Laat je niet in met afgoden en maak geen godenbeelden. Ik ben de HEER, jullie God. 11Steel niet, lieg niet en bedrieg je naaste niet. 12Leg geen valse eed af als je bij mijn naam zweert, want daarmee ontwijd je de naam van je God. Ik ben de HEER. 13Beroof niemand en pers een ander niet af. Betaal een dagloner zijn loon nog op dezelfde dag uit. 14Spreek geen vloek uit over een dove en plaats geen obstakel voor de voeten van een blinde. Toon ontzag voor je God. Ik ben de HEER. 15Wees niet partijdig wanneer je rechtspreekt. Trek onaanzienlijken niet voor en zie machthebbers niet naar de ogen. Spreek rechtvaardig recht over je naasten. 16Breng het leven van een ander niet in gevaar door lasterpraat over hem rond te strooien. Ik ben de HEER. 17Wees niet haatdragend. Als je iemand iets te verwijten hebt, roep hem dan ter verantwoording en laad niet omwille van een ander schuld op je. 18Blijf geen wraakzucht of wrok koesteren, maar heb je naaste lief als jezelf. Ik ben de HEER. Zingen Lied 146c vers 1, 3 en 6 Alles wat adem heeft Gebed bij de opening van het Woord Schriftlezing(en)
Lezen: Psalm 25: 1 – 10 1Van David. Naar U, HEER, gaat mijn verlangen uit, 2mijn God, op U vertrouw ik, maak mij niet te schande, laat mijn vijanden niet triomferen. 3Zij die op U hopen worden niet beschaamd, beschaamd worden zij die U achteloos verraden. 4Maak mij, HEER, met uw wegen vertrouwd, leer mij uw paden te gaan. 5Wijs mij de weg van uw waarheid en onderricht mij, want U bent de God die mij redt, op U blijf ik hopen, elke dag weer. 6Denk aan uw barmhartigheid, HEER, aan uw liefde door de eeuwen heen. 7Denk niet aan de zonden uit mijn jeugd, maar denk met liefde aan mij, HEER, omwille van uw goedheid. 8Goed en rechtvaardig is de HEER: Hij wijst zondaars de weg, 9wie nederig zijn leidt Hij in het rechte spoor, Hij leert hun zijn paden te gaan. 10Liefde en trouw zijn de weg van de HEER voor wie de wetten van zijn verbond onderhouden.
Zingen Lied 25 vers 1, 2 en 3
Lezen: Mattheus 15: 21 – 28 Naar Tyrus en Sidon21En weer vertrok Jezus; Hij week uit naar het gebied van Tyrus en Sidon. 22Plotseling klonk het geroep van een Kanaänitische vrouw die uit die streek afkomstig was: ‘Heb medelijden met mij, Heer, Zoon van David! Mijn dochter wordt vreselijk gekweld door een demon.’ 23Maar Hij reageerde niet. Zijn leerlingen kwamen naar Hem toe en vroegen Hem dringend: ‘Stuur haar toch weg, anders blijft ze ons maar naroepen.’ 24Hij antwoordde: ‘Ik ben alleen gezonden naar de verloren schapen van het volk van Israël.’ 25Maar zij kwam dichterbij, wierp zich voor Hem neer en zei: ‘Heer, help mij!’ 26Hij antwoordde: ‘Het is niet goed om het brood voor de kinderen aan de honden te voeren.’ 27Ze zei: ‘Zeker, Heer, maar de honden eten toch de kruimels op die van de tafel van hun baas vallen.’ 28Toen antwoordde Jezus haar: ‘U hebt een groot geloof! Wat u verlangt, zal ook gebeuren.’ En vanaf dat moment was haar dochter genezen.
