Orde van dienst 24 april 2022

Voorganger:                mevr. dr. J.G Mooi, Hoogmade
Organist:                     mevr. Henny Visscher
Ouderling:                  mevr. Nel Griffioen
Diaken:                       mevr. Margreet van Koert

De diensten zijn te volgen via kerkdienst-gemist

https://kerkdienstgemist.nl/stations/2491-Nieuwkoop-HG

Orgelspel
Mededelingen
intochtslied/ psalm  Psalm 18: 1 en 5
Stil gebed
Votum en Groet
Verootmoediging/ bemoediging
Lied 450: 1,2 en 3
Gebed bij de opening van het Woord
1e Schriftlezing Jesaja 53: 2-8.
Wie kan geloven wat wij hebben gehoord?
Aan wie is de macht van de HEER geopenbaard?
2Als een loot schoot hij op onder Gods ogen,
als een scheut uit dorre grond.
Onopvallend was zijn uiterlijk,
hij miste iedere schoonheid,
zijn aanblik kon ons niet bekoren.
3Hij werd veracht, door mensen gemeden,

hij was een man die het lijden kende
en met ziekte vertrouwd was,
een man die zijn gelaat voor ons verborg
en door ons werd verguisd en geminacht.
4Maar hij was het die onze ziekten droeg,

die ons lijden op zich nam.
Wij echter zagen hem als een verstoteling,
door God geslagen en vernederd.
5Om onze zonden werd hij doorboord,

om onze wandaden gebroken.
de straf die hij onderging bracht ons vrede,
zijn striemen gaven ons genezing.

6Wij dwaalden rond als schapen,
ieder zocht zijn eigen weg;
maar de wandaden van ons allen
liet de HEER op hem neerkomen.
7Hij werd mishandeld, maar verzette zich niet

en deed zijn mond niet open.
Als een schaap dat naar de slacht wordt geleid,
als een ooi die stil is bij haar scheerders
deed hij zijn mond niet open.
8Door een onrechtvaardig vonnis werd hij weggenomen.

Wie van zijn tijdgenoten heeft er oog voor gehad?
Hij werd verbannen uit het land der levenden,
om de zonden van mijn volk werd hij geslagen.

Lied: 575: 2 en 4

2e Schriftlezing: Lucas 24: 13-16 en 25-31
Verschijningen; Jezus opgenomen in de hemel
13Diezelfde dag gingen twee van de leerlingen op weg naar Emmaüs, een dorp dat zestig stadie van Jeruzalem verwijderd ligt. 14Ze spraken met elkaar over alles wat er was voorgevallen. 15Terwijl ze zo met elkaar in gesprek waren, kwam Jezus zelf naar hen toe en liep met hen mee, 16maar hun blik werd vertroebeld, zodat ze Hem niet herkenden.
25Toen zei Hij tegen hen: ‘Hebben jullie dan zo weinig verstand en zijn jullie zo traag van begrip dat jullie niet geloven in alles wat de profeten gezegd hebben? 26Moest de messias al dat lijden niet ondergaan om zijn glorie binnen te gaan?’ 27Daarna verklaarde Hij hun wat er in al de Schriften over Hem geschreven stond, en Hij begon bij Mozes en de Profeten.
28Ze naderden het dorp waarheen ze op weg waren. Jezus deed alsof Hij verder wilde reizen. 29Maar ze drongen er sterk bij Hem op aan om dat niet te doen en zeiden: ‘Blijf bij ons, want het is bijna avond en de dag loopt ten einde.’ Hij ging met hen mee en bleef bij hen. 30Toen Hij met hen aanlag voor de maaltijd, nam Hij het brood, sprak het zegengebed uit, brak het en gaf het hun. 31Nu werden hun ogen geopend en herkenden ze Hem. Maar Hij werd onttrokken aan hun blik. Lied: 681: 3x

Uitleg en prediking

Meditatief orgelspel
Lied 630: 1,2 en 4
Geloofsbelijdenis
Collecte
Dankgebed en voorbede
Slotlied. Lied 425
Heenzending en zegen
Gezongen Amen

Orde van dienst 17 april 2022 Paaszondag

Voorganger:                      ds. C. de Jong, Houten
Organist:                           Dhr. Sjaak Warnaar
Muzikale Medewerking Manja Korper en Cobie de Jong
Ouderling:                        Mevr. F. Wille
Diaken:                             Dhr. J. Kalshoven

De diensten zijn te volgen via kerkdienst-gemist
https://kerkdienstgemist.nl/stations/2491-Nieuwkoop-HG

Orgelspel

Liederen vooraf

Gezang 221: 1 (Liedboek der kerken)

Wees gegroet, gij eersteling der dagen, morgen der verrijzenis,
bij wiens licht de macht der hel verslagen en de dood vernietigd is!
Here Jezus, trooster aller smarten,
zon der wereld, schijn in onze harten,
deel ons zelf de voorsmaak mee van der zaalgen sabbatsvreê!

Lied: 642: 1,4,5,6,7,8 (Nieuwe liedboek)

Welkom

Votum en Groet       

Psalm 118: 1

Vrouwen        Laat ieder ’s HEREN goedheid prijzen,        
Allen               zijn liefde duurt in eeuwigheid.
Kinderen        Laat, Israël, uw lofzang rijzen:  
Allen               Zijn liefde duurt in eeuwigheid.
Mannen         Dit zij het lied der priesterkoren:   
Allen               Zijn liefde duurt in eeuwigheid.
Vrouwen        Gij, die den HEER vreest, laat het horen:    
Allen               Zijn liefde duurt in eeuwigheid.

