Voorganger: ds. H.J. Prosman
Organist: Dhr. Martijn van de Weert
Ouderling: Dhr. Robert Verhallen
Diaken: Dhr. Jaap. Kalshoven
De diensten zijn te volgen via kerkdienst-gemist
https://kerkdienstgemist.nl/stations/2491-Nieuwkoop-HG
Orgelspel
Welkom en mededelingen
Introïtus: Psalm 33:1,8
Votum en groet
Zingen Lied 650:1,2
Smeekgebed
Glorialied 630:1,3
Gebed bij de opening van het Woord
1e lezing: Jesaja 43:1-12
1Welnu, dit zegt de HEER, die jou schiep, Jakob, die jou vormde, Israël: Wees niet bang, want Ik zal je vrijkopen, Ik heb je bij je naam geroepen, je bent van Mij! 2Moet je door het water gaan – Ik ben bij je; of door rivieren – je wordt niet meegesleurd. Moet je door het vuur gaan – het zal je niet verteren, de vlammen zullen je niet verschroeien. 3Want Ik, de HEER, ben je God, de Heilige van Israël, je redder. Voor jou geef Ik Egypte als losgeld, Nubië en Seba ruil Ik in tegen jou. 4Jij bent zo kostbaar in mijn ogen, zo waardevol, en Ik houd zo veel van je dat Ik de mensheid geef in ruil voor jou, ja alle volken om jou te behouden. 5Wees niet bang, want Ik ben bij je. Ik haal je nakomelingen uit het oosten terug, uit het westen breng Ik jullie bijeen. 6Tegen het noorden zeg Ik: Geef hier! Het zuiden gebied Ik: Laat los! Breng mijn zonen terug van verre, mijn dochters van de einden der aarde, 7allen over wie mijn naam is uitgeroepen, en die Ik omwille van mijn majesteit geschapen heb, gemaakt en gevormd. 8Laat dit volk naar voren treden, een blind volk, ook al heeft het ogen, doof, ook al heeft het oren. 9Alle volken zullen zich verzamelen, alle naties komen bijeen. Wie van hun goden heeft aangekondigd wat eertijds nog te gebeuren stond? Laten zij getuigen leveren om hun gelijk te bewijzen, opdat ieder die hen hoort zal zeggen: ‘Het is zo!’ 10Mijn getuige zijn jullie – spreekt de HEER –, mijn dienaar, die Ik uitgekozen heb opdat jullie Mij zouden kennen en vertrouwen, en zouden inzien dat Ik het ben. Vóór Mij is er geen god gevormd, en na Mij zal er geen zijn. 11Ik, Ik ben de HEER! Buiten Mij is er niemand die redt. 12Ik heb redding aangekondigd en redding gebracht, jullie hoorden het van Mij, niet van een vreemde. Jullie zijn mijn getuige – spreekt de HEER –, dat Ik alleen God ben 13en dat Ik blijf wat Ik ben. Wanneer Ik mijn macht laat gelden is er niemand die redding bieden kan. Wat Ik tot stand breng, wie maakt het ongedaan? 14Dit zegt de HEER, jullie bevrijder, de Heilige van Israël: Omwille van jullie zend Ik iemand naar Babel; Ik maak alle Chaldeeën tot vluchteling en jaag hen jammerend hun schepen op. 15Ik ben de HEER, jullie Heilige, de schepper van Israël, jullie koning. 16Dit zegt de HEER, die een weg baande door de zee en een pad door machtige wateren, 17die paarden en wagens liet uitrukken, een heel leger van geweldenaars – daar lagen ze, en ze stonden niet meer op, ze zijn vergaan, als een kwijnende vlam gedoofd. 18Blijf niet staan bij wat eertijds is gebeurd, denk niet terug aan het verleden. 19Zie, Ik ga iets nieuws verrichten, nu ontkiemt het – heb je het nog niet gemerkt? Ik baan een weg door de woestijn, maak rivieren in de wildernis. 20De wilde dieren zullen Mij eer bewijzen, de jakhalzen en de struisvogels, omdat Ik water schep in de woestijn en rivieren in de wildernis; het volk dat Ik heb uitgekozen, laat Ik drinken. 21Dit is het volk dat Ik mij gevormd heb, het zal mijn lof verkondigen.
Zingen: Psalm 117:1
2e lezing: Johannes 21: 1-14
1Hierna verscheen Jezus weer aan de leerlingen, nu bij het Meer van Tiberias. Dat gebeurde als volgt. 2Bij het meer waren Simon Petrus en Tomas (dat is Didymus, ‘tweeling’), Natanaël uit Kana in Galilea, de zonen van Zebedeüs en nog twee andere leerlingen. 3Simon Petrus zei: ‘Ik ga vissen.’ ‘Wij gaan met je mee,’ zeiden de anderen. Ze stapten in de boot, maar de hele nacht vingen ze niets. 4Toen het al ochtend werd, stond Jezus op de oever. Maar de leerlingen wisten niet dat het Jezus was. 5Hij riep: ‘Hebben jullie iets te eten, jongens?’ ‘Nee,’ antwoordden ze. 6‘Gooi het net uit aan de rechterkant van het schip,’ riep Jezus, ‘dan lukt het wel.’ Ze wierpen het net uit, en er zat zo veel vis in dat ze het niet omhoog konden trekken. 7De leerling van wie Jezus veel hield zei tegen Petrus: ‘Het is de Heer!’ Zodra Simon Petrus dat hoorde, deed hij zijn bovenkleed aan – want hij was nauwelijks gekleed – en sprong in het water. 8De andere leerlingen kwamen met de boot en sleepten het net vol vis achter zich aan. Ze waren niet ver van de oever, ongeveer tweehonderd el. 9Toen ze aan land kwamen zagen ze een vuurtje met vis erop en brood. 10Jezus zei: ‘Breng ook wat van de vis die jullie daarnet gevangen hebben.’ 11Simon Petrus ging weer aan boord en trok het net aan land. Het zat vol grote vissen, welgeteld honderddrieënvijftig, en toch scheurde het niet. 12Jezus zei tegen hen: ‘Kom, eet iets.’ Geen van de leerlingen durfde Hem te vragen wie Hij was, ze begrepen dat het de Heer was. 13Jezus nam het brood en gaf hun ervan, en Hij gaf hun ook vis. 14Dit was al de derde keer dat Jezus aan de leerlingen verscheen nadat Hij uit de dood was opgestaan.
Zingen: lied 644:1,2,3,4,5
Preek
Zingen: “Heer, ik hoor van rijke zegen”
Heer, ik hoor van rijke zegen
die Gij uitstort keer op keer,
laat ook van die milde regen,
dropp’len vallen op mij neer,
ook op mij, ook op mij,
dropp’len vallen ook op mij.
Heil’ge Geest wil niet voorbij gaan,
Gij geeft blinden d’ ogen weer.
Wil, o wil nu bij mij stilstaan,
werk in mij met kracht, o Heer,
ook in mij, ook in mij,
werk ook door uw kracht in mij.
Liefde Gods zo rein en krachtig,
bloed van Jezus, rijk en vrij.
Gods genade, sterk en machtig,
o verheerlijk U in mij.
Ook in mij, ook in mij,
o verheerlijk U in mij
Dankgebed, voorbeden, Onze Vader
Bijdrage van de kinderclub
Inzameling van de gaven
Slotzang: lied 653:1,2
Gezongen Amen