Orde van dienst 1 februari 2026

Voorganger:                      ds. H.J. Prosman
Organist:                             Dhr. Ad van Pelt
Ouderling:                          Mevr. Annemarie Rietveld
Diaken:                               Dhr. J. Kalshoven

De diensten zijn te volgen via kerkdienst-gemist

https://kerkdienstgemist.nl/stations/2491-Nieuwkoop-HG

Orgelspel
Welkom en mededelingen
Zingen                                  psalm 93:1,2
Bemoediging en groet
v. Onze hulp in de naam van de Heer
a. die hemel en aarde gemaakt heeft.
v. die trouw houdt tot in eeuwigheid
a. en niet loslaat het werk van zijn handen
v. Genade en vrede zij u van God de vader en van de Heer Jezus Christus
a. Amen
Zingen                                  psalm 9393:3,4
Lezen van de geboden: Leviticus 19: 9-17 en 32-35
 9Wanneer je de graanoogst binnenhaalt, oogst dan niet tot aan de rand van de akker en raap wat blijft liggen niet bijeen. 10En wanneer je bij de wijnoogst druiven plukt, loop dan niet alles nog eens na en raap niet bijeen wat op de grond is gevallen, maar laat het liggen voor de armen en de vreemdelingen. Ik ben de HEER, jullie God. 11Steel niet, lieg niet en bedrieg je naaste niet. 12Leg geen valse eed af als je bij mijn naam zweert, want daarmee ontwijd je de naam van je God. Ik ben de HEER. 13Beroof niemand en pers een ander niet af. Betaal een dagloner zijn loon nog op dezelfde dag uit. 14Spreek geen vloek uit over een dove en plaats geen obstakel voor de voeten van een blinde. Toon ontzag voor je God. Ik ben de HEER. 15Wees niet partijdig wanneer je rechtspreekt. Trek onaanzienlijken niet voor en zie machthebbers niet naar de ogen. Spreek rechtvaardig recht over je naasten. 16Breng het leven van een ander niet in gevaar door lasterpraat over hem rond te strooien. Ik ben de HEER. 17Wees niet haatdragend. Als je iemand iets te verwijten hebt, roep hem dan ter verantwoording en laad niet omwille van een ander schuld op je. 

32Sta op voor oude mensen en betoon hun respect. Toon ontzag voor je God. Ik ben de HEER.
33Iemand die als vreemdeling in jullie land verblijft, mag je niet onderdrukken. 34Behandel vreemdelingen die bij jullie wonen als geboren Israëlieten. Heb hen lief als jezelf, want jullie zijn zelf vreemdelingen geweest in Egypte. Ik ben de HEER, jullie God.
35Knoei niet met lengtematen, gewichten en inhoudsmaten. 36Gebruik een zuivere weegschaal met zuivere gewichten, een zuivere efa en een zuivere hin. Ik ben de HEER, jullie God, die jullie uit Egypte heeft geleid. 37Houd je aan al mijn bepalingen en regels en leef ze na. Ik ben de HEER.”’

Gebed van verootmoediging met acclamatie: 368d
Zingen                                  413:1,2,3,
 Moment met de kinderen
Gebed

 Schriftlezing Rechters 6: 1- 16
1-2Maar de Israëlieten deden wat slecht is in de ogen van de HEER. Daarom leverde Hij hen uit aan het volk van Midjan, dat hen zeven jaar achtereen kwam plunderen. Uit angst voor de Midjanieten richtten de Israëlieten in bergspleten, grotten en op andere moeilijk bereikbare plekken schuilplaatsen in. 3Elk jaar wanneer het gewas op het veld stond, kwamen de Midjanieten, de Amalekieten en nog andere woestijnvolken uit het oosten aanzetten en vielen ze Israël binnen. 4Ze sloegen er hun tenten op en vernietigden de oogsten, tot helemaal in Gaza. Niets lieten ze voor de Israëlieten over om van te leven, nog geen schaap, geen rund en geen ezel. 5Als een zwerm sprinkhanen kwamen ze aanzetten met hun vee en hun tenten: een onafzienbare massa mensen en dromedarissen die het land binnenviel en alles verwoestte. 6Door toedoen van Midjan verviel Israël tot bittere armoede, en het volk riep de HEER te hulp. 7Toen de Israëlieten de HEER tegen de Midjanieten te hulp riepen, 8stuurde Hij een profeet, die hun zei: ‘Dit zegt de HEER, de God van Israël: Ik ben het die jullie uit Egypte heeft geleid, Ik heb jullie verlost uit de slavernij. 9Ik heb jullie bevrijd uit de greep van de Egyptenaren en van de volken die jullie hier bedreigden; die heb Ik voor jullie weggejaagd en Ik heb jullie hun land gegeven. 10En Ik heb jullie gezegd: Ook al wonen jullie nu in het land van de Amorieten, hun goden mogen jullie niet vereren want Ik, de HEER, ben jullie God. Maar jullie hebben niet geluisterd naar wat Ik zei.’ 11Toen kwam de engel van de HEER en Hij nam plaats onder de terebint bij Ofra, op het land van Joas, een afstammeling van Abiëzer. Joas’ zoon Gideon was juist bezig tarwe te dorsen. Om ervoor te zorgen dat de Midjanieten de tarwe niet zouden zien, deed hij dat in de wijnpers. 12De engel van de HEER vertoonde zich aan hem en zei: ‘De HEER zij met je, dappere krijgsman.’ 13‘Mag ik U vragen,’ antwoordde Gideon, ‘als de HEER ons werkelijk bijstaat, waarom overkomt dit ons dan allemaal? Waar blijft Hij dan met zijn wonderbaarlijke daden, waarover onze voorouders hebben verteld? Uit Egypte heeft Hij ze geleid, zeiden ze toch? Maar nu heeft Hij ons in de steek gelaten en uitgeleverd aan de Midjanieten!’ 14Toen wendde de HEER zich tot Gideon en zei: ‘Toon je moed en bevrijd Israël, dat is mijn opdracht.’ 15‘Mag ik U vragen,’ antwoordde Gideon, ‘hoe zou ik Israël kunnen bevrijden?’ Mijn familie heeft in onze stam, Manasse, niets in te brengen, en ikzelf ben de jongste van de familie.’ 16De HEER antwoordde: ‘Dat kun je omdat Ik je bijsta. ‘Je zult de Midjanieten verslaan alsof je met niet meer dan één man te doen had.’

 Zingen                                 803: 1,5,6

 Mattheüs 5: 1-12
1Toen Hij de mensenmassa zag, ging Hij de berg op. Daar ging Hij zitten met zijn leerlingen om zich heen. 2Hij nam het woord en onderrichtte hen: 3‘Gelukkig wie nederig van hart zijn, want voor hen is het koninkrijk van de hemel. 4Gelukkig de treurenden, want zij zullen getroost worden. 5Gelukkig de zachtmoedigen, want zij zullen de aarde bezitten. 6Gelukkig wie hongeren en dorsten naar de gerechtigheid, want zij zullen verzadigd worden. 7Gelukkig de barmhartigen, want zij zullen barmhartigheid ondervinden. 8Gelukkig wie zuiver van hart zijn, want zij zullen God zien. 9Gelukkig de vredestichters, want zij zullen kinderen van God genoemd worden. 10Gelukkig wie vanwege de gerechtigheid vervolgd worden, want voor hen is het koninkrijk van de hemel. 11Gelukkig zijn jullie wanneer ze je omwille van Mij uitschelden, vervolgen en van allerlei kwaad betichten. 12Verheug je en juich, want je zult rijkelijk beloond worden in de hemel; zo immers vervolgden ze vóór jullie de profeten.