Zang: “Sonntagsmorgen ” (Uhland)

Gebed van verootmoediging

Gebed om ontferming

Zang: “Laudamus te” (Vivaldi)

Gebed voor de opening van het Woord

Kinderen gaan naar nevendienst

Lied 624: 1,3

Schriftlezing: Jesaja 51: 9-11
9Ontwaak, ontwaak, arm van de HEER,
en bekleed u met kracht!
Ontwaak als in de dagen van weleer,
als in lang vervlogen tijden.
Was u het niet die Rahab vermorzelde,
die het monster doorboorde?
10 Was u het niet die de zee drooglegde,
het water van de machtige oervloed,
en een weg baande op de bodem van de zee
waarover het verloste volk kon gaan?
11 Wie door de HEER zijn bevrijd, keren terug.
Jubelend komen zij naar Sion,
gekroond met eeuwige vreugde.
Blijdschap en vreugde komen hun tegemoet,
gejammer en verdriet vluchten weg.


Lied 608: 2

Evangelielezing: Johannes 20: 1-18
Opstanding
1 Vroeg op de eerste dag van de week, toen het nog donker was, kwam Maria van Magdala bij het graf. Ze zag dat de steen voor het graf was weggehaald. 2Ze liep snel weg, naar Simon Petrus en de andere leerling, van wie Jezus veel hield, en zei: ‘Ze hebben de Heer uit het graf weggehaald en we weten niet waar ze Hem nu neergelegd hebben.’ 3Petrus en de andere leerling gingen op weg naar het graf. 4Ze liepen beiden snel, maar de andere leerling rende vooruit, sneller dan Petrus, en kwam als eerste bij het graf. 5 Hij boog zich voorover en zag de linnen doeken liggen, maar hij ging niet naar binnen. 6Even later kwam Simon Petrus en hij ging het graf wel in. Ook hij zag de linnen doeken, 7en hij zag dat de doek die Jezus’ gezicht bedekt had niet bij de andere doeken lag, maar apart opgerold op een andere plek. 8Toen ging ook de andere leerling, die het eerst bij het graf gekomen was, het graf in. Hij zag het en geloofde. 9Want ze hadden uit de Schrift nog niet begrepen dat Hij uit de dood moest opstaan. 10De leerlingen gingen terug naar huis. 11Maria stond bij het graf en huilde. Huilend boog ze zich naar het graf, 12 en daar zag ze twee engelen in witte kleren zitten, een bij het hoofdeind en een bij het voeteneind van de plek waar het lichaam van Jezus had gelegen. 13‘Waarom huil je?’ vroegen ze haar. Ze zei: ‘Ze hebben mijn Heer weggehaald en ik weet niet waar ze Hem hebben neergelegd.’ 14 Na deze woorden keek ze om en zag ze Jezus staan, maar ze wist niet dat het Jezus was. 15‘Waarom huil je?’ vroeg Jezus. ‘Wie zoek je?’ Maria dacht dat het de tuinman was en zei: ‘Als u Hem hebt weggehaald, vertel me dan waar u Hem hebt neergelegd, dan kan ik Hem meenemen.’ 16Jezus zei tegen haar: ‘Maria!’ Ze draaide zich om en zei: ‘Rabboeni!’ (Dit Hebreeuwse woord betekent ‘meester’.) 17‘Houd Me niet vast,’ zei Jezus. ‘Ik ben nog niet opgestegen naar de Vader. Ga naar mijn broeders en zeg tegen hen dat Ik opstijg naar mijn Vader, die ook jullie Vader is, naar mijn God, die ook jullie God is.’ 18Maria van Magdala ging naar de leerlingen en zei tegen hen: ‘Ik heb de Heer gezien!’ En ze vertelde alles wat Hij tegen haar gezegd had.

Lied 632

Preek

Lied 839 (gitaar)

Zang: “This joyful Eastertide”

Dankgebed, voorbeden, stil gebed, Onze Vader

Collecte

Kinderen komen terug van nevendienst

Onderwijl zingen wij: Klap in je handen

Klap in de handen van blijdschap, dit is de dag, die God ons geeft.
Dit is de dag van je leven. Dit is het feest dat Jezus leeft!
Jezus is opgestaan en Hij leeft, Halleluja!
Jezus is opgestaan en Hij leeft, Halleluja!

Zing op de straten en pleinen: dit is de dag die God ons geeft.
Zing van het licht en het leven, zing van het feest, dat Jezus geeft!
Jezus is opgestaan en Hij leeft, Halleluja!
Jezus is opgestaan en Hij leeft, Halleluja!

Slotwoorden

Lied 634

Zegen

Orde van dienst 15 april 2022 Goede Vrijdag

Mattheüs  Passie


Pianist:                                Dhr. Ad van Pelt
Muzikale Medewerking Chr. Gem. Zangvereniging Con Amore olv. Dhr. Wim Kusee
Lectrice:                              Mevr. Silvia Kusee
Ouderling:                          Mevr. Nel Griffioen
Diaken:                               Dhr. J. Kalshoven

De diensten zijn te volgen via kerkdienst-gemist

https://kerkdienstgemist.nl/stations/2491-Nieuwkoop-HG
Welkom en mededelingen

Orde van dienst 14 april 2022 Witte Donderdag

Voorganger:                      ds. C. de Jong, Houten
Organist:                           Dhr.  Marten Nap
Ouderling:                         dhr. R. Verhallen
Diaken:                              Mevr.  M. Van Koert

De diensten zijn te volgen via kerkdienst-gemist
https://kerkdienstgemist.nl/stations/2491-Nieuwkoop-HG Orgelspel

Welkom en mededelingen
Begroeting
v.         De vrede van de Heer is met u.
g.         zijn vrede ook met u
v.         Onze hulp is in de Naam van de Heer
g.         die hemel en aarde gemaakt heeft.  Amen.