Zingen Lied 647 alle verzen, Voor mensen die naamloos
Uitleg en prediking
Meditatief orgelspel Zingen psalm 139 vers 1, 2, 3 Heer, die mij ziet zoals ik ben Geloofsbelijdenis gezongen lied 340B Dankgebed en voorbede Collecte Slotlied 416 alle verzen Ga met God Heenzending en zegen Gezongen Amen
Orgelspel Welkom en mededelingen Stil gebed Votum en groet Zingen psalm 92:1,2 Votum en groet Zingen psalm 92:3,4 Lezen van het gebod Gebed om vergeving Zingen psalm 33:2 Gebed
Schriftlezing: Ruth1: 1-18 In de tijd dat de rechters het volk leidden, brak er een hongersnood uit in het land. Een man trok daarom met zijn vrouw en zijn twee zonen weg uit Betlehem in Juda, om als vreemdeling te gaan wonen in de vlakte van Moab. 2De naam van de man was Elimelech, die van zijn vrouw Naomi, en zijn twee zonen heetten Machlon en Kiljon; het waren Efratieten uit Betlehem in Juda. Toen ze in de vlakte van Moab waren aangekomen, bleven ze daar wonen. 3Na enige tijd stierf Elimelech, de man van Naomi, en zij bleef achter met haar twee zonen. 4Zij trouwden allebei met een Moabitische vrouw. De naam van de ene was Orpa, die van de andere was Ruth. Nadat ze daar ongeveer tien jaar gewoond hadden, 5stierven ook Machlon en Kiljon, en de vrouw bleef alleen achter, zonder haar twee zonen en zonder haar man. 6Toen Naomi hoorde, daar in Moab, dat de HEER zich het lot van zijn volk had aangetrokken en het weer brood had gegeven, maakte ze zich samen met haar twee schoondochters gereed om Moab te verlaten en terug te keren. 7Samen met hen verliet ze de plaats waar ze gewoond had en ging terug naar Juda. Maar eenmaal onderweg 8zei Naomi: ‘Gaan jullie nu maar allebei terug naar het huis van je moeder. Moge de HEER zo goed voor jullie zijn als jullie voor mij en mijn gestorven zonen zijn geweest. 9Moge Hij ervoor zorgen dat jullie allebei geborgenheid vinden in het huis van een man,’ en ze kuste hen. Toen barstten zij in tranen uit 10en zeiden: ‘Maar we willen met u terugkeren naar uw volk!’ 11‘Ga terug, mijn dochters,’ zei Naomi, ‘waarom zouden jullie met mij meegaan? Kan ik soms nog zonen krijgen die jullie mannen kunnen worden? 12Ga toch terug, want ik ben te oud voor een man. Zelfs al zou ik nog hoop koesteren, zelfs al sliep ik vannacht nog met een man en al bracht ik nog zonen ter wereld – 13zouden jullie dan wachten tot ze groot zijn en je ervan laten weerhouden met een andere man te trouwen? Nee, mijn dochters, mijn lot is te bitter voor jullie; de HEER heeft zich tegen mij gekeerd.’ 14Opnieuw begonnen zij te huilen. Orpa kuste haar schoonmoeder vaarwel, maar Ruth week niet van haar zijde. 15‘Kijk, je schoonzus gaat terug naar haar volk en haar god,’ zei Naomi, ‘ga haar toch achterna!’ 16Maar Ruth antwoordde: ‘Vraag me toch niet langer u te verlaten en terug te gaan, weg van u. Waar u gaat, zal ik gaan, waar u slaapt, zal ik slapen; uw volk is mijn volk en uw God is mijn God. 17Waar u sterft, zal ook ik sterven, en daar zal ik begraven worden. Alleen de dood zal mij van u scheiden, en anders mag de HEER met mij doen wat Hij wil!’ 18Naomi zag dat Ruth vastbesloten was om met haar mee te gaan en drong niet langer aan.
Orgelspel Welkom en mededelingen Intochtslied/ psalm Psalm 149 vers 1 en 5 Stil gebed Votum en Groet Zingen Psalm 100 (geheel) Gebed om verootmoediging Zingen Lied 654 vers 4 en 5 Lezen Marcus 12 “het grote gebod 28Een van de schriftgeleerden die naar hen geluisterd had terwijl ze discussieerden, en gemerkt had dat Hij hun correct had geantwoord, kwam dichterbij en vroeg: ‘Wat is van alle geboden het belangrijkste gebod?’ 29Jezus antwoordde: ‘Het voornaamste is: “Luister, Israël! De Heer, onze God, is de enige Heer; 30heb de Heer, uw God, lief met heel uw hart en met heel uw ziel en met heel uw verstand en met heel uw kracht.” 31En daarna komt dit: “Heb uw naaste lief als uzelf.” Er zijn geen geboden belangrijker dan deze.’ 32De schriftgeleerde zei tegen Hem: ‘Inderdaad, meester, wat U zegt is waar: Hij alleen is God en er is geen andere god dan Hij, 33en Hem liefhebben met heel ons hart en met heel ons inzicht en met heel onze kracht, en onze naaste liefhebben als onszelf betekent veel meer dan alle brandoffers en andere offers.’ 34Jezus vond dat hij verstandig had geantwoord en zei tegen hem: ‘U bent niet ver van het koninkrijk van God.’ En niemand durfde Hem nog een vraag te stellen. Zingen LIED 654 vers 6 Gebed bij de opening van het Woord