Preek
Zingen                                  763:1 t/m 5
Presentatie over het ZWO-project in Moldavië
Dankgebed, voorbeden, Onze Vader
Zingen                                  871: t/m 4
Zegen
Gezongen Amen


Orde van dienst 25 januari 2026 – Bediening heilig Avondmaal

Voorganger:                      ds. H.J. Prosman
Organist:                             Dhr. Jan-Willem Hueting
Ouderling:                          Mevr. Nel Griffioen
Diaken:                               Dhr. J. Kalshoven

De diensten zijn te volgen via kerkdienst-gemist

https://kerkdienstgemist.nl/stations/2491-Nieuwkoop-HG

Orgelspel
Welkom en mededelingen
Zingen                                  psalm 66:1
Votum en groet
Zingen                                 psalm 66:5,7
Smeekgebed
Klein Gloria
Gebed bij de opening van het Woord
Rechters 4:1-24
Debora en Barak

1Na de dood van Ehud deden de Israëlieten weer wat slecht is in de ogen van de HEER. 2Daarom leverde de HEER hen uit aan koning Jabin van Kanaän, die regeerde in Hasor. De bevelhebber van diens leger heette Sisera; hij had zijn legerkamp in Charoset-Haggojim. 3Jabin beschikte over negenhonderd ijzeren strijdwagens en heerste met harde hand over Israël, wel twintig jaar lang. Daarom riepen de Israëlieten de HEER te hulp. 4In die tijd was de profetes Debora degene die Israël als rechter leidde; zij was de vrouw van Lappidot. 5Ze hield zitting onder de Deborapalm tussen Rama en Betel, in het bergland van Efraïm, en daar kwamen de Israëlieten haar hun rechtsgeschillen voorleggen. 6Debora liet Barak, de zoon van Abinoam, afkomstig uit Kedes in Naftali, bij zich komen en zei tegen hem: ‘De HEER, de God van Israël, gebiedt u: “Trek met tienduizend man uit de stammen Naftali en Zebulon op naar de Tabor. 7Dan zal Ik Jabins bevelhebber Sisera met al zijn strijdwagens en soldaten laten optrekken tot in het dal van de Kison en hem aan je uitleveren.”’ 8‘Als u meegaat, zal ik gaan,’ antwoordde Barak, ‘maar als u niet meegaat, ga ik niet.’ 9‘Goed,’ zei Debora, ‘ik zal met u meegaan. Maar let wel, u zult geen eer behalen aan deze veldtocht, want de HEER zal Sisera uitleveren aan een vrouw.’ Zo besloot Debora met Barak mee te gaan naar Kedes. 10Barak riep de mannen van Zebulon en Naftali onder de wapenen in Kedes en trok op aan het hoofd van tienduizend man. Debora ging met hem mee. 11In de buurt van Kedes had een zekere Cheber zijn tenten opgeslagen bij de eik in Saänannim. Deze Cheber was een Keniet die zich had afgescheiden van zijn stamgenoten, nakomelingen van Mozes’ schoonvader Chobab. 12Sisera kreeg bericht dat Barak de Tabor op gegaan was. 13Daarom riep hij zijn soldaten onder de wapenen en trok met al zijn negenhonderd ijzeren strijdwagens en zijn hele leger vanuit Charoset-Haggojim op naar het dal van de Kison. 14Debora spoorde Barak aan: ‘Vooruit! Vandaag levert de HEER Sisera aan u uit. Hij zal voor u uit gaan.’ Toen kwam Barak de Tabor af met tienduizend man achter zich aan. 15Op het moment dat de manschappen van Sisera Barak zagen verschijnen, zaaide de HEER paniek onder hen en ontstond er grote verwarring. Sisera sprong van zijn wagen en maakte zich uit de voeten. 16Barak achtervolgde de strijdwagens en de soldaten tot in Charoset-Haggojim. Alle soldaten van Sisera sneuvelden; niet een bleef er in leven. 17Sisera vluchtte te voet naar de tent van Jaël, de vrouw van de Keniet Cheber, want hij wist dat de familie van Cheber op goede voet stond met koning Jabin van Hasor. 18Jaël kwam hem tegemoet en zei: ‘Kom binnen, heer, kom binnen. Wees niet bang.’ Hij ging bij haar de tent binnen en zij verborg hem onder een deken. 19‘Geef me wat water te drinken,’ vroeg hij, ‘ik heb zo’n dorst.’ Jaël opende een melkzak, gaf hem te drinken en dekte hem weer toe. 20Toen zei hij: ‘Ga in de tentopening staan. Als er dan iemand komt vragen of er een man bij u is, moet u zeggen: “Nee, er is hier niemand.”’ 21Jaël nam een tentpin en een hamer en sloop de tent binnen. Ze sloeg, terwijl hij daar uitgeput in slaap lag, de tentpin dwars door zijn hoofd de grond in, zodat hij stierf. 22Op dat moment kwam Barak eraan, op jacht naar Sisera. Jaël ging hem tegemoet en zei: ‘Kom, ik zal u de man laten zien die u zoekt.’ Barak ging met haar naar binnen – en daar lag Sisera, dood, met de tentpin door zijn hoofd. 23Zo bracht God koning Jabin van Kanaän in zijn strijd met de Israëlieten een zware nederlaag toe. 24Daarna wist Israël koning Jabin steeds verder terug te dringen, totdat ze hem hadden vernietigd.