Psalm 81: 1,3
Gebed
Lezing: Exodus 12: 14-20
14  Die dag moet voortaan een gedenkdag zijn, die je moet vieren als een feest ter ere van de HEER. Dit voorschrift blijft voor altijd van kracht, alle komende generaties moeten die dag vieren15 Eet dan zeven dagen lang ongedesemd brood, en verwijder meteen op de eerste dag alle zuurdesem uit jullie huizen; wie op een van die zeven dagen iets eet dat zuurdesem bevat, moet uit de gemeenschap van Israël gestoten worden. 16De eerste en zevende dag zijn heilige dagen die jullie samen moeten vieren. Die beide dagen mag er geen enkele bezigheid verricht worden, jullie mogen alleen het voedsel bereiden dat ieder nodig heeft. 17 Dit voorschrift blijft voor altijd van kracht. Generatie na generatie moeten jullie het feest van het Ongedesemde brood vieren, omdat Ik jullie die dag, in groepen geordend, uit Egypte heb geleid. 18Van de avond van de veertiende dag van de eerste maand tot de avond van de eenentwintigste dag van die maand moeten jullie ongedesemd brood eten. 19Gedurende die zeven dagen mag er geen zuurdesem in jullie huizen te vinden zijn; iedereen die iets eet dat zuurdesem bevat, moet uit de gemeenschap van Israël gestoten worden, of het nu een vreemdeling is of een geboren Israëliet. 20Eet niets dat met zuurdesem bereid is; eet uitsluitend ongedesemd brood, waar jullie ook wonen.”’

Psalm 81: 5,9

Schriftlezing: Johannes 13, 1-15
Jezus wast de voeten van de leerlingen

1 Het was kort voor het pesachfeest. Jezus wist dat zijn tijd gekomen was en dat Hij uit de wereld terug zou keren naar de Vader. Hij had de mensen die Hem in de wereld toebehoorden lief, en zijn liefde voor hen zou tot het uiterste gaan. 2Jezus en zijn leerlingen hielden een maaltijd. De duivel had intussen Judas, de zoon van Simon Iskariot, ertoe aangezet om Jezus uit te leveren. 3 Jezus, die wist dat de Vader Hem alle macht had gegeven en dat Hij van God was gekomen en weer naar God terug zou gaan, 4 stond tijdens de maaltijd op. Hij legde zijn bovenkleed af, sloeg een linnen doek om 5en goot water in een waskom. Hij begon de voeten van zijn leerlingen te wassen, en droogde ze af met de doek die Hij omgeslagen had. 6Toen Hij bij Simon Petrus kwam, zei deze: ‘U wilt toch niet mijn voeten wassen, Heer?’ 7 Jezus antwoordde: ‘Wat Ik doe, begrijp je nu nog niet, maar later zul je het wel begrijpen.’ 8‘O nee,’ zei Petrus, ‘míjn voeten zult U niet wassen, nooit!’ Jezus zei: ‘Als Ik ze niet mag wassen, kun je niet bij Mij horen.’ 9‘Dan niet alleen mijn voeten, Heer,’ antwoordde Simon Petrus, ‘maar ook mijn handen en mijn hoofd!’ 10Hierop zei Jezus: ‘Wie gebaad heeft hoeft alleen nog zijn voeten te wassen, hij is al helemaal rein. Jullie zijn dus rein – maar niet allemaal.’ 11Hij wist namelijk wie Hem zou uitleveren, daarom zei Hij dat ze niet allemaal rein waren.12Toen Hij hun voeten gewassen had, deed Hij zijn bovenkleed aan en ging weer naar zijn plaats. ‘Begrijpen jullie wat Ik gedaan heb?’ vroeg Hij. 13‘Jullie zeggen altijd “meester” en “Heer” tegen Mij, en terecht, want dat ben Ik ook. 14Als Ik, jullie Heer en jullie meester, je voeten gewassen heb, moet je ook elkaars voeten wassen. 15Ik heb een voorbeeld gegeven; wat Ik voor jullie heb gedaan, moeten jullie ook doen. 

Lied 569

Overweging

Opwekking 705
Aan de maaltijd wordt het stil, als de Meester knielen wil,
En vol liefde als een knecht elk apart de voeten wast en zegt:
Dit is wat Ik wil dat jullie doen,
Dit is waarom Ik bij jullie neerkniel.
Dit is hoe Mijn kerk behoort te zijn,
Dit is wat de wereld ziet van Mij,
Als je Mij gaat volgen.
Toon Mijn liefde aan de ander, dien de ander
Zo heb Ik ook jou liefgehad.
Heb elkaar lief, wat er ook gebeurt, dien de ander,
Zo heb Ik ook jou liefgehad.