Schriftlezing(en) Handelingen 16 : 1-15 uit HERZIENE Staten Vertaling 1Hij kwam ook in Derbe en Lystra. In Lystra ontmoette hij een leerling die Timoteüs heette, de zoon van een gelovig geworden Joodse vrouw en een Griekse vader. 2Timoteüs stond goed aangeschreven bij de gelovigen in Lystra en Ikonium, 3en Paulus wilde hem met zich meenemen op reis. Hij liet hem eerst besnijden ter wille van de Joden in Lystra en Ikonium, die immers allen wisten dat Timoteüs een Griekse vader had. 4Op hun tocht langs de steden stelden ze de gemeenteleden op de hoogte van de besluiten die door de apostelen en de oudsten in Jeruzalem waren genomen en droegen hun op zich daaraan te houden. 5De gemeenten werden steeds sterker in het geloof en het aantal leerlingen nam dagelijks toe. 6Ze trokken door Frygië en Galatië, omdat ze door de heilige Geest werden verhinderd Gods woord in Asia te verkondigen. 7Toen ze bij de grens van Mysië kwamen, wilden ze doorreizen naar Bitynië, maar dat stond de Geest van Jezus hun niet toe. 8Daarom trokken ze door Mysië tot ze de kustplaats Troas bereikten. 9Daar kreeg Paulus ’s nachts een visioen, waarin een man uit Macedonië hem toeriep: ‘Steek over naar Macedonië en kom ons te hulp!’ 10Toen Paulus dit visioen had gezien, wilden we meteen naar Macedonië vertrekken, omdat we eruit opmaakten dat God ons geroepen had om aan de mensen daar het evangelie te verkondigen. De gebeurtenissen in Filippi 11We gingen in Troas aan boord van een schip en zetten rechtstreeks koers naar Samotrake; de dag daarop voeren we verder naar Neapolis. 12Van daar reisden we naar Filippi, een belangrijke stad in dat deel van Macedonië. In deze stad, die volgens Romeins recht wordt bestuurd, bleven we enkele dagen. 13Op sabbat gingen we de stadspoort uit in de richting van de rivier, naar de plaats waar gewoonlijk werd gebeden. We gingen zitten en spraken de vrouwen toe die daar bijeen waren gekomen. 14Een van onze toehoorsters was een vrouw uit Tyatira die in purperstoffen handelde; ze heette Lydia en vereerde God. De Heer opende haar hart voor de woorden van Paulus. 15Nadat zij en haar huisgenoten waren gedoopt, nodigde ze ons uit met de woorden: ‘Als u ervan overtuigd bent dat ik in de Heer geloof, neem dan bij mij uw intrek.’ Ze drong er bij ons sterk op aan.
Zingen Lied 314 (geheel) Uitleg en prediking Zingen Lied 723 (geheel) Geloofsbelijdenis ( staande: gelezen ) Dankgebed en voorbede en ONZE VADER Collecte Slotlied. LIED 687 (geheel) Heenzending en zegen Gezongen Amen
Orgelspel Welkom en mededelingen Zingen Lied 899: 2 Stilte Votum en groet Zingen Psalm 111: 1, 2 Gebod Zingen Psalm 111: 4 Verootmoediging Zingen Psalm 111: 5 Gebed Schriftlezing: 1 Johannes 1: 1-5 Het Woord is mens geworden 1In het begin was het Woord, het Woord was bij God en het Woord was God. 2Het was in het begin bij God. 3Alles is erdoor ontstaan, zonder het Woord is niets ontstaan van wat bestaat. 4In het Woord was leven en het leven was het licht voor de mensen. 5Het licht schijnt in de duisternis en de duisternis heeft het niet in haar macht gekregen.
Zingen Psalm 89: 5, 7 Preek Zingen Lied 405: 1, 2, 4 Geloofsbelijdenis: voor tekst zie beneden Heidelbergse Catechismus zondag 21. Vraag 55: Wat verstaat u onder de gemeenschap der heiligen? Antwoord: Ten eerste dat de gelovigen gezamenlijk en ieder afzonderlijk als leden deel hebben aan de Here Christus en al zijn schatten en gaven. Ten tweede dat ieder zich verplicht moet weten om zijn gaven bereidwillig en met vreugde tot nut en zaligheid van de andere
Gebeden, afgesloten met Onze Vader Inzameling der gaven Zingen Lied 903: 1, 6 Heenzending en zegen Gezongen Amen
Orgelspel Welkom en mededelingen Zingen psalm 63:1 Votum en groet Zingen lied 833:1 Gebed van verootmoediging en genadeverkondiging Zingen lied 911:1,3 Gebed Lezing Mattheus 11:25-28 In die tijd zei Jezus ook: ‘Ik loof U, Vader, Heer van hemel en aarde, omdat U deze dingen voor wijzen en verstandigen verborgen hebt gehouden, maar ze aan eenvoudige mensen hebt onthuld. 26Ja, Vader, zo heeft het U behaagd. 27Alles is Mij toevertrouwd door mijn Vader. Niemand kent de Zoon behalve de Vader, en niemand kent de Vader behalve de Zoon, en iedereen aan wie de Zoon het wil openbaren. 28Kom allen bij Mij, jullie die vermoeid zijn en onder lasten gebukt gaan, Ik zal jullie rust geven. 29Neem mijn juk op je en leer van Mij: Ik ben zachtmoedig en nederig van hart. Dan zullen jullie werkelijk rust vinden, 30want mijn juk is zacht en mijn last is licht.’