Zingen                                 psalm 68:7,8
Matteüs 4: 1-25
Jezus in de woestijn
1Daarna werd Jezus door de Geest meegevoerd naar de woestijn om door de duivel op de proef gesteld te worden. 2Nadat Hij veertig dagen en veertig nachten had gevast, had Hij grote honger. 3Toen kwam de beproever naar Hem toe en zei: ‘Als U de Zoon van God bent, beveel die stenen dan in broden te veranderen.’ 4Maar Jezus gaf hem ten antwoord: ‘Er staat geschreven: “De mens leeft niet van brood alleen, maar van ieder woord dat klinkt uit de mond van God.”’ 5Vervolgens nam de duivel Hem mee naar de heilige stad, zette Hem op het hoogste punt van de tempel 6en zei tegen Hem: ‘Als U de Zoon van God bent, spring dan naar beneden. Want er staat geschreven: “Zijn engelen zal Hij opdracht geven om U op hun handen te dragen, zodat U uw voet niet zult stoten aan een steen.”’ 7Jezus antwoordde: ‘Er staat ook geschreven: “Stel de Heer, uw God, niet op de proef.”’ 8De duivel nam Hem opnieuw mee, nu naar een zeer hoge berg. Hij toonde Hem alle koninkrijken van de wereld in al hun pracht 9en zei: ‘Dit alles zal ik U geven als U zich voor mij neerwerpt en mij aanbidt.’ 10Daarop zei Jezus tegen hem: ‘Ga weg, Satan! Want er staat geschreven: “Aanbid de Heer, uw God, vereer alleen Hem.”’ 11Daarna liet de duivel Hem met rust, en meteen kwamen er engelen om Hem te dienen.
Begin van Jezus’ verkondiging
12Toen Jezus hoorde dat Johannes gevangengenomen was, week Hij uit naar Galilea. 13Hij keerde niet terug naar Nazaret, maar ging in Kafarnaüm wonen, aan het meer, in het gebied van Zebulon en Naftali. 14Zo moest in vervulling gaan wat gezegd is door de profeet Jesaja: 15‘Land van Zebulon en Naftali, gebied aan het meer en aan de overkant van de Jordaan, Galilea van de heidenen, luister: 16Het volk dat in duisternis leefde, zag een schitterend licht, en zij die woonden in de schaduw van de dood werden door het licht beschenen.’ 17Vanaf dat moment begon Jezus zijn verkondiging. ‘Kom tot inkeer,’ zei Hij, ‘want het koninkrijk van de hemel is nabij!’ 18Toen Hij langs het meer liep, zag Hij twee broers, Simon, die Petrus genoemd wordt, en zijn broer Andreas. Ze wierpen hun net uit in het meer, het waren vissers. 19Hij zei tegen hen: ‘Kom, volg Mij, Ik zal van jullie vissers van mensen maken.’ 20Ze lieten meteen hun netten achter en volgden Hem. 21Even verderop zag Hij twee andere broers, Jakobus, de zoon van Zebedeüs, en zijn broer Johannes. Ze waren met hun vader in hun boot bezig met het herstellen van de netten. Hij riep hen 22en meteen lieten ze de boot en hun vader Zebedeüs achter en volgden Hem. 23Hij trok rond in heel Galilea; Hij gaf de mensen onderricht in hun synagogen, verkondigde het goede nieuws over het koninkrijk en genas iedere ziekte en elke kwaal onder het volk. 24Het nieuws over Hem verspreidde zich in heel Syrië. Allen die ergens aan leden en gekweld werden door een ziekte of door pijn, en ook bezetenen en maanzieken en verlamden, werden bij Hem gebracht en Hij genas hen. 25En grote groepen mensen volgden Hem, uit Galilea en de Dekapolis, uit Jeruzalem en Judea en uit het gebied aan de overkant van de Jordaan.



Zingen                                 Lied 531: 1,2,3
Preek
Zingen                                 Lied 448:1,3,5,7,9
Lezen van het Avondmaalsformulier, diaconaal gebed, Onze Vader
Zingen                                 lied 840:1,2,3
Viering van het Heilig Avondmaal
Zingen                                 Psalm 103:1
Dankgebed en voorbeden
Collecte
Zingen                                 lied 835:1,4
Zegen
Gezongen Amen


Orde van dienst 18 januari 2026 –tweede zondag na Epifanie

Voorganger:                      ds. H. Koolhaas, Aalsmeer
Organist:                             Dhr. Martijn van der Weerd
Ouderling:                          Mevr. Nel Griffioen
Diaken:                               Dhr. J. Kalshoven

De diensten zijn te volgen via kerkdienst-gemist

https://kerkdienstgemist.nl/stations/2491-Nieuwkoop-HG

Orgelspel
Welkom en mededelingen
Zingen:                                                 Psalm 100: 1,2 en 4 Juicht Gode toe
Votum & Groet
Zingen:                                Psalm 119: 64 Een smekeling
Leefregel uit Filippenzen 2: 5-11
5Laat onder u de gezindheid heersen die Christus Jezus had. 6Hij, die de gestalte van God had, maakte er geen aanspraak op aan God gelijk te zijn, 7maar deed afstand van zijn positie en nam de gestalte aan van een dienaar. Hij werd gelijk aan de mensen, en als mens verschenen 8heeft Hij zich vernederd en werd gehoorzaam tot in de dood – de dood aan het kruis. 9Daarom heeft God Hem hoog verheven en Hem de naam geschonken die elke naam te boven gaat, 10opdat in de naam van Jezus elke knie zich zal buigen, in de hemel, op de aarde en onder de aarde, 11en elke tong zal belijden: ‘Jezus Christus is Heer,’ tot eer van God, de Vader.

Zingen:                                 NLB 496: 1,2 en 3 Een ster ging op uit Israël
Gebed
Schriftlezing:      1 Samuël 2 vers 12-26 (NBV21)
Het wangedrag van de zonen van Eli

12De zonen van Eli waren mannen die nergens voor terugdeinsden. Ze trokken zich niets van de HEER aan 13en maakten misbruik van het recht dat priesters hadden op een deel van de offergaven. Wanneer iemand een offerdier liet slachten, dan kwam er als het vlees gaar was een priesterknecht met een drietandige vork. 14Daarmee prikte hij in de pot, de pan, de ketel of de schaal, en alles wat aan de vork bleef hangen, eigende de priester zich toe. Zo verging het alle Israëlieten die in Silo kwamen offeren. 15Sterker nog, soms kwam de priesterknecht al voor er rook van het vet opsteeg eisen: ‘Geef het vlees aan de priester om het te roosteren. Maar wel rauw; bereid vlees wil hij niet!’ 16Als dan degene die aan het offeren was antwoordde: ‘Wacht tenminste tot er rook van het vet komt, dan kunt u nemen wat u hebben wilt,’ zei de knecht: ‘Geef op! Anders neem ik het met geweld!’ 17De HEER nam het wangedrag van Eli’s zonen zeer hoog op; ze toonden geen eerbied voor de gaven die de HEER toekwamen.

18De jonge Samuel diende de HEER, en droeg daarbij een linnen priesterhemd. 19Zijn moeder maakte ieder jaar een nieuw manteltje voor hem, dat ze meebracht wanneer zij en haar man hun jaarlijkse offer kwamen brengen. 20Eli zegende Elkana en zijn vrouw dan met de woorden: ‘Moge de HEER u bij deze vrouw nog andere kinderen geven, in plaats van de jongen die zij aan de HEER heeft afgestaan.’ Daarna gingen ze weer terug naar huis. 21De HEER zag inderdaad naar Hanna om: ze werd opnieuw zwanger en baarde nog vijf kinderen, drie zonen en twee dochters, terwijl de jonge Samuel dicht bij de HEER opgroeide.

22Inmiddels was Eli op hoge leeftijd gekomen. Van tijd tot tijd bereikten hem geruchten over wat zijn zonen de Israëlieten allemaal aandeden, en dat ze zelfs sliepen met de vrouwen die dienstdeden bij de ingang van de ontmoetingstent. 23Dan verweet hij hun: ‘Waarom misdragen jullie je zo? Van alle kanten hoor ik slechte dingen over jullie. 24Het is niet veel fraais wat het volk van de HEER over jullie te vertellen heeft. Zo gaat het niet langer! 25Wanneer mensen elkaar kwaad doen, kan God tussenbeide komen, maar wanneer mensen zondigen tegen de HEER, wie zal dan voor hen pleiten?’ Maar de zonen weigerden naar hun vader te luisteren; de HEER had namelijk besloten hen te doden. 26Intussen groeide Samuel verder op. Hij was zeer geliefd, zowel bij de HEER als bij de mensen.

