Orde van dienst 17 mei 2026 – Zondag Exaudi

Voorganger:                      ds. H.J. Prosman
Organist:                             Dhr. Sjaak Warnaar
Ouderling:                          Mevr. A. Rietveld           
Diaken:                               Dhr. S. de Feij

De diensten zijn te volgen via kerkdienst-gemist

https://kerkdienstgemist.nl/stations/2491-Nieuwkoop-HG

Orgelspel
Welkom en mededelingen
Zingen                                  Lied 754:1
Stil gebed
Votum en groet
Zingen                                 Lied 754: 2,3
Smeekgebed
Glorialied:                           713:1,2,5
Gebed
1e lezing: Exodus 33: 7-23
7Mozes sloeg steeds buiten het kamp, op ruime afstand ervan, een tent op; hij noemde die tent de ontmoetingstent. Ieder die de HEER wilde raadplegen, ging naar de ontmoetingstent buiten het kamp. 8Telkens als Mozes zich erheen begaf, gingen allen voor de ingang van hun tent staan en keken Mozes na tot hij naar binnen was gegaan. 9Zodra hij in de tent was daalde de wolkkolom neer, en deze bleef bij de ingang staan. Dan sprak de HEER met Mozes. 10Wanneer het volk de wolkkolom bij de ingang van de tent zag staan, boog ieder zich voor de ingang van zijn tent neer. 11De HEER sprak persoonlijk met Mozes, zoals iemand spreekt met een vriend. Daarna keerde Mozes terug naar het kamp, maar zijn jonge dienaar Jozua, de zoon van Nun, verliet de tent niet.
12Mozes zei tegen de HEER: ‘U draagt mij wel op het volk verder te laten trekken, maar U hebt mij niet laten weten wie U met mij mee zult sturen, terwijl U toch gezegd hebt: “Jou heb Ik uitgekozen, jou ben Ik goedgezind.” 13Als dat werkelijk zo is, laat mij dan weten wat uw plannen zijn. Dan leer ik U kennen en weet ik zeker dat U mij goedgezind bent. Vergeet toch niet dat deze mensen uw volk zijn.’ 14De HEER antwoordde: ‘Moet Ik dan zelf meegaan om je gerust te stellen?’ 15Mozes zei: ‘Als U niet zelf meegaat, laat ons dan niet verder trekken. 16Hoe zou moeten blijken dat U mij goedgezind bent, mij en ook uw volk, tenzij U met ons meegaat? Alleen dan nemen wij immers een bijzondere plaats in onder de volken die de aarde bewonen.’ 17De HEER zei tegen Mozes: ‘Ik verzeker je dat Ik zal doen wat je vraagt, want Ik ben je goedgezind en Ik heb je uitgekozen.’
18‘Laat mij toch uw majesteit zien,’ zei Mozes. 19Hij antwoordde: ‘Ik zal in mijn volle luister voor je langs gaan en in jouw bijzijn de naam HEER uitroepen: Ik schenk genade aan wie Ik genade wil schenken, en Ik ben barmhartig voor wie Ik barmhartig wil zijn. 20Maar,’ zei Hij, ‘mijn gezicht zul je niet kunnen zien, want geen mens kan Mij zien en in leven blijven.’ 21Toen sprak de HEER: ‘Er is een plaats op de rots waar je dicht bij Mij kunt komen staan. 22Als dan mijn majesteit voor je langs gaat, zal Ik je in een kloof laten schuilen en mijn hand beschermend voor je houden tot Ik voorbij ben. 23Als Ik mijn hand weghaal, zul je Mij van achteren zien; mijn gezicht mag niemand zien.’

