Voorganger: ds. H.J. Prosman
Organist: Dhr. Ad van Pelt
Ouderling: Mevr. Nel Griffioen
Diaken: Dhr. Steven de Feij
De diensten zijn te volgen via kerkdienst-gemist
https://kerkdienstgemist.nl/stations/2491-Nieuwkoop-HG
Orgelspel
Welkom en mededelingen
Zingen Psalm 118:1,9
Voorganger: De Heer is opgestaan!
Allen: De Heer is waarlijk opgestaan!
Voorganger: Onze hulp is in de Naam van de Heer,
Allen: die hemel en aarde gemaakt heeft
Voorganger: die trouw houdt tot in eeuwigheid
Allen: en niet laat varen de werken van zijn handen
Voorganger: Genade zij u en vrede van God onze Vader en van de Here Jezus Christus
Allen: Amen
Samenzang: “Daar juicht een toon”
1. (Allen)
Daar juicht een toon, daar klinkt een stem,
die galmt door gans Jeruzalem;
een heerlijk morgenlicht breekt aan:
de Zoon van God is opgestaan!
2. (Mannen)
Geen graf hield Davids Zoon omkneld,
Hij overwon, die sterke Held.
Hij steeg uit ’t graf door Vaders kracht,
want Hij is God, bekleed met macht!
3. (Vrouwen)
Nu jaagt de dood geen angst meer aan,
want alles, alles is voldaan;
wie in geloof op Jezus ziet,
die vreest voor dood en helle niet.
4. (Allen)
Want nu de Heer is opgestaan,
nu vangt het nieuwe leven aan,
een leven door zijn dood bereid,
een leven in zijn heerlijkheid.
Lezing van het gebod (Romeinen 6:8-14)
8Wanneer wij met Christus zijn gestorven, geloven we dat we ook met Hem zullen leven, 9omdat we weten dat Christus, nu Hij is opgewekt uit de dood, niet meer sterft: de dood heeft geen macht meer over Hem. 10Door zijn sterven is Hij voor eens en altijd dood voor de zonde; en nu Hij leeft, leeft Hij voor God. 11Zo moet ook u uzelf zien: dood voor de zonde, maar in Christus Jezus levend voor God. 12Laat de zonde dus niet heersen over uw sterfelijke bestaan, geef niet toe aan uw begeerten. 13Stel uzelf niet langer in dienst van de zonde als een werktuig voor het onrecht, maar juist in dienst van God, als levenden die uit de dood zijn opgewekt. Stel uzelf in dienst van God als een werktuig voor de gerechtigheid. 14De zonde mag niet langer over u heersen, want u staat niet onder de wet, maar leeft onder de genade.
Zingen: Lied 641: 1, 2
Jezus leeft en ik met Hem!
dood, waar is uw schrik gebleven?
Hem behoor ik en zijn stem
roept ook mij straks tot het leven,
opdat ik zijn licht aanschouw,
dit is al waar ik op bouw.
Jezus leeft! Hem is het rijk
over al wat is gegeven.
En ik zal, aan Hem gelijk,
eeuwig heersen, eeuwig leven.
God blijft zijn beloften trouw,
dit is al waar ik op bouw.
Kinderlied: “Weet je wel dat Jezus leeft”
Weet je dat de lente komt, lente komt, lente komt
Weet je dat de lente komt, alles loopt weer uit
De eerste zonnestralen, ze tintelen op je huid
De eerste bloemen bloeien, de eerste vogel fluit
Weet je dat de lente komt, lente komt, lente komt
Weet je dat de lente komt, alles loopt weer uit
Weet je wel dat Jezus leeft, Jezus leeft, Jezus leeft
Weet je wel dat Jezus leeft, Hij is opgestaan
Ze hadden hem gekruisigd en in een graf gedaan
Maar na drie donkere dagen is Hij weer opgestaan
Weet je wel dat Jezus leeft, Jezus leeft, Jezus leeft
Weet je wel dat Jezus leeft, Hij is opgestaan
Weet je wel dat Jezus leeft, Jezus leeft, Jezus leeft
Weet je wel dat Jezus leeft, Hij is opgestaan
Gebed bij de opening van het woord
Lezen: Johannes 20: 1-18
En op de eerste dag der week ging Maria van Magdala vroeg, terwijl het nog donker was, naar het graf en zij zag de steen van het graf weggenomen. IJlings kwam zij dan bij Simon Petrus en bij de andere discipel, dien Jezus liefhad, en zeide tot hen: Zij hebben de Here weggenomen uit het graf en wij weten niet, waar zij Hem hebben neergelegd. Petrus dan ging op weg en ook de andere discipel en zij begaven zich naar het graf; en die twee liepen samen snel voort; en de andere discipel liep vooruit, sneller dan Petrus, en kwam het eerst aan het graf, en zich vooroverbuigende, zag hij de linnen windsels liggen; hij ging echter niet naar binnen. Simon Petrus dan kwam ook, hem volgende, en hij ging het graf binnen en zag de windsels liggen, maar de zweetdoek, die op zijn hoofd geweest was, zag hij niet bij de windsels liggen, doch opgerold, terzijde op een andere plaats. Toen ging ook de andere discipel, die het eerst aan het graf gekomen was, naar binnen, en hij zag het en geloofde; want zij kenden de Schrift nog niet, dat Hij uit de doden moest opstaan. De discipelen dan gingen weder naar huis.