Zingen:                                Psalm 27: 2 NB Eén ding slechts

Verkondiging                    Een nieuw jaar in stille dienst n.a.v. 1 Samuël 2 vers 18

Zingen:                                NLB 912: 1,2 en 6 Neem mijn leven

Wij belijden ons geloof met HC vraag en antwoord 1

Zingen:                                NLB 345: 1 en 2 Gij hebt uw woord gegeven

Dankgebed, voorbeden, stil gebed, Onze Vader

Zingen:                                                NLB 452: 1,2 en 3 Als tussen licht en donker

Zegen

Gezongen Amen

Orde van dienst 11 januari 2026 – eerste zondag na Epifanie

Voorganger:                      ds. H.J. Prosman
Organist:                             Dhr. Ad van Pelt
Ouderling:                          Mevr. Annemarie Rietveld
Diaken:                               Dhr. Steven de Feij

De diensten zijn te volgen via kerkdienst-gemist

https://kerkdienstgemist.nl/stations/2491-Nieuwkoop-HG

Orgelspel
Welkom en mededelingen
Zingen                                  Psalm 67:1
Bemoediging en groet
Zingen                                  Psalm 147:6
Lezen van het gebod
Zingen                                  Lied 911:1,3
Gebed
Bevestiging kerkrentmeester Walter van Koert
Zingen                                  Lied 912:1,2
Kerkrentmeester neemt plaats in de bank.
Gebed
Schriftlezing Job 38:16-30

Betrad jij ooit de plaats waar de zee opwelt, heb jij over haar diepste bodem gewandeld?
Zijn de poorten van de dood aan jou getoond, de deuren van het diepste donker – heb jij die gezien?
Kun jij de aarde in haar volle uitgestrektheid bevatten?
Vertel het, als jij het allemaal weet!
Waar is de weg naar de oorsprong van het licht, en de plaats van het donker – is die jou bekend,
zodat je het naar zijn gebied kunt voeren en het pad naar zijn huis kunt vinden?
Jij weet dat vast, want jij werd toen geboren, zoveel jaren liggen achter je!
Ken jij de voorraadkamers van de sneeuw, heb jij de voorraadkamers van de hagel gezien,
die Ik heb aangelegd voor tijden van nood, voor dagen van oorlog en strijd?
Hoe kom je op de plaats van waar het licht verspreid wordt, van waar de oostenwind over de aarde uitwaait?
Wie heeft de geulen gekliefd voor de stromen, de weg voor donder en bliksem gebaand,
zodat de regen neervalt op de onbewoonde aarde, op de woestijn waar geen mensen leven,
en wildernis en woestenij doordrenkt raken en er overal jong gras opschiet?
Heeft de regen een vader?
Wie brengt de dauwdruppels voort?
Uit welke schoot wordt het ijs geboren, wie baart de rijp van de hemel, wanneer de wateren stollen, hard als steen, wanneer het oppervlak van de zee bevroren raakt?

Mattheüs 3:13-17

Toen kwam Jezus vanuit Galilea naar de Jordaan om door Johannes gedoopt te worden. Johannes probeerde Hem tegen te houden met de woorden: ‘Ik zou door U gedoopt moeten worden, en dan komt U naar mij?’ Maar Jezus antwoordde: ‘Toch moet je het doen, want zo dienen wij de gerechtigheid geheel en al tot vervulling te brengen.’ Toen deed Johannes het. Zodra Jezus gedoopt was en uit het water omhoog kwam, opende de hemel zich voor Hem en zag Hij hoe de Geest van God als een duif op Hem neerdaalde. En uit de hemel klonk een stem: ‘Dit is mijn geliefde Zoon, in Hem vind ik vreugde.’

Zingen                                  Lied 517:1,4,5
Preek
Zingen                                  lied 524:1-5
Geloofsbelijdenis
Zingen                                  Psalm 111:5
Dankgebed, voorbeden en Onze Vader
Collecte
Slotzang                              lied 452:2
Zegen

Orde van dienst 4 januari 2026 – Epifanie

Voorganger:                      ds. J.W. Sterrenburg, Reeuwijk
Organist:                             Dhr. Arie van Blaaderen
Ouderling:                          Dhr. Robert  Verhallen
Diaken:                               Dhr. J. Kalshoven

De diensten zijn te volgen via kerkdienst-gemist

https://kerkdienstgemist.nl/stations/2491-Nieuwkoop-HG

Orgelspel
Welkom en mededelingen
Zingen                                  Psalm 100: 1,2 en 4 Juicht Gode toe
Votum en groet
Zingen                                  Psalm 119: 64 Een smekeling
Leefregel uit Filippenzen 2: 5-11
5Laat onder u de gezindheid heersen die Christus Jezus had. 6Hij, die de gestalte van God had, maakte er geen aanspraak op aan God gelijk te zijn, 7maar deed afstand van zijn positie en nam de gestalte aan van een dienaar. Hij werd gelijk aan de mensen, en als mens verschenen 8heeft Hij zich vernederd en werd gehoorzaam tot in de dood – de dood aan het kruis. 9Daarom heeft God Hem hoog verheven en Hem de naam geschonken die elke naam te boven gaat, 10opdat in de naam van Jezus elke knie zich zal buigen, in de hemel, op de aarde en onder de aarde, 11en elke tong zal belijden: ‘Jezus Christus is Heer,’ tot eer van God, de Vader.

Zingen:                                 NLB 496: 1,2 en 3 Een ster ging op uit Israël
Gebed
Schriftlezing:      1 Samuël 2 vers 12-26 (NBV21)
Het wangedrag van de zonen van Eli

12De zonen van Eli waren mannen die nergens voor terugdeinsden. Ze trokken zich niets van de HEER aan 13en maakten misbruik van het recht dat priesters hadden op een deel van de offergaven. Wanneer iemand een offerdier liet slachten, dan kwam er als het vlees gaar was een priesterknecht met een drietandige vork. 14Daarmee prikte hij in de pot, de pan, de ketel of de schaal, en alles wat aan de vork bleef hangen, eigende de priester zich toe. Zo verging het alle Israëlieten die in Silo kwamen offeren. 15Sterker nog, soms kwam de priesterknecht al voor er rook van het vet opsteeg eisen: ‘Geef het vlees aan de priester om het te roosteren. Maar wel rauw; bereid vlees wil hij niet!’ 16Als dan degene die aan het offeren was antwoordde: ‘Wacht tenminste tot er rook van het vet komt, dan kunt u nemen wat u hebben wilt,’ zei de knecht: ‘Geef op! Anders neem ik het met geweld!’ 17De HEER nam het wangedrag van Eli’s zonen zeer hoog op; ze toonden geen eerbied voor de gaven die de HEER toekwamen.