Zingen                                  Psalm 27:4,5

Evangelielezing Johannes 14:1-21
1 Wees niet ongerust, maar vertrouw op God en op Mij. 2In het huis van mijn Vader zijn veel kamers; zou Ik anders gezegd hebben dat Ik een plaats voor jullie gereed zal maken? 3Wanneer Ik een plaats voor jullie gereedgemaakt heb, kom Ik terug. Dan zal Ik jullie met me meenemen, en dan zullen jullie zijn waar Ik ben. 4Jullie kennen de weg naar waar Ik heen ga.’ 5Toen zei Tomas: ‘Wij weten niet eens waar U naartoe gaat, Heer, hoe zouden we dan de weg daarheen kunnen weten?’ 6Jezus zei: ‘Ik ben de weg, de waarheid en het leven. Niemand kan bij de Vader komen dan door Mij. 7Als jullie Mij kennen zullen jullie ook mijn Vader kennen, en vanaf nu kennen jullie Hem, want jullie hebben Hem zelf gezien.’ 8Daarop zei Filippus: ‘Laat ons de Vader zien, Heer, meer verlangen we niet.’ 9Jezus zei: ‘Ik ben nu al zo lang bij jullie, en nog ken je Me niet, Filippus? Wie Mij gezien heeft, heeft de Vader gezien. Waarom vraag je dan om de Vader te mogen zien? 10Geloof je niet dat Ik in de Vader ben en dat de Vader in Mij is? Ik spreek niet namens mezelf als Ik tegen jullie spreek, maar de Vader, die in Mij blijft, doet zijn werk door Mij. 11Geloof Me: Ik ben in de Vader en de Vader is in Mij. Als je Mij niet gelooft, geloof het dan om wat Hij doet. 12Werkelijk, Ik verzeker jullie, wie op Mij vertrouwt zal hetzelfde doen als Ik, en zelfs meer dan dat, Ik ga immers naar de Vader. 13En wat jullie dan in mijn naam vragen, dat zal Ik doen, zodat door de Zoon de grootheid van de Vader zichtbaar wordt. 14Wanneer je iets in mijn naam vraagt, zal Ik het doen.
15Als je Mij liefhebt, houd je dan aan mijn geboden. 16Dan zal Ik de Vader vragen jullie een andere pleitbezorger te geven, die altijd bij je zal zijn: 17de Geest van de waarheid. De wereld kan Hem niet ontvangen, want ze ziet Hem niet en kent Hem niet. Jullie kennen Hem wel, want Hij blijft bij jullie en zal in jullie zijn. 18Ik laat jullie niet als wezen achter, Ik kom bij jullie terug. 19Nog een korte tijd en de wereld zal Mij niet meer zien, maar jullie zullen Mij wel zien, want Ik leef en ook jullie zullen leven. 20Dan zul je begrijpen dat Ik in mijn Vader ben, dat jullie in Mij zijn en dat Ik in jullie ben. 21Wie mijn geboden kent en zich eraan houdt, heeft Mij lief. Wie Mij liefheeft zal de liefde van mijn Vader en Mij ontvangen, en Ik zal mij aan hem bekendmaken.’

Zingen                                  Psalm 27:7

Preek

Zingen: “Er is een God die hoort”

Vreugde of blijdschap, droefheid of smart,
er is een God, er is een God.
Stort bij Hem uit, o mens toch uw hart,
er is een God die hoort.

Ga steeds naar Hem om hulp en om raad,
wacht niet te lang, ‘t is spoedig te laat.
Dat niet door twijfel ’t hart wordt verstoord,
er is een God die hoort.

Van oost tot west, van zuid tot noord,
mens, zegt het voort, mens zegt het voort.
Wordt ‘s Heren liefde alom gehoord,
mensenkind, zegt het voort.

Dwaal niet in ’t duister, ga niet alleen,
maar zoek het heil bij Jezus alleen.
Dat al uw hoop op hem is gericht,
Jezus is ’t eeuwig licht.

Geloofsbelijdenis                            Lied 412:5
Dankgebed en voorbeden met als acclamatie lied 333
Collecte
Zingen                                                 680:1,2,3
Zegen
Gezongen Amen