In de wereld wordt het stil, als wij doen wat Jezus wil
En gaan dienen als een knecht, zoals Hij ons heeft gezegd. Hij zei:
Dit is wat Ik wil dat jullie doen, dit is waarom Ik bij jullie neerkniel.
Dit is hoe Mijn kerk behoort te zijn, dit is wat de wereld ziet van Mij,
Als je Mij gaat volgen.
Toon Mijn liefde aan de ander, dien de ander
Zo heb Ik ook jou liefgehad.
Heb elkaar lief, wat er ook gebeurt,
Dien de ander, zo heb Ik ook jou liefgehad

Apostolische Geloofsbelijdenis (gesproken)

Tafelgebed
v.         Goede God, wij danken U dat wij bij U mogen komen
Allen: Gezegend is uw Naam
v.         U hebt ons lief en schenkt ons deze aarde.
Allen: Gezegend is uw Naam
v.         U hebt ons lief en schenkt ons uw Zoon Jezus.
Allen: Gezegend is uw Naam
k.         U hebt ons lief en brengt ons hier samen.
Allen: Gezegend is uw Naam
v.         Wij danken U, goede God, om Jezus, uw lieve Zoon.
            Voor ons is Hij alles wat wij zullen zijn.
            Hij heeft ons zijn Geest gegeven
            om te leven als uw leerlingen.
Allen   Gezegend is uw Naam, goede God, in uw Zoon,
v.         die op de avond van het Paasfeest de voeten van zijn leerlingen waste.
            Ik ben onder jullie’, zei Hij, ‘als iemand die dient.’
v:         Daarom danken wij U en zingen met alle engelen:
Allen: Lied 405: 4
           
Heilig, heilig, heilig! Heer, God almachtig,
            hemel, zee en aarde verhoogt uw heerlijkheid.
            Heilig, heilig, heilig! Liefdevol en machtig,
            Drievuldig God, die één in wezen zijt.

 v:        Wij danken U, goede God, om Jezus, uw lieve Zoon.
            Hij heeft ons zijn Geest gegeven
            om te leven als uw leerlingen.

a:         Gezegend Hij die komt in de naam van de Heer
            Hosanna in de hoge.
 
v:        Want Hij heeft in de nacht, dat Hij werd overgeleverd…………….
We geven elkaar een hand en zingen elkaar ‘vrede’ toe:

We delen brood en wijn
Dankgebed
Lied
560

We verlaten in stilte de kerk

Orde van dienst 10 april 2022 Palmpasen

Voorganger:                      ds. H.J. Prosman
Organist:                            Dhr.  Ad van Pelt
Ouderling:                          Mevr. F, Wille        
Diaken:                               Dhr.  J. Kalshoven

De diensten zijn te volgen via kerkdienst-gemist

https://kerkdienstgemist.nl/stations/2491-Nieuwkoop-HG

Orgelspel
Welkom en mededelingen
Psalm 149:1
Votum en groet
Lied 547:1,2,5
Smeekgebed
Lied 550: 1,2,3
Moment met de kinderen
https://www.youtube.com/watch?v=eOlpUzMl5fI
Gebed bij de opening  van het Woord
Evangelielezing Lucas 19: 28-44
28 Na deze woorden trok Jezus verder, op weg naar Jeruzalem.
Intocht in Jeruzalem
29 Toen Hij Betfage en Betanië bij de Olijfberg naderde, stuurde Hij twee van de leerlingen vooruit 30 en zei tegen hen: ‘Ga naar het dorp daarginds. Daar zullen jullie een vastgebonden veulen vinden, dat nog nooit door iemand bereden is. Maak het los en breng het hier. 31 Als iemand jullie vraagt: “Waarom maken jullie het los?”, moeten jullie antwoorden: “De Heer heeft het nodig.”’ 32 De beide leerlingen gingen op weg en vonden het veulen, precies zoals Jezus had gezegd. 33 Toen ze het dier losmaakten, vroegen de eigenaars hun: ‘Waarom maken jullie het los?’ 34 Ze antwoordden: ‘De Heer heeft het nodig.’ 35 Daarna brachten ze het veulen naar Jezus. Ze wierpen hun mantels over het dier en lieten Jezus erop zitten. 36 Onderweg spreidden de leerlingen hun mantels voor Hem op de weg uit. 37 Toen Hij op het punt stond de Olijfberg af te dalen, begon de hele groep leerlingen vol vreugde en met luide stem God te prijzen om alle wonderdaden die ze hadden gezien. 38 Ze riepen: ‘Gezegend Hij die komt als koning, in de naam van de Heer! Vrede in de hemel en eer aan de Allerhoogste!’ 39 Enkele farizeeën in de menigte zeiden tegen Jezus: ‘Meester, berisp uw leerlingen.’ 40 Maar Hij antwoordde: ‘Ik zeg u: als zij zouden zwijgen, dan zouden de stenen het uitschreeuwen.’ 41 Toen Hij Jeruzalem voor zich zag liggen, begon Hij te huilen om de stad. 42 Hij zei: ‘Had ook jij op deze dag maar geweten wat vrede kan brengen! Maar dat blijft voor je verborgen, ook nu. 43 Want er zal een tijd komen dat je vijanden belegeringswerken tegen je oprichten, je omsingelen en je van alle kanten insluiten. 44 Ze zullen je met de grond gelijkmaken en je kinderen verdelgen, en ze zullen geen steen op de andere laten, omdat je de tijd van Gods ontferming niet hebt herkend.’

Psalm 118:1,9
Preek
Psalm 122:1,2,3
Geloofsbelijdenis
Lied 575:6
Bijdrage ZWO-commissie
Dankgebed en voorbede
Inzameling van de gaven
Lied 908:1,6
Zegen
Gezongen Amen

Orde van dienst 3 april 2022

Voorganger:                      ds. H.J. Prosman
Organist:                           Dhr. Jan Willem Hueting
Ouderling:                         Dhr. Robert Verhallen
Diaken:                              Dhr. S. de Feij

De diensten zijn te volgen via kerkdienst-gemist
https://kerkdienstgemist.nl/stations/2491-Nieuwkoop-HG

Orgelspel
Welkom en mededelingen
Intochtslied psalm 43:1
Stil gebed
Votum en groet
Zingen psalm 43: 3,5
Gebeden afgewisseld met 367b
Moment met de kinderen
Lied 184: 1,2,3,4,5
Gebed
Schriftlezing Psalm 43

431 Verschaf mij recht, o God,
vecht voor mijn zaak.
Bescherm mij tegen
een liefdeloos volk, vol list en bedrog.

2U bent toch mijn God, mijn toevlucht,
waarom wijst U mij af,
waarom ga ik gehuld in het zwart,
door de vijand geplaagd?