18De jonge Samuel diende de HEER, en droeg daarbij een linnen priesterhemd. 19Zijn moeder maakte ieder jaar een nieuw manteltje voor hem, dat ze meebracht wanneer zij en haar man hun jaarlijkse offer kwamen brengen. 20Eli zegende Elkana en zijn vrouw dan met de woorden: ‘Moge de HEER u bij deze vrouw nog andere kinderen geven, in plaats van de jongen die zij aan de HEER heeft afgestaan.’ Daarna gingen ze weer terug naar huis. 21De HEER zag inderdaad naar Hanna om: ze werd opnieuw zwanger en baarde nog vijf kinderen, drie zonen en twee dochters, terwijl de jonge Samuel dicht bij de HEER opgroeide. 22Inmiddels was Eli op hoge leeftijd gekomen. Van tijd tot tijd bereikten hem geruchten over wat zijn zonen de Israëlieten allemaal aandeden, en dat ze zelfs sliepen met de vrouwen die dienstdeden bij de ingang van de ontmoetingstent. 23Dan verweet hij hun: ‘Waarom misdragen jullie je zo? Van alle kanten hoor ik slechte dingen over jullie. 24Het is niet veel fraais wat het volk van de HEER over jullie te vertellen heeft. Zo gaat het niet langer! 25Wanneer mensen elkaar kwaad doen, kan God tussenbeide komen, maar wanneer mensen zondigen tegen de HEER, wie zal dan voor hen pleiten?’ Maar de zonen weigerden naar hun vader te luisteren; de HEER had namelijk besloten hen te doden. 26Intussen groeide Samuel verder op. Hij was zeer geliefd, zowel bij de HEER als bij de mensen.

Zingen:                                Psalm 27: 2 NB Eén ding slechts
Verkondiging                    Een nieuw jaar in stille dienst n.a.v. 1 Samuël 2 vers 18
Zingen:                               NLB 912: 1,2 en 6 Neem mijn leven
Wij belijden ons geloof met HC vraag en antwoord 1
Zingen:                               NLB 345: 1 en 2 Gij hebt uw woord gegeven
Dankgebed, voorbeden, stil gebed, Onze Vader
Collecte
Zingen:                               NLB 452: 1,2 en 3 Als tussen licht en donker
Zegen
Gezongen Amen

Orde van dienst 1 januari 2026 10:30

Voorganger:                      ds. H.J. Prosman
Organist:                             Dhr. Arie van Blaaderen
Ouderling:                          Mevr. Nel Griffioen
Diaken:                               Dhr. S. de Feij

De diensten zijn te volgen via kerkdienst-gemist

https://kerkdienstgemist.nl/stations/2491-Nieuwkoop-HG


Welkom en mededelingen
intochtslied                        513:1,2
stil gebed
Votum en groet
zingen                                  lied 513:3,4
Gebed

Schriftlezing Spreuken 24:16-20
Een rechtvaardige komt zevenmaal ten val,
maar telkens staat hij op.
Een goddeloze struikelt door zijn slechte daden,
en komt voorgoed ten val.
Verheug je niet over de val van je vijand,
juich niet als hij ten onder gaat.
Want de HEER ziet het en keurt het af,
en zal zijn woede van je vijand afwenden.
Wind je niet op over slechte mensen,
wees niet jaloers op goddelozen.
Want wie kwaad doet, heeft geen toekomst,
de lamp van goddelozen wordt gedoofd.


Schriftlezing Matteus 18:21-22
Daarop kwam Petrus bij Hem staan en vroeg: ‘Heer, als mijn broeder of zuster tegen mij zondigt, hoe vaak moet ik dan vergeving schenken? Tot zevenmaal toe?’
Jezus antwoordde: ‘Niet tot zevenmaal toe, zeg Ik je, maar tot zeventig maal zeven.


Zingen                                  Psalm 92:7,8
Preek
Zingen: “Leer mij Uw weg, o Heer”

Leer mij Uw weg o Heer
Leer mij Uw weg
Schenk van Uw kracht mij meer
Leer mij Uw weg

Houd mij in evenwicht
Dat ‘k voor Uw aangezicht
Wandel in ’t volle licht
Leer mij Uw weg

Hoe ook mijn toestand wordt
Leer mij Uw weg
’t Leven zij lang of kort
Leer mij Uw weg

Is dan mijn loop volbracht
Vrees ik geen dood of macht
Daar mijn ziel U verwacht
Leer mij Uw weg

Wat ook dit leven brengt
Hij is nabij
’t Zij vreugd of droefheid schenkt
Hij is nabij

Hoe sterk ook satans macht
Jezus geeft licht en kracht
Ieder die Hem verwacht
Hij is nabij

Geloofsbelijdenis
zingen                                  psalm 90:1
Dankgebed, voorbeden, Onze Vader
zingen                                  lied 416:1,2,3,4
Zegen
Gezongen Amen


Orde van dienst 28 december 2025

Voorganger:                      ds. H.J. Prosman
Organist:                             Dhr. Ad van Pelt
Ouderling:                          Mevr. Annemarie Rietveld
Diaken:                               Dhr. Jaap Kalshoven

De diensten zijn te volgen via kerkdienst-gemist

https://kerkdienstgemist.nl/stations/2491-Nieuwkoop-HG

Orgelspel
Welkom en mededelingen
Zingen                                  psalm 72:1
stil gebed                          
Votum en groet
Zingen                                  psalm 72: 4,5
Zingen                                  lied 1005:1,4,5 (Nederlandse tekst)
Smeekgebed
Glorialied:                           475:3
Gebed
Schriftlezing: Matteüs 2: 1-12
De vlucht voor Herodes en Archelaüs

1Toen Jezus geboren was, in Betlehem in Judea, tijdens de regering van koning Herodes, kwamen er magiërs uit het Oosten in Jeruzalem aan. 2Ze vroegen: ‘Waar is de koning van de Joden die onlangs geboren is? Wij hebben namelijk zijn ster zien opgaan en zijn gekomen om Hem te aanbidden.’ 3Koning Herodes schrok hevig toen hij dit hoorde, en heel Jeruzalem met hem. 4Hij riep alle hogepriesters en schriftgeleerden van het volk samen om aan hen te vragen waar de messias geboren zou worden. 5‘In Betlehem in Judea,’ zeiden ze tegen hem, ‘want zo staat het geschreven bij de profeet: 6“En jij, Betlehem in het land van Juda, bent zeker niet de minste onder de leiders van Juda, want uit jou komt een leider voort die mijn volk Israël zal hoeden.”’ 7Daarop riep Herodes in het geheim de magiërs bij zich; hij wilde precies van hen weten wanneer de ster zichtbaar geworden was, 8en stuurde hen vervolgens naar Betlehem met de woorden: ‘Stel een nauwkeurig onderzoek in naar het kind. Stuur mij bericht zodra u het gevonden hebt, zodat ook ik erheen kan gaan om het te aanbidden.’ 9Nadat ze de koning hadden aangehoord gingen ze op weg, en nu ging de ster die ze hadden zien opgaan voor hen uit, totdat hij stil bleef staan boven de plaats waar het kind was. 10Toen ze de ster zagen, werden ze vervuld van diepe vreugde. 11Ze gingen het huis binnen en vonden het kind met Maria, zijn moeder. Ze wierpen zich in aanbidding voor het kind neer. Daarna openden ze hun kistjes met kostbaarheden en boden het geschenken aan: goud en wierook en mirre. 12En omdat ze in een droom de aanwijzing hadden gekregen dat ze niet naar Herodes terug moesten gaan, reisden ze via een andere route terug naar hun land.