En Maria stond buiten dicht bij het graf, wenende. Terwijl zij dan weende, boog zij zich voorover naar het graf, en zij zag twee engelen zitten, in witte klederen, een aan het hoofdeinde en een aan het voeteneinde, waar het lichaam van Jezus gelegen had. En zij zeiden tot haar: Vrouw, waarom weent gij? Zij zeide tot hen: Omdat zij mijn Here weggenomen hebben en ik weet niet, waar zij Hem neergelegd hebben. Na deze woorden keerde zij zich om en zag Jezus staan, maar zij wist niet, dat het Jezus was. Jezus zeide tot haar: Vrouw, waarom weent gij? Wie zoekt gij? Zij meende, dat het de hovenier was, en zeide tot Hem: Heer, als gij Hem weggedragen hebt, zeg mij dan, waar gij Hem hebt neergelegd en ik zal Hem wegnemen. Jezus zeide tot haar: Maria! Zij keerde zich om en zeide tot Hem in het Hebreeuws: Rabboeni, dat wil zeggen: Meester! Jezus zeide tot haar: Houd Mij niet vast, want Ik ben nog niet opgevaren naar de Vader; maar ga naar mijn broeders en zeg hun: Ik vaar op naar mijn Vader en uw Vader, naar mijn God en uw God. Maria van Magdala ging heen en boodschapte de discipelen, dat zij de Here had gezien en dat Hij haar dit gezegd had.
Zingen lied 624: 1,2,3
1. Christus, onze Heer, verrees, halleluja!
Heil’ge dag na angst en vrees, halleluja!
die verhoogd werd aan het kruis, halleluja,
bracht ons in Gods vrijheid thuis, halleluja!
2. Prijst nu Christus in ons lied, halleluja,
die in heerlijkheid gebiedt, halleluja,
die aanvaardde kruis en graf, halleluja,
dat Hij zondaars ’t leven gaf, halleluja!
3. Maar zijn lijden en zijn strijd, halleluja
heeft verzoening ons bereid, halleluja
Nu is hij der heemlen Heer, halleluja
englen juublen Hem ter eer, halleluja!
Preek
Zingen: Lied 858: 1,2
Vernieuw in ons, o God,
uw liefde, lentelicht.
Herstel ons naar uw beeld en strijk
het kwaad uit ons gezicht.
Beadem ons, o Geest,
met wonderlijke kracht,
dan opent zich het leven weer,
een bloem in volle pracht.
Geloofsbelijdenis
Zingen: Lied 858: 3, 4
Geef ons, o Christus, deel
aan levenslang geluk.
Gedoopt in U, een nieuw bestaan –
dat slaat geen dood meer stuk.
Drie-enig God, vervul
wat U ons hebt beloofd,
na al ons zoeken U te zien,
dan staan wij oog in oog.
Dankgebed en voorbeden

Inzamelen van de spaardoosjes en collecte
Slotzang: “U zij de glorie”
U zij de glorie, opgestane Heer,
U zij de victorie, nu en immermeer.
Uit een blinkend stromen daalde d’engel af,
heeft de steen genomen van ’t overwonnen graf.
U zij de glorie, opgestane Heer,
U zij de victorie, nu en immermeer.
Zie Hem verschijnen, Jezus, onze Heer,
Hij brengt al de zijnen in zijn armen weer.
Weest dan volk des Heren blijde en welgezind
en zegt telkenkere: “Christus overwint.”
U zij de glorie, opgestane Heer,
U zij de victorie, nu en immermeer.
Zou ik nog vrezen, nu Hij eeuwig leeft,
die mij heeft genezen, die mij vrede geeft?
In zijn goddelijk wezen is mijn glorie groot;
niets heb ik te vrezen in leven en in dood.
U zij de glorie, opgestane Heer,
U zij de victorie, nu en immermeer.
Zegen (allen: Amen)