3Zend uw licht en uw waarheid,
laten zij mij geleiden
en brengen naar uw heilige berg,
naar de plaats waar U woont.

4
Dan zal ik naderen tot het altaar van God,
tot God, mijn hoogste vreugde.
Dan zal ik U loven bij de lier,
God, mijn God.

5Wat ben je bedroefd, mijn ziel,
en onrustig in mij.
Vestig je hoop op God,
eens zal ik Hem weer loven,
mijn God, die mij ziet en redt.

Lied 990: 1,3,5,6
Evangelielezing Lucas 20: 9-19

9 Hij vertelde de menigte de volgende gelijkenis: ‘Een man legde een wijngaard aan en verpachtte die aan wijnbouwers, waarna hij voor geruime tijd op reis ging. 10Toen de oogsttijd was gekomen, stuurde hij een knecht naar de wijnbouwers om zijn deel van de opbrengst in ontvangst te nemen. Maar de wijnbouwers mishandelden hem en stuurden hem met lege handen weg. 11Daarna stuurde hij een andere knecht. Ook die werd afgeranseld, en nadat ze hem hadden vernederd stuurden ze ook hem met lege handen weg. 12De eigenaar stuurde toen een derde knecht, maar ook die werd afgetuigd en de wijngaard uit gegooid. 13Toen zei de eigenaar van de wijngaard: “Wat moet ik doen? Ik zal mijn geliefde zoon naar hen toe sturen, voor hem zullen ze toch wel ontzag hebben.” 14Toen de wijnbouwers hem zagen, overlegden ze met elkaar: “Dat is de erfgenaam! Laten we hem doden, dan is de erfenis voor ons.” 15En ze gooiden hem de wijngaard uit en doodden hem. Wat zal de eigenaar van de wijngaard nu met hen doen? 16Hij komt zelf, hij doodt de wijnbouwers en geeft de wijngaard aan anderen.’ Toen de mensen dit hoorden, zeiden ze: ‘Dat nooit!’ 17 Maar Hij keek hen aan en vroeg: ‘Wat betekent dan wat er geschreven staat: “De steen die de bouwers afkeurden is de hoeksteen geworden”? 18Iedereen die over die steen struikelt, valt te pletter, en degene op wie die steen valt, wordt vermorzeld.’ 19De schriftgeleerden en hogepriesters, die begrepen dat Jezus deze gelijkenis met het oog op hen verteld had, wilden Hem op dat moment laten grijpen, maar ze waren bang voor de reactie van het volk.

Preek
Gezang 445: 1,2,3 (LvdK)
445: 1
God heeft mij zijn Zoon gegeven,
door ’t geloof nam ik Hem aan;
ja, ik weet het, ik zal leven,
en door Hem ten hemel gaan.
Zelfs eer ik nog was geboren,
heeft mij God in Hem verkoren,
eer zijn woord met scheppersmacht
dit heelal tot aanzijn bracht.

2
Jezus Christus is gestorven,
is verrezen, ook voor mij,
heeft de zegepraal verworven
en het leven, ook voor mij.
Aan Gods rechterhand gezeten,
zal Hij nimmer mij vergeten,
maar, uit deernis met mijn lot,
treedt Hij voor mij in bij God.

3
Ruwe stormen mogen woeden,
alles om mij heen zij nacht,
God, mijn God zal mij behoeden,
God houdt voor mijn heil de wacht.
Moet ik lang zijn hulp verbeiden,
zijne liefde blijft mij leiden:
door een nacht, hoe zwart, hoe dicht,
voert Hij mij in ’t eeuwig licht.

Geloofsbelijdenis Lied 344:1,2,3
ZWO project
Dankgebed en voorbede
Inzameling van de gaven
Lied 376:6
Zegen

Orde van dienst 27 maart 2022

Voorganger:                Ds. B.W.J de Ruyter, Maasland
Organist:                     Dhr. Marten Nap       
Ouderling:                  Mevr. N. Griffioen
Diaken:                       Mevr. Margreet van Koert

De diensten zijn te volgen via kerkdienst-gemist
https://kerkdienstgemist.nl/stations/2491-Nieuwkoop-HG

Orgelspel
Mededelingen
intochtslied/ psalm: 63:1 en 3
Stil gebed
Votum en Groet
Verootmoediging
Lied 556: 1 en 2
Gebed bij de opening van het Woord
Schriftlezing(en)