Zingen                                  lied 526:1,4
Schriftlezing: Efeziërs 3: 1-12

1Daarom bid ik, Paulus, gevangene omwille van Christus Jezus, voor u die afkomstig bent uit de heidense volken. 2U hebt immers gehoord dat God zijn plan verwezenlijkt door de genade die ik met het oog op u ontvangen heb. 3Mij is het geheim geopenbaard waarover ik hiervoor in het kort heb geschreven. 4Aan de hand daarvan kunt u zich, wanneer u dat leest, een beeld vormen van mijn inzicht in dit geheim van Christus. 5Het is onder vorige generaties niet aan de mensen onthuld, maar nu door de Geest geopenbaard aan zijn heilige apostelen en profeten: 6ook mensen uit andere volken delen door hun eenheid met Christus Jezus in de erfenis, zij maken deel uit van hetzelfde lichaam en hebben ook deel aan de belofte, door middel van het evangelie. 7Van dat evangelie ben ik dienaar geworden door de gave van Gods genade, die ik ontvangen heb door zijn kracht, die in mij werkt. 8Mij, de allerminste van alle heiligen, is de genade geschonken om de heidense volken de ondoorgrondelijke rijkdom van Christus te verkondigen, 9en voor allen in het licht te stellen hoe het geheim dat in alle eeuwen verborgen was in God, de schepper van alle dingen, verwezenlijkt wordt. 10Zo zal nu door de kerk de wijsheid van God in al haar schakeringen bekend worden aan alle vorsten en heersers in de hemelsferen, 11naar het eeuwige voornemen dat Hij ten uitvoer heeft gebracht in Christus Jezus, onze Heer. 12Door onze eenheid met Hem hebben wij vrijelijk toegang tot God; door ons geloof in Hem mogen wij daarop vertrouwen. 

Preek
Zingen                                  lied 518:1,2,4
Geloofsbelijdenis (340b)
Dankgebed, voorbede en Onze Vader
Collecte
Zingen                                  psalm 107:7
Gezongen Amen


Orde van dienst 25 december 2025 – kerstmorgen

Voorganger:                      ds. H.J. Prosman
Organist:                             Dhr. Adrie van Blaaderen
Ouderling:                          Mevr. Nel Griffioen
Diaken:                               Dhr. Steven de Feij

De diensten zijn te volgen via kerkdienst-gemist

https://kerkdienstgemist.nl/stations/2491-Nieuwkoop-HG

Orgelspel
Welkom en mededelingen
Zingen                                  lied477: 1, 2, 4

Voorg: Onze hulp is de Naam van de Heer
Allen: Die hemel en aarde gemaakt heeft

Voorg: Die niet loslaat het werk van zijn handen
allen: Maar trouw is in eeuwigheid.

Voorg: Genade zij u en vrede, Van God de Vader en van de Heer Jezus Christus
Allen: Amen.

Zingen                                  lied 488:1,4
Smeekgebed / Liedboek 367b “Heer, onze Heer, ontferm U over ons”
Glorialied: 487: 1, 2, 3
Moment met de kinderen
Gebed
Projectlied (Melodie van ‘Nu zijt wellekome’)
Welkom bij de Koning, kom maar dichterbij.
De staldeur staat wijd open, voor jou, voor mij.
Jezus wordt geboren en al is Hij nu nog klein,
straks zal Hij de Redder van heel de wereld zijn.
God dicht bij ons.

Veel gewone mensen, één bijzonder Kind.
Lees mee waarom Gods plan juist met hen begint.
Kijk mee door hun ogen en word deel van dit verhaal.
Jezus wordt geboren, wees welkom allemaal!
God dicht bij ons.

Schriftlezing Lucas 2: 1-20
In die tijd kondigde keizer Augustus een decreet af dat alle inwoners van het rijk zich moesten laten inschrijven. Deze eerste volkstelling vond plaats tijdens het bewind van Quirinius over Syrië. Iedereen ging op weg om zich te laten inschrijven, ieder naar de plaats waar hij vandaan kwam. Ook Jozef ging op weg om zich te laten inschrijven. Samen met Maria, zijn aanstaande vrouw, die zwanger was, reisde hij van de stad Nazaret in Galilea naar Judea, naar de stad van David die Bethlehem heet, aangezien hij van David afstamde. Terwijl ze daar waren, brak de dag van haar bevalling aan, en ze bracht een zoon ter wereld, haar eerstgeborene. Ze wikkelde Hem in doeken en legde Hem in een voederbak, omdat er voor hen geen plaats was in het gastenverblijf.
Niet ver daarvandaan brachten herders de nacht door in het veld, ze hielden de wacht bij hun kudde. Opeens stond er een engel van de Heer bij hen en werden ze omgeven door de stralende luister van de Heer, zodat ze hevig schrokken. De engel zei tegen hen: ‘Wees niet bang, want ik kom jullie goed nieuws brengen dat grote vreugde betekent voor heel het volk: vandaag is in de stad van David jullie redder geboren. Hij is de Messias, de Heer. Dit zal voor jullie het teken zijn: jullie zullen een pasgeboren kind vinden dat in doeken gewikkeld in een voederbak ligt.’ En plotseling voegde zich bij de engel een groot hemels leger dat God prees met de woorden:
‘Eer aan God in de hoogste hemel en vrede op aarde voor de mensen die Hij liefheeft.’
Toen de engelen waren teruggegaan naar de hemel, zeiden de herders tegen elkaar: ‘Laten we naar Bethlehem gaan om met eigen ogen te zien wat er gebeurd is en wat de Heer ons bekend heeft gemaakt.’ Ze gingen meteen op weg, en troffen Maria aan en Jozef en het kind dat in de voederbak lag. Toen ze het zagen, vertelden ze wat hun over het kind was gezegd. Allen die het hoorden stonden verbaasd over wat de herders tegen hen zeiden, maar Maria bewaarde al deze woorden in haar hart en bleef erover nadenken. De herders gingen terug, terwijl ze God loofden en prezen om alles wat ze gehoord en gezien hadden, precies zoals het hun was gezegd.

Zingen                                  lied 481: 1 en 3
Lezen: Jesaja 65: 1
Al vragen zij niet naar Mij, toch laat Ik me raadplegen, en al zoeken ze Mij niet, toch laat Ik me vinden. Al roept dit volk mijn naam niet aan, toch antwoord Ik: ‘Hier ben Ik, hier ben Ik.’

Preek
Zingen                                  lied 503: 1,2,3,4
Geloofsbelijdenis
Zingen                                  psalm 89:3
Dankgebed, Voorbeden, Onze Vader
Slotzang: Ere zij God

Zegen
Moge de vreugde van de engelen,
De blijdschap van de herders,
De aanbidding van de wijzen en
de vrede van het Christuskind
ons vervullen.

Moge Christus, die door zijn vleeswording
alles op aarde en in de hemel samenbindt,
ons vervullen met vreugde en vrede.

Zo zegene u, de Drie-ene God
Vader, Zoon en Heilige Geest

Allen: Amen.

Orde van dienst 24 december 2025 – Kerstavond

Voorganger:                      ds. H.J. Prosman
Organist:                            Dhr. Jan-Willem Hueting
MMV                                  Zangvereniging Con Amore olv dhr Wim Kusee
Ouderling:                          Dhr. Robert Verhallen
Diaken:                               Dhr. J. Kalshoven

De diensten zijn te volgen via kerkdienst-gemist

https://kerkdienstgemist.nl/stations/2491-Nieuwkoop-HG

Het is feest.
Zie het wit van de bloemen,
hun kelken vol belofte.
Duiven, engelen, hemel en aarde ontmoeten elkaar,
het Kind is geboren, licht over licht.

Orgelspel
Welkom en mededelingen
Zingen: “Stille nacht”.  (1, koor, 2 en 3 samenzang)

Stille nacht, heilige nacht,
Davids Zoon, lang verwacht,
die miljoenen eens zaligen zal,
wordt geboren in Bethlehems stal,
Hij, der schepselen Heer,
Hij, der schepselen Heer.

Hulploos Kind, heilig Kind,
dat zo trouw zondaars mint,
ook voor mij hebt Ge U rijkdom ontzegd,
wordt Ge op stro en in doeken gelegd.
Leer me U danken daarvoor.
Leer me U danken daarvoor.

Stille nacht, heilige nacht,
Vreed’ en heil wordt gebracht,
aan een wereld, verloren in schuld;
Gods belofte wordt heerlijk vervuld.
Amen, Gode zij eer!
Amen, Gode zij eer!

Bemoediging en groet

Zingen: “In de nacht gekomen” (1,2 Con Amore, 3 allen)

1 In de nacht gekomen
Kind van hogerhand.
Licht in blinde ogen,
licht dat zingend brandt.
Kom in onze dagen,
kom in onze nacht.
Hoor de aarde klagen,
Heer, de wereld wacht.

2 In de nacht gekomen
Kind dat met geduld,
eeuwenoude dromen
eindelijk vervult.
Kom in onze dagen,
kom in onze nacht.
Kom met uw gestage,
milde overmacht.

3
In de nacht gekomen,
onmiskenbaar Kind.
Kom, doorwaai de bomen,
zachte zuidenwind.
Kom in onze dagen,
kom in onze nacht.
Laat uw morgen dagen,
kom, de wereld wacht.

Gebed

Schriftlezing: Jesaja 9: 1-6
Het volk dat in duisternis ronddoolt ziet een schitterend licht. Zij die in het donker wonen worden door een helder licht beschenen. U hebt het volk weer groot gemaakt, diepe vreugde gaf U het, blijdschap als de vreugde bij de oogst, zij jubelen als bij het verdelen van de buit. Het juk dat op hen drukte, de stok op hun schouder, de staf van de drijver, U hebt ze verbrijzeld, zoals Midjan destijds. Iedere laars die dreunend stampte en elke mantel die doordrenkt is van bloed, ze worden verbrand, ze vallen ten prooi aan het vuur.
Een kind is ons geboren,
een zoon is ons gegeven;
de heerschappij rust op zijn schouders.
Deze namen zal hij dragen: Wonderbare raadsman,
Sterke God, Eeuwige vader, Vredevorst.
Groot is de heerschappij en zonder einde de vrede voor de troon van David en voor zijn koninkrijk; ze zijn gegrondvest op recht en gerechtigheid en staan vast voor altijd en eeuwig. De HEER van de hemelse machten brengt dit in zijn vurige liefde tot stand.

Zingen: 477: 1,3

Komt allen tezamen,
jubelend van vreugde:
Komt nu, o komt nu naar Bethlehem!
Ziet nu de vorst der eng’len hier geboren
Komt, laten wij aanbidden,
komt, laten wij aanbidden,
komt, laten wij aanbidden die Koning.

Het licht van de Vader,
licht van den beginne,
zien wij omsluierd, verhuld in ‘t vlees:
goddelijk kind, gewonden in de doeken!
Komt, laten wij aanbidden
komt, laten wij aanbidden
komt, laten wij aanbidden die Koning.

Schriftlezing: Lucas 1: 1-20
In die tijd kondigde keizer Augustus een decreet af dat alle inwoners van het rijk zich moesten laten inschrijven. Deze eerste volkstelling vond plaats tijdens het bewind van Quirinius over Syrië. Iedereen ging op weg om zich te laten inschrijven, ieder naar de plaats waar hij vandaan kwam. Ook Jozef ging op weg om zich te laten inschrijven. Samen met Maria, zijn aanstaande vrouw, die zwanger was, reisde hij van de stad Nazaret in Galilea naar Judea, naar de stad van David die Betlehem heet, aangezien hij van David afstamde. Terwijl ze daar waren, brak de dag van haar bevalling aan, en ze bracht een zoon ter wereld, haar eerstgeborene. Ze wikkelde Hem in doeken en legde Hem in een voederbak, omdat er voor hen geen plaats was in het gastenverblijf. Niet ver daarvandaan brachten herders de nacht door in het veld, ze hielden de wacht bij hun kudde. Opeens stond er een engel van de Heer bij hen en werden ze omgeven door de stralende luister van de Heer, zodat ze hevig schrokken. De engel zei tegen hen: ‘Wees niet bang, want ik kom jullie goed nieuws brengen dat grote vreugde betekent voor heel het volk: vandaag is in de stad van David jullie redder geboren. Hij is de messias, de Heer. Dit zal voor jullie het teken zijn: jullie zullen een pasgeboren kind vinden dat in doeken gewikkeld in een voederbak ligt.’ En plotseling voegde zich bij de engel een groot hemels leger dat God prees met de woorden:
‘Eer aan God in de hoogste hemel en vrede op aarde voor de mensen die Hij liefheeft.’
Toen de engelen waren teruggegaan naar de hemel, zeiden de herders tegen elkaar: ‘Laten we naar Betlehem gaan om met eigen ogen te zien wat er gebeurd is en wat de Heer ons bekend heeft gemaakt.’ Ze gingen meteen op weg, en troffen Maria aan en Jozef en het kind dat in de voederbak lag. Toen ze het zagen, vertelden ze wat hun over het kind was gezegd. 18Allen die het hoorden stonden verbaasd over wat de herders tegen hen zeiden, maar Maria bewaarde al deze woorden in haar hart en bleef erover nadenken. 20De herders gingen terug, terwijl ze God loofden en prezen om alles wat ze gehoord en gezien hadden, precies zoals het hun was gezegd.

Zingen: “‘t Was nacht in Bethlems dreven” (Joh. de Heer 438) 1 en 2 Con Amore, 3 vrouwen, 4 mannen, 5 Con Amore, 6 allen.

1 ‘t Was nacht in Bethl’hems dreven,
een schone, stille nacht.
En trouwe herders bleven
bij hunne kudd’ op wacht.
En trouwe herders bleven
bij hunne kudd’ op wacht.

2 Zij hoopten saam, de vromen,
zij wachtten immer voort,
of Jacobs ster zou komen
naar ’t oud profetische woord,
of Jacobs ster zou komen
naar ’t oud profetische woord.

3 En ja, juist in die stonde,
in deze zelfde nacht
werd hun door eng’lenmonden
het blijde nieuws gebracht,
werd hun door eng’lenmonden
het blijde nieuws gebracht

4 De Heiland is gekomen
in Bethl’hems kleine stal,
Die voor miljoenen vromen
een Herder wezen zal,
Die voor miljoenen vromen
een Herder wezen zal.