Oudtestamentische lezing: Jesaja 53: 1-11 NBV21

531 Wie kan geloven wat wij hebben gehoord? Aan wie is de macht van de HEER geopenbaard? 2 Als een loot schoot hij op onder Gods ogen, als een scheut uit dorre grond. Onopvallend was zijn uiterlijk, hij miste iedere schoonheid, zijn aanblik kon ons niet bekoren. 3 Hij werd veracht, door mensen gemeden, hij was een man die het lijden kende en met ziekte vertrouwd was, een man die zijn gelaat voor ons verborg en door ons werd verguisd en geminacht. 4 Maar hij was het die onze ziekten droeg, die ons lijden op zich nam. Wij echter zagen hem als een verstoteling, door God geslagen en vernederd. 5 Om onze zonden werd hij doorboord, om onze wandaden gebroken. De straf die hij onderging bracht ons vrede, zijn striemen gaven ons genezing. 6 Wij dwaalden rond als schapen, ieder zocht zijn eigen weg; maar de wandaden van ons allen liet de HEER op hem neerkomen. 7 Hij werd mishandeld, maar verzette zich niet en deed zijn mond niet open. Als een schaap dat naar de slacht wordt geleid, als een ooi die stil is bij haar scheerders deed hij zijn mond niet open. 8 Door een onrechtvaardig vonnis werd hij weggenomen. Wie van zijn tijdgenoten heeft er oog voor gehad? Hij werd verbannen uit het land der levenden, om de zonden van mijn volk werd hij geslagen. 9 Hij kreeg een graf bij misdadigers, zijn laatste rustplaats was bij de rijken; toch had hij nooit enig onrecht begaan, nooit bedrieglijke taal gesproken. 10 Maar de HEER wilde hem breken, Hij maakte hem ziek. Hij offerde zijn leven voor de schuld van anderen, om zijn nageslacht te zien en lang te leven. En door zijn toedoen slaagde wat de HEER wilde. 11 Na het lijden dat hij moest doorstaan, zag hij het licht en werd met kennis verzadigd. Mijn rechtvaardige dienaar verschaft velen recht, hij neemt hun wandaden op zich.

Zingen Ps. 22:1 en 3
Evangelielezing: Johannes 12: 37-50
Ongeloof
37 Ondanks alle tekenen die Hij voor hun ogen verricht had, geloofden ze niet in Hem. 38 Zo moesten de woorden van de profeet Jesaja in vervulling gaan, die zei: ‘Heer, wie heeft geloofd wat wij hebben gezegd? Aan wie is de macht van de Heer geopenbaard?’ 39 Ze konden niet tot geloof komen, want Jesaja heeft ook gezegd: 40 ‘Hij heeft hun ogen verblind en hun hart ongevoelig gemaakt. Anders zouden zij met hun ogen zien en met hun hart begrijpen, ze zouden op hun schreden terugkeren en Ik zou hen genezen.’ 41Jesaja doelde op Jezus toen hij dit zei, omdat hij zijn majesteit zag. 42 Toch waren er ook veel leiders die wel in Hem geloofden, maar vanwege de farizeeën kwamen ze daar niet openlijk voor uit, omdat ze niet uit de synagoge gezet wilden worden. 43 Ze stelden meer prijs op de eer van mensen dan op de eer van God. 44 Jezus had luid en duidelijk gezegd: ‘Wie in Mij gelooft, gelooft niet in Mij, maar in Hem die Mij gezonden heeft, 45 en wie Mij ziet, ziet Hem die Mij gezonden heeft. 46 Ik ben het licht dat naar de wereld is gekomen, opdat iedereen die in Mij gelooft niet langer in de duisternis blijft. 47 Als iemand mijn woorden hoort maar ze niet bewaart, zal Ik niet over hem oordelen. Ik ben immers niet gekomen om over de wereld te oordelen, maar om de wereld te redden. 48 Wie Mij afwijst en mijn woorden niet aanneemt heeft al een rechter: alles wat Ik gezegd heb zal op de laatste dag over hem oordelen. 49 Ik heb niet namens mezelf gesproken, maar de Vader, die Mij gezonden heeft, heeft Me opgedragen wat Ik moest zeggen en hoe Ik moest spreken. 50 Ik weet dat zijn opdracht eeuwig leven betekent. Alles wat Ik zeg, zeg Ik zoals de Vader het Mij verteld heeft.’


Zingen Lied 339a

Uitleg en prediking

Meditatief orgelspel
Zingen Lied 561

Bijdrage ZWO commissie
Geloofsbelijdenis
Collecte
Dankgebed en voorbede
Slotlied. 416
Heenzending en zegen
Gezongen Amen

Orde van dienst 13 maart 2022

Voorganger:                      ds. C. de Jong
Organist:                             Dhr. Jan Willem Hueting
Ouderling:                          Dhr. Robert Verhallen
Diaken:                               Dhr. J. Kalshoven

De diensten zijn te volgen via kerkdienst-gemist
https://kerkdienstgemist.nl/stations/2491-Nieuwkoop-HG

Orgelspel
Welkom en mededelingen

Aanvangslied Psalm 130: 1 (Uit diepte van ellende)

Groet en bemoediging
V. De Vrede van de heer is met u,
G. Ook met u is de Heer.
V. Onze hulp is in de naam van de Heer
G. Die de hemel en de aarde gemaakt heeft.
V. O God keer U naar ons toe,
G. En doe ons weer leven met hart en ziel.
V. Laat ons o Heer, uw liefde zien,
G. En geef ons uw heil.
V. O Heer, hoor ons gebed,
G. En laat ons geroep tot U komen, Amen

Psalm 130: 3

Gebed van verootmoediging
Svyatiy boze, svyatiy silny, svyatiy bezsmertny, pomilui nas.
Heilige God, Heilige Sterke, Heilige Onsterfelijke, Ontferm U over ons.

Lied: Heer ontferm U over ons (gitaar) Schrijvers voor gerechtigheid

Mensen zonder liefde, zonder lied, Heer ontferm U over ons
Mensen zonder vrienden, zonder hoop, Heer ontferm U over ons
Mensen zonder vader, zonder naam, Heer ontferm U over ons
Mensen zonder moeder, zonder troost, Heer ontferm U over ons

O Heer, ontferm U, ontferm U over ons
En hoor ons, kom ons tegemoet.
O Heer, ontferm U, ontferm U over ons
Als U iets doet, dan komt het goed.