5 Want d’ allerbeste Herder,
die toen op aard’ verscheen,
voert Zijne schaapjes verder
dan herders hier beneên,
voert Zijne schaapjes verder
dan herders hier beneên.

6 Hij wil Zijn kudde leiden,
zij ’t ook door leed of kruis,
naar d’ eeuwig groene weiden
van ’t hemels Vaderhuis,
naar d’ eeuwig groene weiden
van ’t hemels Vaderhuis.

Overdenking

Con Amore zingt “Still, Still, Still”.

Still, still, still, he sleeps so calm and still.
His mother’s tender arms enfolding,
warm and safe, the Child are holding.

Sleep, sleep, sleep, while we our watch will keep.
And angels come from heaven singing,
songs of jubilation bringing.

Strong, strong, strong, we pray that He be strong.
He has his heavenly throne forsaken
and his earthly path has taken.

Con Amore zingt: “Het licht is geboren”.

Het licht is geboren, hij kwam deze nacht.
Op wie al zolang in geloof is gewacht.
Profeten, zij zwegen ruim vierhonderd jaar,
maar nu klinkt het luid: uw Messias is daar!

Het licht is geboren, hij kwam in de tijd
die was en die zijn zal in eeuwigheid.
Zijn komst wordt door duizenden engelen bericht
aan herders, omstraald door het hemelse licht.

Het licht is geboren, Gods woorden zijn waar.
Vervuld, de belofte, na vierduizend jaar.
De wijzen aanbidden met wierook en goud.
Sta op tot de vreugde: in Hem is behoud!

Dankgebed, voorbeden, Onze Vader

Con Amore zingt: “In een wonderschone nacht” (Refrein allen)

In een wonderschone nacht,
toen alles lag te dromen,
is op aarde in een stal
het Kindeke gekomen.

Refrein: Gloria … Hosanna in de hoge.
Eng’len zongen in het veld
om ieder te doen horen.
Lof en eer zij onze God
voor ons opnieuw geboren.

Gloria … Hosanna in de hoge.

Here, wees Gij ons tot heil
en maak o Hemelkoning,
door Uw liefde en gena,
ons hart tot Uwe woning.

Gloria … Hosanna in de hoge.

Collecte

Slotzang: “Ere zij God”

Ere zij God, ere zij God
In de hoge, in de hoge, in de hoge
Vrede op aarde, vrede op aarde
In de mensen een welbehagen
Ere zij God in den hoge (2x)
Vrede op aarde, vrede op aarde (2x)
In den mensen, in den mensen, een welbehagen
In den mensen, een welbehagen, een welbehagen
Ere zij God, ere zij God
In den hoge, in den hoge, in den hoge
Vrede op aarde, vrede op aarde
In den mensen een welbehagen
Amen, amen.

Zegen.
Gezongen Amen


Orde van dienst 21 december 2025

Voorganger:                      ds. H.J. Prosman
Organist:                             Dhr. Marten Nap
Ouderling:                          Mevr. Nel Griffioen
Diaken:                               Dhr. J. Kalshoven

De diensten zijn te volgen via kerkdienst-gemist

https://kerkdienstgemist.nl/stations/2491-Nieuwkoop-HG

Orgelspel
Welkom en mededelingen
Zingen                                  lied 452:1,2,3
Stil Gebed
Votum en groet
Zingen                                  lied 437: 1, 2, 5
Smeekgebed
Zingen                                  lied 463:6,7,8
Moment met de kinderen
Gebed
Schriftlezing Johannes 1: 1-18
In het begin was het Woord, het Woord was bij God en het Woord was God. Het was in het begin bij God. Alles is erdoor ontstaan, zonder het Woord is niets ontstaan van wat bestaat. 4In het Woord was leven en het leven was het licht voor de mensen. Het licht schijnt in de duisternis en de duisternis heeft het niet in haar macht gekregen.
Er kwam iemand die door God was gezonden; hij heette Johannes. Hij kwam als getuige, om van het licht te getuigen, opdat iedereen door hem zou geloven. Hij was niet zelf het licht, maar hij was er om te getuigen van het licht: 9het ware licht, dat ieder mens verlicht en naar de wereld kwam. Het Woord was in de wereld, de wereld is door Hem ontstaan en toch kende de wereld Hem niet. Hij kwam naar wat van Hem was, maar wie van Hem waren hebben Hem niet ontvangen. Wie Hem wel ontvingen en in zijn naam geloven, heeft Hij het voorrecht gegeven om kinderen van God te worden. Zij zijn niet op natuurlijke wijze geboren, niet uit lichamelijk verlangen of uit de wil van een man, maar uit God.
Het Woord is mens geworden en heeft in ons midden gewoond, vol van genade en waarheid, en wij hebben zijn grootheid gezien, de grootheid van de enige Zoon van de Vader. Van Hem getuigde Johannes toen hij uitriep: ‘Hij is het over wie ik zei: “Die na mij komt is meer dan ik, want Hij was er vóór mij!”’ Uit zijn overvloed hebben wij allen opnieuw genade ontvangen: 17de wet is door Mozes gegeven, genade en waarheid zijn met Jezus Christus gekomen. Niemand heeft ooit God gezien, maar de enige Zoon, die zelf God is, die aan het hart van de Vader rust, heeft Hem doen kennen.

Johannes 8:12-20
Jezus nam opnieuw het woord. Hij zei: ‘Ik ben het licht voor de wereld. Wie Mij volgt loopt nooit meer in de duisternis, maar heeft licht dat leven geeft.’ De farizeeën wierpen tegen: ‘Uw getuigenis is niet betrouwbaar, want U getuigt over uzelf.’ Maar Jezus ging verder: ‘Ook al getuig Ik over mijzelf, toch is mijn getuigenis betrouwbaar, omdat Ik weet waar Ik vandaan gekomen ben en waar Ik naartoe ga. Maar u weet niet waar Ik vandaan kom of waar Ik naartoe ga. U oordeelt met menselijke maatstaven, maar Ik oordeel over niemand. En wanneer Ik toch een oordeel vel, is mijn oordeel betrouwbaar, omdat Ik niet alleen ben, maar samen met de Vader, die Mij gezonden heeft. In uw wet staat geschreven dat het getuigenis van twee mensen betrouwbaar is. Wel, Ik getuig over mijzelf, en de Vader, die Mij gezonden heeft, getuigt over Mij.’ Toen vroegen ze: ‘Waar is uw vader dan?’ ‘U kent noch Mij, noch mijn Vader,’ antwoordde Jezus. ‘Als u Mij zou kennen zou u mijn Vader ook kennen.’ Dit zei Hij in de schatkamer van de tempel, waar Hij onderricht gaf. Niemand greep Hem, want zijn tijd was nog niet gekomen.

Zingen                                  lied  213:1,2,5
Preek
Zingen                                  lied  4177:3
Geloofsbelijdenis
Zingen                                  lied 433:5
Dankgebed, voorbeden, Onze Vader
Collecte
Zingen                                  lied 482:1
Zegen
Gezongen Amen