Mensen zonder water, zonder brood, Heer ontferm U over ons
Mensen zonder kleren, zonder eer, Heer ontferm U over ons
Mensen zonder vrede, zonder vuur, Heer ontferm U over ons
Mensen zonder mensen, zonder U, Heer ontferm U over ons

O Heer, ontferm U, ontferm U over ons
Als U iets doet, dan komt het goed.

Lied Straks bijeen, als de dreiging voorbij is. (gitaar)

Straks bijeen, als de dreiging voorbij is.
Straks bijeen, het verdriet van de baan.
Weer bijeen, zonder afstand te houden,
opgetogen: de morgen breekt aan.

Samen zullen we danken en zingen.
Samen breken we brood, delen wijn.
Wij omhelzen elkaar weer met vrede:
een gebaar dat bijzonder zal zijn.

En we steunen elkaar en beloven,
na het leed dat we hebben doorstaan,
dat wij zien wat het nieuwe betekent
en daar zinvol mee om zullen gaan.

En ik hoop dat we zullen ervaren,
In geloof dat de liefde ons leidt:
Voor elkaar en voor moeder aarde
goed te zorgen nu en altijd.

Noorse tekst: Hans-Olav Moerk

Lied 1010: 1,2

Een woord tot de kinderen

Duurt de oorlog voort (gitaar) Iona

Duurt de oorlog voort, wordt de waarheid bruut gegijzeld
Trekt de wolf het kleed van de onschuld aan
Wordt de vrederoep honend als verraad bestempeld,
Wie doorziet de waan?

Duurt de oorlog voort, ondermijnt terreur het leven
Trekt een schare weg voor de dreiging van een bom
Raakt een volk ontheemd om de nationale glorie
Wie kijkt naar hen om?

Duurt de oorlog voort, sluiten wij dan niet de hemel?
Duurt de oorlog voort, scheppen wij dan niet een hel?
Duurt de oorlog voort, wordt het ons dan nog vereven?
Duurt de oorlog voort, en voort en voort….

(Hierna gaan de kinderen naar de nevendienst.)

Gebed voor de opening van het Woord

Lied 540: 1-6, Het waren tien geboden

Lezing: Exodus 32: 1-6
Het gouden stierkalf

32 1  Toen het volk merkte dat Mozes lang wegbleef en maar niet van de berg af kwam, verdrongen ze zich om Aäron en eisten van hem: ‘Maak een god voor ons die voor ons uit kan gaan, want wat er gebeurd is met die Mozes, die ons uit Egypte heeft geleid, weten we niet.’ 2Aäron antwoordde: ‘Neem dan uw vrouwen, zonen en dochters hun gouden oorringen af en breng die bij mij.’ 3Hierop deden alle Israëlieten zonder aarzelen hun gouden oorringen af en gaven die aan Aäron. 4 Alles wat ze hem brachten smolt hij om en hij goot er een beeld van in de vorm van een stierkalf. Het volk riep uit: ‘Israël, dit is je god, die je uit Egypte heeft geleid!’ 5Toen Aäron zag wat er gebeurde, bouwde hij een altaar voor het beeld en kondigde hij aan dat er de volgende dag een feest voor de HEER zou zijn. 6 De volgende morgen vroeg brachten ze brandoffers en vredeoffers. Ze gingen zitten om te eten en te drinken, en stonden daarna op om uitbundig feest te vieren.

Lezing: Handelingen 13: 1-12
Uitzending van Barnabas en Saulus: de eerste reis
1Er waren in de gemeente van Antiochië profeten en leraren, onder wie Barnabas, Simeon, die Niger werd genoemd, Lucius de Cyreneeër, Manaën, een jeugdvriend van de tetrarch Herodes, en Saulus. 2Op een dag, toen ze aan het vasten waren en een samenkomst hielden voor de Heer, zei de heilige Geest tegen hen: ‘Stel Mij Barnabas en Saulus ter beschikking voor de taak die Ik hun heb toebedeeld.’ 3Nadat ze gevast en gebeden hadden, legden ze hun de handen op en lieten hen vertrekken. 4Zo werden Barnabas en Saulus uitgezonden door de heilige Geest. Ze gingen eerst naar Seleucië en van daar per schip naar Cyprus, 5waar ze aankwamen in Salamis. Daar verkondigden ze Gods boodschap in de synagogen van de Joden. Johannes was met hen meegegaan om hen te helpen. 6Ze reisden het hele eiland rond tot ze in Pafos kwamen, waar ze een Joodse magiër aantroffen, een valse profeet die Barjesus heette 7en tot het gevolg behoorde van Sergius Paulus, de proconsul. Sergius Paulus, een verstandig man, liet Barnabas en Saulus bij zich komen omdat hij meer wilde horen over het woord van God. 8Maar Elymas, zoals Barjesus ook wel werd genoemd – want Elymas betekent ‘magiër’ –, stelde zich tegen hen teweer en probeerde de proconsul van het geloof af te houden. 9Daarop keek Saulus (die ook bekendstond als Paulus) hem strak aan, en vervuld van de heilige Geest 10 zei hij: ‘U bent een bedrieger, een gewetenloze oplichter, een kind van de duivel en een vijand van elke vorm van gerechtigheid. Hoe durft u de rechte wegen van de Heer te veranderen in kronkelpaden? 11 Let op: de hand van de Heer zal u treffen, u zult blind zijn en voorlopig geen zonlicht meer zien.’ Onmiddellijk werd alles donker om hem heen, zodat hij tastend zijn weg moest zoeken en anderen moest vragen of ze hem wilden leiden. 12 Toen de proconsul dit zag, kwam hij tot geloof, diep onder de indruk als hij was van wat hij over de Heer had geleerd.

Lied 275: 1,2,3 Heer onze Heer, hoe zijt Gij aanwezig

Lezing: Matteus 5: 1-10  Bergrede
5 1Toen Hij de mensenmassa zag, ging Hij de berg op. Daar ging Hij zitten met zijn leerlingen om zich heen. 2 Hij nam het woord en onderrichtte hen:
3 ‘Gelukkig wie nederig van hart zijn,
want voor hen is het koninkrijk van de hemel.
4 Gelukkig de treurenden,
want zij zullen getroost worden.
5 Gelukkig de zachtmoedigen,
want zij zullen de aarde bezitten.
6 Gelukkig wie hongeren en dorsten naar de gerechtigheid,
want zij zullen verzadigd worden.
7 Gelukkig de barmhartigen,
want zij zullen barmhartigheid ondervinden.
8 Gelukkig wie zuiver van hart zijn,
want zij zullen God zien.
9 Gelukkig de vredestichters,
want zij zullen kinderen van God genoemd worden.
10 Gelukkig wie vanwege de gerechtigheid vervolgd worden,
want voor hen is het koninkrijk van de hemel.

Lied 1000; verzen 1 en 2 dan (pas) refrein, verzen 3 en 4 dan (pas) refrein, vers 5, refrein. Wij zagen hoe het spoor van God,

Preek

Halleluja, Leonard Cohen, vertaling Jan Rot (gitaar)

Ik hoorde van een nieuw akkoord
Wat David speelt en God bekoort     
Maar notenleer dat vind jij vast gedoe, ja
Dat gaat dan zo van C naar D
En E mineur en straks de B
De psalmenvorst ontdekt zijn Halleluja
Halleluja, halleluja, halleluja, halleluja

Je wil is sterk, het vlees is zwak
Je ziet haar naakt vanaf het dak
Haar schoonheid in het maanlicht is taboe, ja
Ze bindt je op de offerbaar
Ze breekt je troon en knipt je haar
En steelt dan uit je mond het halleluja
Halleluja, halleluja, halleluja, halleluja

Jij zegt: “Dat was Bathseba niet…”
Ik ben bezig met een lied
Uria de Hetiet doet er niet toe, ja
Een bliksemschicht in ieder woord
Het maakt niet uit welk woord je hoort
Een heilig of gevallen hallelujah
Halleluja, halleluja, halleluja, halleluja

Ik deed mijn best, het was niet veel
Ik voel maar weinig als ik speel
Maar echt is echt, en dat is wat ik doe, ja
En ook al klonk het dan verrot
Ooit sta ik voor de Psalmengod
En rolt niets van mijn tong dan halleluja
Halleluja, halleluja, halleluja, halleluja

Orgelspel

Lied 1006 (gitaar)

Gebeden

Slotlied 1005 (Nl.)

Zegen

Orde van dienst woensdag 9 maart 2022

Voorganger:                      ds. H.J. Prosman
Organist:                             Dhr. Michel van Buuren
Ouderling:                          Mevr. N. Griffioen
Diaken:                               Mevr. M. van Koert

De diensten zijn te volgen via kerkdienst-gemist

https://kerkdienstgemist.nl/stations/2491-Nieuwkoop-HG

Orgelspel
Welkom en mededelingen
intochtslied psalm 65:1
Votum en groet
Psalm 136:1,12,13
Gebed
Schriftlezing Ezra 9: 3-9
Zodra ik dit hoorde, scheurde ik mijn kleren en mijn mantel. Ik trok het haar uit mijn hoofd en mijn baard, en ging zitten, verbijsterd. En allen die vanwege de ontrouw van de ballingen de dreigende woorden van de God van Israël vreesden, kwamen bij mij. Zo bleef ik verbijsterd zitten tot het avondoffer. Toen stond ik op, beëindigde mijn boetedoening, en met gescheurde kleren en mantel viel ik op mijn knieën en hief mijn handen op naar de HEER, mijn God. Ik zei: ‘Mijn God, ik schaam me, mijn God, ik ben te beschaamd om mijn gezicht naar U op te heffen, want onze zonden reiken tot boven ons hoofd en onze schuld is zo hoog als de hemel. Vanaf de dagen van onze voorouders tot aan deze dag zijn wij zeer schuldig tegenover U, en vanwege onze zonden zijn wij, onze koningen, onze priesters, overgeleverd aan de macht van de koningen van andere landen, aan geweld, aan gevangenschap, aan plundering, en aan openlijke schande, zoals nu. En toch heeft de HEER, onze God, onlangs zijn erbarmen getoond door een deel van ons volk te laten ontkomen, en door ons een houvast te geven in zijn heilige plaats. Onze God heeft onze ogen doen oplichten en ons in onze slavernij weer wat levensmoed gegeven. Want wij zijn slaven, en in onze slavernij heeft onze God ons niet verlaten. Hij heeft de koningen van Perzië gunstig gestemd jegens ons, om ons weer levensmoed te geven opdat wij de tempel van onze God kunnen laten herrijzen en hem uit de puinhopen herstellen, en om voor ons als een veilige muur in Juda en in Jeruzalem te zijn

Lied 364: 1,4,5,6
Preek
Lied 678: 1,3,4,9
Geloofsbelijdenis (340b)
Dankgebed, voorbeden, Onze Vader
Collecte
Psalm 90:1,8
Zegen